Toonscripts Dutch About

De Vogels

Van de hand van Aristofanes, vertaler onbekend, hertaald en geïllustreerd door Ayal Pinkus

 
Euelpides en Pisthetaerus lopen door een troosteloos en verlaten landschap.
draagt een mand met keukenspullen en loopt achter een Vlaamse gaai aan, en volgt een kraai.
 
 
 
(Tegen zijn gaai)En waarom moet ik nou weer die kant op, naar die boom? Er is daar helemaal niets!
 
 
(Tegen zijn kraai)En nu moet ik zeker weer helemaal teruggaan? Stom beest! Jij weet ook niet wat je wil.
 
 
We zijn echt wel uitgeput nu, stomme vogel. We lopen hier nu al dagen rond, maar jij leidt ons elke keer terug naar deze zelfde plek!
 
 
Waarom luisterde ik nou naar die stomme kraai! Door hem hebben we nu meer dan tweehonderd kilometer voor niks gelopen!
 
 
Helemaal mee eens. Ik word gek van die gaai.
 
 
Als we nou maar wisten waar we waren...
 
 
Weet je niet hoe we van hier terug kunnen komen naar onze stad?
 
 
Nee, volgens mij niet.
 
 
Oh nee!
 
 
Ja, beste vriend, ik ben bang dat we verdwaald zijn.
 
 
Die gemene dierenhandelaar!

Hij liet ons geloven dat deze twee gidsen ons zouden kunnen leiden naar Zijne Koninklijke Hopheid, de Hopvogel die ooit eens de mensenkoning Tereus was, voor hij een vogel werd.

Die handelaar verkocht deze gaai voor een zilveren munt, en hij verkocht jou die kraai voor drie munten.

Maar wat kunnen die vogels nu helemaal?

Ik begrijp geen snars van hun instructies. (Tegen zijn gaai)Wat wil je dat we nu doen? Moet ik me nu zeker van deze klif afgooien?

Er is daar helemaal geen weg, stom beest!

 
 
Om ons heen is inderdaad niets, maar dan ook helemaal niets, dat ook maar in de verste verte op een weggetje lijkt.
 
 
Wat zegt jouw kraai dat we nu moeten doen?
 
 
Wacht, hij wil mij iets zeggen.
 
 
Nou, ik ben zó benieuwd. Waar wil hij nou weer dat we naartoe gaan?
 
 
Laat maar. Hij wilde alleen maar in mijn vingers bijten.
 
 
Nou, mooie start...

We verlieten onze stad om op zoek te gaan naar vogels, maar we hebben tot nu toe niet echt veel geluk gehad. (Aan de lezer)Het is niet zo dat ik de stad zélf, waar ik vandaan kom, heel erg haat.

Ik bedoel, wij zijn allebei van goede komaf. Maar de ménsen in Athene! Die zijn vreselijk. Ze wijden hun hele leven aan rechtzaken! En dan is er natuurlijk ook altijd wel ergens een klikspaan die bereid is je te grazen te nemen.

Ik heb schoon genoeg van al dat gekonkel.

Ik haat het leven daar, en ik wil nu gewoon een rustig leven gaan leiden, op het platteland.

En daarom zijn we nu hier, ver van huis, met alleen een mandje met wat potjes en pannetjes en een stoofpotje, op zoek naar een rustige plek op het platteland waar we ons kunnen vestigen.

We zijn op zoek naar Zijne Koninklijke Hopheid, de vogel die ooit eens een menselijke koning was voordat hij in een vogel veranderde.

Hij moet namelijk veel hebben rondgevlogen, en misschien weet hij daarom wel een stil plekje waar wij ons vredig kunnen terugtrekken.

 
 
Kijk! Daar!
 
 
Wat zie je?
 
 
De kraai kijkt al een tijdje die kant op.
 
 
En de gaai ook. Die probeert mij ook al een poos ergens op attent te maken.

Er is daar duidelijk iets. Zijn daar andere vogels, misschien?

Als we lawaai maken om ze te laten schrikken, dan komen we er snel achter of er vogels zijn.

 
 
Weet je? Als jij nou eens, om lawaai te maken, met je been tegen een rots tikte.
 
 
Ik heb een nog beter idee: als jij nou eens met je hoofd tegen die rots aansloeg! Dat zou veel meer kabaal maken.
 
 
Oké, nou, gebruik dan een steen, zou ik zeggen.
 
 
Briljant! Waarom kwam ik niet op dat idee!
 
pakt een steen en begint op een rots te hameren.
 
 
 
Hé! Iemand thuis? Bediende! Hé, jij daar! Bediende!
 
 
Wat doe je nou! Je roept, “bediende,” om Zijne Koninklijke Hopheid te sommeren! Het zou veel beter zijn als je, “Zijne Koninklijke Hopheid, Zijne Koninklijke Hopheid!” zou roepen.
 
 
Nou, oké dan. Zijne Koninklijke Hopheid!

Moet ik nou echt nog een keer op de rots hameren? Zijne Koninklijke Hopheid!

 
arriveert.
 
 
 
Wie is daar? Wie roept mijn meester?
 
 
(Staart naar )Wow, jij hebt wel een hele grote snavel, zeg!
 
 
(Starend naar en )Mijn hemel, vuile vogelvangers!
 
 
Hij is wel eng, zeg.

Wat een vreselijk monster.

 
 
Ga weg, enge mensen!
 
 
Maar wij zijn geen mensen.
 
 
Wat zijn jullie dan?
 
 
Ik ben een vogel, net als jij.
 
 
Dat is volstrekte, klinkklare onzin.
 
 
Je hoeft niet bang voor ons te zijn. We zouden ons graag aansluiten bij de vogelgemeenschap.
 
 
Hmmm...
 
 
Maar jij dan!

Wat voor soort dier ben jij dan in godesnaam?

 
 
Wel, ik ben een dien-vogel.
 
 
En wie dien je dan?
 
 
Toen mijn meester in een vogel veranderde, smeekte hij me om ook een vogel te worden, en ik volgde hem om hem te kunnen dienen.
 
 
Waarom zou een vogel een bediende nodig hebben?
 
 
Dat is waarschijnlijk omdat hij ooit een mens was.

Soms wil hij een schaal vol visjes.

Dan pak ik een groot bord, en dan vlieg ik weg om dat voor hem te halen.

En dan weer heeft hij zin in erwtensoep.

Dan grijp ik een soeplepel en een pot, en dan ren ik om het voor hem te halen.

 
 
Zou je zo vriendelijk willen zijn om je meester voor ons te roepen?
 
 
Hij is net in slaap gevallen, hij heeft te veel bessen gegeten.
 
 
Maakt niet uit.

Ik wil dat je hem wakker maakt.

 
 
Ik denk dat hij woedend zal zijn, maar vooruit, ik maak hem wakker, om jou een plezier te doen.
 
gaat weg.
 
 
 
Grote genade!

Dat was een enge vogel!

 
 
Oh nee! Ik was zó bang voor die vogel dat ik mijn gaai ben kwijtgeraakt!
 
 
Ah! Bange schijterd!
 
 
En waar is jouw kraai dan, als ik vragen mag? Die ben je zeker niet kwijtgeraakt toen je op je gat viel?
 
 
Nee, nee...
 
 
Nou? Waar is ie dan?
 
 
Hij ... vloog gewoon weg.
 
 
En jij stond niet op om hem tegen te houden?

Je bent zelf een bange schijterd!

 
ZIJNE KONINKLIJKE HOPHEID springt tevoorschijn uit het bos.
 
 
 
Bos, open uzelf, zodat ik u mag verlaten!
 
 
Nee maar! Wat een prachtig beest! Wat een pluimage! Die drievoudige pluim lijken wel een kroon te vormen op zijn hoofd!
 
 
Wie sommeerde mij?
 
 
De goden zijn u niet goed gezind geweest, als ik zo vrij mag zijn!
 
 
Maakt u mij belachelijk? Lacht u mij uit vanwege mijn veren? Weet dan dit, dat ik ooit een mens was, vreemdeling.
 
 
We lachen je niet uit.
 
 
Waar lachen jullie dan om?
 
 
Nou, je snavel! Die ziet er gewoon... zo raar uit.
 
 
Och, wat heb ik veel pech gehad...

Waarom moest ik nou in een vogel veranderen!

Want weet dit, bezoekers!

Ik was ooit Tereus, een menselijke koning.

 
 
Maar wat ben je nu dan? Een vogel?

Een pauw, misschien?

 
 
Ik ben een vogel.
 
 
Maar waar zijn je veren dan? Ik zie ze niet.
 
 
Die ben ik kwijtgeraakt.
 
 
Wegens ziekte?
 
 
Nee. Vogels wisselen elke winter hun veren.

Maar wie zijn jullie dan?

 
 
Wij? Wij zijn gewone stervelingen.
 
 
Uit welke stad komen jullie?
 
 
Uit de stad van de mooie galleien, Athene.
 
 
Zijn jullie juryleden bij een rechtbank?
 
 
Nee! Wij zijn eerder anti-juristen.
 
 
Bestaat er dan zoiets als een anti-jurist?
 
 
Ja, we zijn er wel, maar je moet goed zoeken om ons te vinden.

We zijn niet met velen.

 
 
En wat komen jullie hier doen, als ik vragen mag?
 
 
We wilden u met een bezoek vereren.
 
 
En waarom dan wel?
 
 
We zouden u graag om wat advies vragen, en wel hierom:

U was ooit een mens, zoals wij, en u had ooit eens schulden, zoals wij, en die wilde u niet terugbetalen, zoals wij dat nu ook niet willen.

Bovendien bent u in een vogel veranderd.

U moet wel heel veel van het land en de zee gezien hebben toen u rondvloog.

En dat betekent dat u alles weet wat wij mensen weten, maar ook wat de vogels weten.

En daarom vroegen wij ons af of u wellicht ergens een knus dorpje gezien had waar wij een rustig leven zouden kunnen leiden.

 
 
Zijn jullie dan op zoek naar een stad die nog grootser is dan Athene?
 
 
Nee, niet grootser.

We zijn op zoek naar een plek waar we fijn kunnen leven.

 
 
Dan wilt u dus leven op een landgoed, als iemand van adele komaf.
 
 
Ik? Nee! Liever niet!

Die aristocraten raken continu verstrikt in de ene na de andere vreselijke oorlog.

 
 
Oké, nou, wat voor soort stad of dorp zouden jullie dan het fijnst vinden?
 
 
Ik ben op zoek naar een plek waar veel tijd met vrienden en familie doorbrengen gezien wordt als het allerbelangrijkste dat men kan doen.
 
 
(Tegen )En wat is jouw antwoord?
 
 
Voor mij geldt een beetje hetzelfde.
 
 
Duidelijk.

Er bestaat wel een stad vol geneugten die jullie zoeken.

Het is gelegen aan de kust van de Rode Zee.

 
 
Oh, nee, alsjeblieft, niet! Spaar me.

Niet een havenstad waar elke ochtend galleien arriveren, gevuld met notabelen uit Athene.

Weet je niet een klein Grieks dorpje inlands dat je ons kan aanraden?

 
 
Waarom gaan jullie niet gewoon in Lepreum in Elis wonen?
 
 
Liever niet! Ik vind de mensen daar niet aardig.
 
 
Jullie zouden tussen de Opuntianen kunnen leven?
 
 
Ik wil ook geen Opuntiaan zijn.

Maar vertel eens, hoe is het eigenlijk om tussen de vogels te leven? Daar weet jij waarschijnlijk alles van af.

 
 
Nou, het is niet onaangenaam, moet ik zeggen.

Om te beginnen heeft niemand een portemonnee.

 
 
Alleen dat al zou inderdaad heel veel problemen oplossen.
 
 
En als we honger hebben, dan gaan we gewoon naar de tuinen waar we een overdaad aan sesamzaden, bessen, klaprozen en munt kunnen vinden.
 
 
Nou, dat klinkt als een luxe verwennerij zeg!

Bijna als een huwelijksreis.

 
 
Ha! Ik krijg plotseling een geweldig idee!

En als jullie vogels mijn advies opvolgen en mijn plan goed uitpakt, dan worden de vogels oppermachtig!

 
 
En wat is jouw advies dan wel?
 
 
Nou, om te beginnen moeten jullie niet zo maar gaan rondvliegen. Dat is gewoon niet slim.

Je ziet vaak mensen gedachteloos ronddwalen, en van zulke mensen denken we terecht dat ze hun verstand kwijt zijn.

 
 
Je hebt natuurlijk helemaal gelijk! Maar wat moeten we dan doen?
 
 
Jullie moeten een nieuwe stad bouwen.
 
 
Wij, vogels, een nieuwe stad bouwen?

Maar wat voor een stad zouden wij dan wel moeten bouwen?

 
 
Je bent zeker niet de slimste thuis!

Kijk naar beneden.

 
 
Ik kijk nu naar beneden.
 
 
En kijk nu omhoog.
 
 
Ik kijk nu omhoog.
 
 
En kijk nu om je heen.
 
 
Au! Straks verdraai ik mijn nek nog!
 
 
En, wat zag je?
 
 
Ik zag de wolken en de lucht.
 
 
Precies! En is dat niet het domein van de vogels?
 
 
Hoe bedoel je, het domein van de vogels?
 
 
Of hun land, zo je wil. Jullie domein — de wolken, en de lucht — bedekken de hele aarde. En als jullie daar nou eens een muur omheen bouwden, dan zouden jullie het omtoveren in een ommuurde stad.

En daarmee zouden jullie heersen over de mensheid zoals jullie nu ook al heersen over de sprinkhanen. En de goden in de hemel zouden een vreselijke hongerdood sterven.

 
 
En waarom zou dat dan allemaal gebeuren, volgens jou?
 
 
Omdat tussen de hemel en aarde lucht zit. Je moet het zo zien:

Als wij mensen het orakel van Delphi willen bezoeken, dan moeten we de Boeoteanen betalen om door hun land te mogen reizen.

En zo zou dat ook kunnen gaan als de mensen offeren aan de goden.

De rook van hun offers stijgt immers door de lucht en gaat daarmee dwars door jullie stad.

Jullie zouden die rook kunnen tegenhouden, en dan zouden de offers de goden nooit bereiken.

 
 
Mijn hemel! Dat is wel een heel erg snood plan!

Als de andere vogels akkoord gaan, dan ga ik die stad samen met jou bouwen.

 
 
Maar wie gaat het ze uitleggen?
 
 
Dat moet jij natuurlijk doen.

Voor ik hier kwam waren ze behoorlijk ongeschoold, maar in de loop der tijd heb ik ze kunnen leren spreken als een mens.

 
 
Maar hoe verzamelen we ze bij elkaar?
 
 
Dat is niet moeilijk. Ik maak ze snel wakker, en zodra ze onze stemmen horen, dan zullen ze zo snel mogelijk hierheen vliegen.
 
 
Mijn beste vogel, ga snel heen. Vlieg naar het bos, en maak alle vogels nu meteen wakker.
 
vliegt weg.

In de verte begint een vogel te zingen.

 
 
 
Oh! Wat kan die vogel mooi zingen! Hij vult het hele bos met een prachtige, honingzoete melodie.
 
 
Stil!
 
 
Wat is er?
 
 
Wees nou eens stil!
 
 
Waarom zou ik?
 
 
Luister! Zijne Koninklijke Hopheid gaat weer zingen.
 
 
(In het bos, zingend)Snel, snel, medevogels!

Eenieder die de vruchtbare landen
van de mensen plundert,

kom hier, en snel!

En jullie ook, zeemeeuwen
die fladderen over de zwellende
golven van de zee,

kom hier en luister naar ons.

En laat ook de lang-genekte vogels
zich hier verzamelen;

weet dat een wijze oude man
naar ons toe gekomen is,

met briljante nieuwe ideeën
en fantastische hervormingen.

Laat alle vogels hierheen komen
om deze plannen hier te bespreken!

 
 
Zie jij vogels?
 
 
Mijn ogen struinen de hemel af, maar ik zie ze nergens, waar ik ook kijk.
 
 
Zijne Koninklijke Hopheid verdeed zijn tijd. Hij had niet de moeite hoeven nemen om de bossen in te duiken. Dat was duidelijk tijdsverspilling.
 
Dan arriveert er een roze vogel met een rode bek en een lange nek. Hij stopt en blijft staan op één been.
 
 
 
Wacht! Hier is nog een vogel.

Oh, wow! Hij is wel heel mooi, met zijn vlammende, rode vleugels.

 
 
Ja, dat vind ik ook! Wat voor vogel zou dat zijn? Is dit dan een pauw?
 
keert terug.
 
 
 
Zijne Koninklijke Hopheid weet het waarschijnlijk.

Laten we het hem vragen.

Wat voor type vogel is dit?

 
 
Deze vogel woont in de moerassen, en we noemen hem een flamingo.
 
Een Dodo Arriveert.
 
 
 
HALLO!
 
 
Waarom schreeuw je nou zo?
 
 
Omdat daar net verderop nóg een vogel is aangekomen.
 
 
Je hebt gelijk. Hij ziet er wel heel anders uit. Het lijkt me een uitheemse soort. Hij komt vast van ver.

Hij kijkt plechtig uit zijn ogen, maar hij lijkt me wel een beetje dom. Wat voor een vogel zou het zijn?

 
 
Deze vogel noemen we een Dodo.
 
Een andere hop arriveert.
 
 
 
Hé, daar is nog zo'n vogel met een kroon.
 
 
Dát is interessant! Zijne Koninklijke Hopheid, dat betekent dat er meer zijn zoals jij?
 
 
Deze vogel is de zoon van mijn zoon. Ik ben zeg maar zijn opa.
 
 
Hij lijkt al zijn veren kwijt te zijn.
 
 
Dat komt omdat hij zo eerlijk is. De klikspanen joegen op hem, en de vrouwen ook, en die hebben hem helemaal kaalgeplukt.
 
 
Hemeltje! Zie je die vogel daar? Wat heeft die veel kleuren! Hoe heet die vogel?
 
 
Die daar? Dat is een papegaai.
 
 
Wow! Moet je zien!

Een hele zwerm vogels komt deze kant op!

 
 
Ja! Het is een ware vogelwolk!

Ze vliegen zo dicht op elkaar dat je de bomen niet meer ziet.

 
 
Daar is een patrijs.
 
 
Inderdaad! En dat daar is een frankolijn.
 
 
Kijk, een eend.
 
 
En daar, een ijsvogel. En wat is dat daar?
 
 
Dat is een baardvogel.
 
 
En daar komt een uil.
 
 
Wie is er nou zo gek om een uil hiernaartoe te brengen?

Athene heeft er al meer dan genoeg! Elk jurylid in elk rechtbank heeft er een.

 
 
Kijk! Een ekster!

En daar!

Een tortelduif!

Een zwaluw, een gehoornde uil, een buizerd, een duif, een valk, een ringduif, een koekoek, een roodpootgent, een putter, een purperkapjufferduif, een torenvalk, een parelduiker, een merel, een visarend, een specht, een—

 
 
Zo veel vogels!

En zo veel merels!

En wat zijn ze luid!

En wat komen ze snel op ons af!

Wat een kabaal! Wat een kabaal!

Willen ze ons pijn doen?

Oh! Daar! Daar!

Ze blijven ons met hun open snavels aanstaren!

 
 
Daar lijkt het op. En dat ziet er wel een beetje dreigend uit.
 
Een GROEP VOGELS arriveert.
 
 
 
GROEP VOGELS:Waar is degene die ons heeft ontboden?
 
 
Zijn jullie daar nu eindelijk?

Ik wacht al een uur!

Ik riep jullie niet voor niets bijeen, want ik heb jullie namelijk iets belangrijks te melden.

 
 
GROEP VOGELS:En wat dan wel?
 
 
Het is iets heel erg belangrijks.

Het heeft met onze veiligheid en onze toekomst te maken, en het is ook nog eens heel leuk.

Twee bedachtzame meneren kwamen speciaal mij opzoeken.

 
 
GROEP VOGELS:Wat? Waar heb je het nou weer over.
 
 
Wat ik probeer te zeggen is dat twee oude wijze mannen vanuit de stad hierheen zijn gekomen om een groots en briljant idee te presenteren!
 
 
GROEP VOGELS:Oh, nee! Wat zeg je ons nou! Er zijn hier mensen! Dat is vreselijk! Alarm!
 
 
Nee, nee! Maak je geen zorgen. Laat mijn woorden jullie alsjeblieft niet afschrikken.
 
 
GROEP VOGELS:Wat heb je dan precies gedaan?
 
 
Ik heb twee mannen verwelkomd omdat ze bij ons willen wonen.
 
 
GROEP VOGELS:Dus je hebt het toch gedaan! Je hebt toch mensen naar ons toe gebracht!
 
 
Ja, en ik ben er heel erg trots op dat ik dat gedaan heb.
 
 
GROEP VOGELS:Waar zijn ze?
 
 
Ze zijn gewoon hier, net als ik.
 
 
GROEP VOGELS:Wat? Verrader!
 
 
GROEP VOGELS:Onze vriend hier, deze vogel die wij altijd vertrouwden, deze vogel die net als wij, zij aan zij, maïskorrels van het land pikte, deze vogel heeft nu een van onze oude wetten overtreden.

Hij heeft een belangrijke gelofte gebroken, een eed die alle vogels bindt.

Hij heeft ons in de val gelokt en ons uitgeleverd aan de vijand.

Hij heeft ons blootgesteld aan de aanvallen van die gewetenloze ras die door alle tijden heen altijd oorlog tegen ons heeft gevoerd.

We zullen later wel besluiten wat we met deze verrader gaan doen, maar eerst gaan we deze twee oude mannen straffen; we scheuren ze aan stukken!

 
 
Het is gedaan met ons.
 
 
Jij bent de enige bron van al mijn problemen.

Waarom heb je mij in godsnaam meegenomen?

 
 
Gewoon, omdat ik het gezelliger vond zo.
 
 
Of was het omdat je me huilend op mijn knieën wilde zien?
 
 
Doe niet zo gek! Dat is klinkklare onzin.
 
 
Hoezo?
 
 
Hoe zou je nou kunnen huilen als de vogels je ogen hebben uitgepikt?
 
 
GROEP VOGELS:Voorwaarts! Ten aanval!

Werp jezelf bovenop de vijand! Omring ze van alle kanten! Neem ze te grazen en vergiet hun bloed!

Ze zullen er spijt van krijgen dat ze ooit hierheen kwamen!

Niets, maar dan ook niets kan ze nog redden.

Als wij klaar zijn met ze, dan is er niets meer van ze over.

Scheur ze aan stukken met jullie snavels! Peuzel ze op! Ten aanval!

Waar is de leider van de groep? Laat hem kennismaken met mijn rechtervleugel.

 
 
Het is gedaan met ons! Waar kan ik nu heen vluchten?
 
 
Wacht! Stop! Ga niet weg!
 
 
Zodat ze me aan stukken kunnen scheuren?
 
 
En hoe dacht je dan aan ze te kunnen ontsnappen?
 
 
Ik heb geen idee.
 
 
Kom, ik heb een plan hoe we hier levend uit kunnen komen.

We moeten blijven staan, en we moeten tegen ze vechten. We bewapenen ons met deze stoofpotten en pannen.

 
 
Met potten en pannen? Serieus?
 
 
De uilen zullen onze stoofpot zien en weten dat we uit Athene komen.

Ze weten dat we ontzag voor ze hebben. Zij zullen ons in ieder geval niet aanvallen.

 
 
Maar zie je dan niet al die scherpe klauwen om ons heen?
 
 
Grijp het spit, en steek ze daarmee als ze dichtbij komen.
 
 
En mijn ogen dan?
 
 
Bescherm ze met deze schaal.
 
 
Oh ja!
 
 
GROEP VOGELS:Voorwaarts! Ten aanval!

Treuzelt niet.

Scheur ze aan stukken met jullie snavels.

En sla vooral die stoofpot aan stukken!

 
 
Oh, waarom zijn jullie zo wreed tegen onze gasten?

Ze behoren tot dezelfde stam waar ik ook toe behoor.

Ze zijn familie van mijn vrouw.

Waarom zouden jullie hen vermoorden? Wat hebben ze jullie misdaan?

 
 
GROEP VOGELS:Worden wolven ooit gespaard?

En is de mens niet onze dodelijkste vijand?

Laten we ze afslachten.

 
 
Misschien zijn het dan wel onze natuurlijke vijanden, maar deze twee heren zijn ons vriendelijk gezind.

Ze zijn hier met goede bedoelingen heen gekomen, om ons nuttig advies te geven.

 
 
GROEP VOGELS:Advies! Van hun! De vijanden van onze voorvaderen!
 
 
Wijze mensen trekken vaak lering van hun vijand. Je kunt maar het beste zo voorzichtig mogelijk zijn. En leren wij vaak niet meer van onze vijanden dan van onze vrienden?

Zo hebben niet de vrienden, maar de vijanden van steden de mens geleerd om hoge muren rond hun steden op te trekken en hun schepen oorlogsklaar te maken.

En het is met deze kennis dat ze daarom vrouwen en kinderen en hun bezittingen kunnen beschermen.

 
 
GROEP VOGELS:Nou, goed dan. Laten we ze uithoren, want dat is wel verstandig.

Je kan inderdaad zelfs iets leren van je vijanden.

 
 
Ze lijken ietsje rustiger te worden.
 
 
Julie zullen hier geen spijt van krijgen.
 
 
GROEP VOGELS:We zijn nooit tegen jou ingegaan.
 
 
Ze lijken nu wat vreedzamer.

Laten we onze stoofpot en schalen neerzetten.

Maar laten we ze wel dicht bij ons houden, want we kunnen nog steeds niet vluchten als ze ons weer besluiten aanvallen.

 
 
GROEP VOGELS:Vogels, staakt jullie aanval.

Laten we eerst vragen wie deze twee mannen dan wel zijn, en waar ze vandaan komen, en waarom ze hier zijn.

Zijne Koninklijke Hopheid, geef antwoord.

 
 
Vroegen jullie mij iets?
 
 
GROEP VOGELS:Wie zijn die twee mannen? En waar komen ze vandaan?
 
 
Ze komen uit Griekenland, het land der wijzen.
 
 
GROEP VOGELS:En met welk doel zijn ze hierheen gekomen?
 
 
Hun liefde voor vogels. Ze willen graag leven als wij. Ze willen voor altijd bij de vogels leven.
 
 
GROEP VOGELS:Is dat zo... En wat zijn ze van plan dan?
 
 
Hun plannen zijn fenomenaal! Ongelooflijk! Fantastisch!
 
 
GROEP VOGELS:Wat voor voordeel hopen ze te behalen door hier, bij ons, te wonen?

Willen ze met onze hulp hun vijanden verslaan? Of willen ze dat we hun vrienden gaan helpen?

 
 
Het is andersom: als we met deze mannen samenwerken, dan zal dat voor ons vogels onbeschrijfelijk veel onvoorstelbare mooie dingen opleveren.

Om kort te gaan: alles wat jullie hier om jullie heen zien zal van jullie zijn. De hemel, de aarde, en alles daartussenin zal allemaal van de vogels zijn.

Dat is wat ze ons beloven.

 
 
GROEP VOGELS:Zijn ze niet goed bij hun hoofd?
 
 
Integendeel! Ze zijn juist erg bij zinnen!
 
 
GROEP VOGELS:Slimme mannen dus?
 
 
Ze zijn de vleesgeworden slimheid!
Nog slimmer dan vossen!
Mannen van de wereld!

Ze zijn sluw!

Het neusje van de intellectuele zalm!

 
 
GROEP VOGELS:De mensen mogen ons toespreken.

Maar laat ze opschieten, want we zijn erg nieuwsgierig geworden!

 
 
(Tegen twee bedienden)Jullie daar, raap al die wapens op en hang het binnen op bij de open haard.
 
 
(Tegen )En jij, je hebt permissie gekregen om de vogels toe te spreken.

Vertel ze waarom ik ze bijeen heb geroepen.

 
 
Alleen als ze beloven om mij niet te bijten of in stukken te scheuren of mijn ogen uit te krabben.
 
 
GROEP VOGELS:Beloofd.
 
 
Zweer het.
 
 
GROEP VOGELS:Op ons erewoord. Maar als we niet blij worden van wat je ons vertelt, dan behouden we ons het recht voor om je alsnog te overmeesteren.
 
 
Akkoord.
 
 
GROEP VOGELS: (Tegen )We vertrouwen je voor geen meter, maar we zijn bereid te luisteren.

Misschien weet je wel slimme manieren om onze macht te vergroten!

Spreek!

En als wat jullie verzonnen hebben in ons voordeel uitpakt, dan delen wij dat voordeel natuurlijk graag een beetje met jullie.

Maar vertel! Wat was de reden dat jullie ons opzochten? Wees niet bang, we zullen jullie niet aanvallen. Ten minste, niet voordat jullie klaar zijn met spreken.

 
 
Ik kan niet wachten om te spreken.
 
 
Nou, waar wacht je dan op?
 
 
(Tegen )Ik probeer de juiste, fijnste, smakelijkste woorden te vinden om door hun pantser van wantrouwen heen te breken.
 
 
(Tegen de vogels)Het stemt me zó droevig dat jullie ooit eens heersers waren...
 
 
GROEP VOGELS:Heersers? Over wie?
 
 
Over alles!

Nu heersen jullie over mij en deze man naast mij.

Maar jullie zouden ook moeten heersen over de oppergod Zeus zelf, want jullie ras is eigenlijk ouder dan Saturnus, ouder dan de Titanen en de Aarde.

 
 
GROEP VOGELS:Wát zeg je nou? Is ons ras zelfs ouder dan de aarde?
 
 
Ja zeker!
 
 
GROEP VOGELS:Maar dat wisten wij niet!
 
 
Dan hebben jullie zeker nooit Aesop's fabels gelezen.

Want dan hadden jullie wel geweten dat de leeuwerik geboren was voor alle andere wezens, en dat de leeuwerik zelfs geboren was voordat de aarde bestond.

Zijn vader overleed, maar de aarde bestond op dat moment nog helemaal niet.

En omdat er geen aarde bestond, was de vader na vijf dagen nog steeds niet begraven.

De leeuwerik worstelde met dit dilemma, en het besloot uiteindelijk in arren moede om zijn vader dan toch maar in zijn eigen hoofd te begraven.

 
 
En omdat wij dus leefden voordat de aarde bestond, en voordat er zelfs maar goden waren, en wij er dus als eerste waren, horen wij over alles te heersen.
 
 
Ongetwijfeld. Maar ik zou mijn snavels maar slijpen, want Zeus zal niet zomaar zijn macht overdragen aan een specht.
 
 
En daarom waren het niet de goden, maar de vogels die als eerste heer en meester waren over alles.

Daar zijn veel bewijzen van.

Zo was daar bijvoorbeeld de haan die over de Perzen regeerde voordat er koningen waren, voordat Darius en Megabyzus leefden.

En daarom is de haan de mascotte van de Perzen.

 
 
En daarom ook is het tot de dag van vandaag de enige vogel die zo'n mooie rode hanenkam draagt, net als de Grote Perzische Koning.
 
 
De vogel is zó machtig, dat alle mensen nu nog steeds meteen uit bed springen zodra de haan kraait bij dageraad.
 
 
En daarom doen smeden, pottenbakkers, leerlooiers, schoenmakers, korenhandelaren, liermakers en wapensmeden allemaal 's ochtends hun schoenen aan om naar werk te gaan.
 
 
Nou, hanen die kraaien, daar weet ik alles van!

Door een haan verloor ik namelijk ooit eens een prachtige tuniek van Frygische wol.

Ik was op een feest ter ere van de geboorte van een kind.

En ik was er net in slaap gevallen omdat ik te veel gedronken had toen een haan in het midden van de nacht begon te kraaien.

Ik stond op en ging op pad naar Alimos, denkende dat het al ochtend was.

Ik had nog geen stap buiten de stadsmuren gezet of ik voelde een harde klap tegen mijn hoofd.

En toen viel ik. Ik wilde de dief nog naroepen, maar hij was er al vandoor met mijn mantel.

 
 
Daarvoor waren het de roofvogels die de scepter zwaaiden over de Grieken.
 
 
Over alle Grieken? Echt waar?
 
 
De Grieken leerden al snel om de roofvogels met eerbied en respect te behandelen omdat hun terugkeer de lente aankondigde.

De Koekoek heerste over Egypte en over heel Fenicië; bij de eerste “koek koek!” renden alle Feniciërs namelijk naar de velden om hun graan te oogsten, want de koekoek kondigt ten slotte altijd de oogsttijd aan.

 
 
En daar komt waarschijnlijk het volgende spreekwoord vandaan, “op koekoekroep overdag, volgt vaak regenslag.”
 
 
De vogels waren zo machtig, dat de koningen van de Griekse steden, zoals bijvoorbeeld Agamemnon en Menelaus, een vogel bovenop de top van hun scepters hadden geplaatst. Die toppen van scepters werden vaak cadeau gedaan.
 
 
Dat wist ik niet!

Ik was wel verbaasd toen Priam op het theaterpodium verscheen met een vogel die in de gaten hield of Lysicrates cadeau's kreeg.

 
 
Maar het sterkste bewijs dat de vogels oppermachtig zijn is misschien wel dat de oppergod Zeus zelf altijd geportretteerd wordt met een adelaar op zijn hoofd.

Zijn dochter heeft een uil, en Phoebus, zijn bediende, een havik.

 
 
Je hebt mooi gesproken.

Maar wat doen al die vogels in de hemel?

 
 
Als elk mens de ingewanden van zijn dier aan de goden offert, dan krijgen de vogels volgens de gebruikelijke rituelen eerst hun deel, vóórdat Zeus zijn aandeel krijgt.

En daarvoor baden de mensen altijd voor de vogels en nooit voor de goden. Lampon bidt nu nog steeds voor de gans, en nooit voor een god, voordat hij gaat slapen.

Het moge dus duidelijk zijn dat de eens formidabele, machtige, heilige vogels nu worden gezien als zwakke bedienden en domoren.

Mensen gooien stenen naar de vogels als waren het zwervers, en dat zelfs op heilige grond.

Hele stammen vogelvangers leggen vogelvallen. Ze smeren takken in met lijm, ze gebruiken netten en dergelijke, allemaal om jullie vogels te kunnen vangen.

En als jullie gevangen zijn, dan worden jullie per stapel verkocht. Koophandelaren zitten vervolgens met hun vieze vingers aan jullie lichamen om te voelen of jullie wel dik genoeg zijn.

En als ze jullie nou alleen zouden roosteren! Maar nee, ze raspen eerst kaas in een mengsel van olie en azijn en wat kruiden, en daar voegen ze een zoete saus aan toe, en dat kokendhete goedje wordt dan over jullie ruggen uitgegoten.

 
 
GROEP VOGELS:Heer, jouw woorden doen ons verdriet.

Wij hebben duidelijk erg geleden onder het feit dat onze voorouders verzuimd hebben hun hoge rang aan ons over te dragen.

Maar wat een geluk dat jullie nu ons pad doorkruisten!

Jullie zullen onze verlosser zijn.

Wij hebben het grootste vertrouwen in jullie, en ons lot is vanaf nu in jullie handen.

Maar vertel ons snel wat we nu moeten doen!

We moeten op alle mogelijke manieren onze uiterste best doen om onze macht terug te krijgen.

Anders hebben we zelfs geen recht van leven.

 
 
Ik adviseer alle vogels om zich in één stad te verzamelen om vanuit daar samen een muur te bouwen rond de lucht die de aarde scheidt van de hemel.
 
 
Vogels! Is dat niet een briljant idee!
 
 
En wanneer de muur af is, dan eisen jullie van Zeus heerschappij over de wereld terug.

Gaat Zeus niet akkoord, en weigert hij zich over te geven, dan beginnen jullie een heilige oorlog tegen hem.

Vanaf dat moment verbieden jullie alle goden om vrijelijk door de lucht en de wolken tussen de hemel en de aarde te reizen zoals ze tot dan toe al die tijd hebben kunnen doen.

En als er tóch goden zijn die door jullie luchtruim proberen te reizen, dan ketenen jullie ze.

Vervolgens sturen jullie een andere boodschapper naar de mensen.

Deze boodschapper zal aankondigen dat jullie vanaf nu heer en meester zijn over het universum, en dat de mens in de toekomst eerst offers moet brengen aan de vogels voordat ze offers mogen brengen aan de goden.

Daarbij wijzen jullie elke god een vogel toe die het beste bij hun past.

Als mensen willen offeren aan Afrodite, laat ze dan eerst gerst offeren aan de meerkoet.

En als ze een lam willen offeren aan Poseidon, laat ze dan eerst tarwe offeren aan de eend, want water is het domein van zowel de eend als van Poseidon.

Als de mens een stier offert aan Heracles, dan ook honingkoekjes aan de meeuw, want die is net zo vraatzuchtig als Heracles.

Als een geit wordt geslacht voor koning Zeus, dan is daar een winterkoninkje waar éérst een mannetjesmug aan geofferd moet worden.

 
 
Ik zie het nu al voor me, Zeus, woedend van machteloosheid!

Ik verheug me er nu al op de goden te mogen straffen!

 
 
Maar we hebben vleugels.

De mensen zouden ons altijd blijven zien als vogels en ons nooit accepteren als hun nieuwe goden.

 
 
Wat een onzin!

Hermes heeft vleugels, en vele andere goden hebben volgens mij ook vleugels. Ik durf te wedden dat Eros vleugels heeft, en Homerus vergelijkt Iris niet voor niets met een timide duif.

Als mensen daar blind voor zijn en jullie niet accepteren als hun nieuwe goden, en als ze de bewoners van Olympus blijven aanbidden, laat dan een wolk mussen nederdalen op hun korenvelden, en laat ze alle zaadjes opeten.

Dan zullen we nog wel eens zien of de goden ze goed gezind zijn gedurende de oogsttijd.

 
 
Dat zullen ze zeker niet, en de goden zullen ongetwijfeld duizenden smoesjes verzinnen.
 
 
De kraaien kunnen zich ook nuttig maken door de ogen uit te pikken van de dieren die eigendom zijn van mensen.
 
 
Oh, nee! Niet doen!

Wacht tot ik mijn twee jonge stieren verkocht heb!

 
 
Maar als ze daarentegen wel accepteren dat jullie nu heer en meester zijn over alles, dan zouden ze daarvoor rijkelijk beloond worden.
 
 
En hoe zouden we ze dan belonen?
 
 
Nou, om te beginnen zouden ze niet meer bang hoeven te zijn voor sprinkhanenplagen.

Legioenen uilen en andere vogels zouden ze versmaden voordat ze een kans kregen.

En daarenboven zouden de muggen en andere insecten geen vijgen meer verwoesten.

Een zwerm lijsters zou ze allemaal, een voor een, verslinden.

 
 
En hoe gaan we de mensen rijk maken? Want dat is natuurlijk wat ze het allerliefste willen.
 
 
Als ze dat vragen, vertel ze dan dat jullie ze de meest lucratieve goudmijnen kunnen aanwijzen, en dat jullie hun boten de weg kunnen wijzen naar landen waar ze hun spullen kunnen verkopen, en dat geen schip meer zal vergaan en geen matroos meer zal omkomen.
 
 
Geen matroos zal ooit meer omkomen? Hoe gaan jullie dat voor elkaar krijgen?
 
 
Als de mensen slim genoeg zijn om de vogels om advies te vragen, dan zal er altijd wel een vogel zijn die zegt, “Vertrek niet! Er komt een storm!”

Of het zal zeggen, “Ga! Vrouwe Fortuna zal jullie goed gezind zijn.”

 
 
Als dat waar is, dan koop ik een handelsschip en dan ga ik zelf ook varen!

Dan blijf ik echt niet hier bij de vogels!

 
 
Jullie zullen de locaties kunnen aanwijzen van kostbare schatten die lang, lang geleden begraven waren, omdat jullie precies weten waar ze te vinden zijn.

Piraten zeggen ten slotte niet voor niets, “Alleen de vogels weten waar ik mijn schat begraven heb.”

 
 
In dat geval verkoop ik mijn boot en koop ik een schep om de rijkelijk gevulde schatkisten op te graven!
 
 
En hoe gaan we er voor zorgen dat de mensen gezond blijven? Dat kunnen toch alleen de goden?
 
 
Ze zijn toch gelukkig? En is dat niet het allerbelangrijkste voor je gezondheid?
 
 
En hoe gaan we de mensen helpen heel erg oud te worden? Want daar gaan alleen de goden over, toch?

Moeten alle mensen dan van nu af aan vroeg komen te overlijden?

 
 
Nee joh. De vogels zullen hun leven met driehonderd jaar verlengen!
 
 
En waar halen ze die driehonderd jaren dan vandaan?
 
 
Van henzelf natuurlijk. Wist je dan niet dat de kraaiende kraai wel vijf keer zo lang leeft als een mens?
 
 
Ah! Nu zie ik het. De vogels zijn inderdaad zelfs veel betere heer en meesters over de mens dan de grote oppergod Zeus zelf!
 
 
Ze zijn veel beter voor ons, toch? En, ook niet onbelangrijk: we zullen geen grote, dure, stenen tempels voor ze hoeven te bouwen met van die kostbare gouden poorten.

Ze zullen leven tussen de struiken en de bladeren van de eikenboom.

En zelfs de meest aanbeden vogels zullen alleen het gebladerte van de olijfboom nodig hebben.

We zullen niet meer naar Delphi of Ammon hoeven af te reizen om te offeren aan de goden!

We hoeven alleen maar tussen de bomen in te staan met een uitgestrekte hand gevuld met granen en gerst en ze te smeken hun zegeningen met ons te delen.

En die krijgen we dan ook nog!

En dat in ruil voor slechts een paar korrels graan en gerst.

 
 
GROEP VOGELS:Oude heer, wij hadden eerst een hekel aan je, maar nu zien we dat je duidelijk het aller-allerbeste met ons voor hebt!

We zullen nooit verzuimen om, als het maar even kan, je advies op te volgen.

Geïnspireerd door jouw woorden zullen we vanaf nu de goden, onze rivalen, hun plaats wijzen. En als je aan onze kant staat, en als je ons trouw bent, dan zullen we samen snel hun scepter kunnen bemachtigen.

Het is aan ons om de rol van heerser op ons te nemen, zoals het jouw rol was om ons dat te adviseren.

 
 
Mooi! Laten we verder geen tijd meer verspillen!

Laten we zo snel mogelijk handelen... Kom met me mee naar mijn nest gemaakt van takken en bladeren, en vertel me eens hoe jullie heten.

 
 
Ik heet Pisthetaerus.
 
 
En hoe heet jij?
 
 
Euelpides.
 
 
Mooi zo! En moge jullie een voorspoedig leven leiden.
 
 
Dank.
 
 
Kom, laten we vertrekken.
 
begint weg te gaan.
 
 
 
Hé, hallo! Kom eens terug! Hoe moeten we je nu volgen? We kunnen toch niet vliegen? We hebben toch geen vleugels?
 
 
Goed, goed, het is al goed.
 
 
Ken je het fabeltje van Aesop waarin het niet goed afliep met de vos omdat hij een alliantie was aangegaan met een adelaar?
 
 
Rustig nou maar. Ik zal je een speciale wortel geven waarvan je vleugels krijgt.
 
 
In dat geval volgen we je graag.

Bedienden, pak onze baggage.

 
 
GROEP VOGELS:Geef ze een feestmaal.
 
 
Laten we naar binnen gaan.
 
 
Leid ons de weg. En moge vrouwe Fortuna ons goed gezind zijn.
 
   en gaan weg.
 
 
 
GROEP VOGELS:Oh mensen, wat zijn jullie toch onmetelijk zwakke stervelingen!

Geketend aan de aarde, zijn jullie zo broos als het gebladerte van het bos.

Voor ons zijn jullie niet meer dan schaduwen op de grond.

Wij, onsterfelijke, goddelijke wezens daarentegen zijn eeuwig en voor altijd jong, en verzonken in tijdloze gedachten.

Luister, en we zullen je alles vertellen wat er te weten valt over alle zaken tussen hemel en aarde.

We zullen je alles vertellen wat er te weten valt over ons, de vogels.

Hoe we zijn.

De chaos tijdens het ontstaan van de vogel.

En hoe dat vervolgens de bron was voor het ontstaan van de goden, de rivieren en al het andere.

En daarna zullen jullie meer kennis en wijsheid hebben dan zelfs de meest belezen filosofen.

Iedereen zal jaloers zijn op jullie.

In den beginne was er alleen Chaos, Nacht en Duister, en de hel in de Onderwereld.

Hemel, Aarde en de Lucht bestonden nog niet.

Op een dag legde Nacht, met haar zwarte vleugels, een ei in de oneindige diepte van het Duister.

Na een tijd kwam het ei uit.

En uit dit ei ontsprong de gracieuze God genaamd Eros, snel als de wervelwinden van de storm met zijn glinsterende gouden vleugels.

Hij paarde met Chaos in de diepe Onderwereld, ook gevleugeld, net als hij.

Hieruit kwam ons ras voort, het ras van de vogels.

Het ras dat als eerste het licht zag.

De onsterfelijke goden bestonden dus nog helemaal niet toen Eros de benodigde ingrediënten bij elkaar bracht om de wereld te scheppen.

Pas na het huwelijk tussen Eros en Chaos konden de hemel, de oceaan en de aarde worden geschapen, en dááruit ontstond uiteindelijk pas het ras van de goden.

Wij vogels waren er dus veel eerder dan de goden.

Er is veel bewijs dat wij de nakomelingen zijn van Eros.

En hoe belangrijk zijn de diensten wel niet die wij aan de mensen verlenen!

Zo geven wij bijvoorbeeld aan wanneer de seizoenen beginnen: lente, zomer, herfst en winter.

Wanneer de kraanvogel naar Libië migreert, weet de boer dat hij moet zaaien, en de schipper dat hij beter thuis kan blijven.

En de andere mensen weten dan dat ze een tuniek moeten weven zodat de strenge kou ze er niet toe zal aanzetten om kleren van anderen te stelen.

En wanneer de roofvogel weer verschijnt, dan betekent dat het begin van de lente en van de periode waarin de vacht van de schapen moet worden geschoren.

Als iemand een zwaluw heeft gezien, dan haast iedereen zich om zijn warme tuniek te verkopen om dunne kleding aan te schaffen.

Wij zijn jullie goden, wij zijn jullie orakels; wij zijn jullie Ammon, jullie Delphi, jullie Dodona, jullie Phoebus, en Apollo.

Voordat jullie ook maar iets durven te ondernemen, of het nu gaat om een zakelijke transactie, een huwelijk of de aankoop van voedsel, raadplegen jullie altijd eerst de vogels.

Bij jullie is altijd alles een voorteken. Als iemand niest is dat een voorteken. Een toevallige ontmoeting is een voorteken, een onbekend geluid is een voorteken.

En jullie luisteren daarom ook naar alle signalen die wij jullie geven. Alles wat we doen is een voorteken voor jullie. Is het jullie niet duidelijk dat wij jullie profetische Apollo zijn?

Als jullie erkennen dat wij jullie goden zijn, dan zullen wij jullie voorspellende waarzeggers zijn.

Door ons zullen jullie alles van het weer weten. Jullie zullen weten hoe de wind waait, wanneer de seizoenen beginnen; de zomer, de winter en de gematigde maanden.

We zullen ons niet achter de wolken verschuilen zoals de oppergod Zeus wel doet.

In plaats daarvan zullen we bij jullie op aarde wonen.

Wij zullen jullie gezondheid en rijkdom schenken.

Wij zorgen dat jullie een lang leven tegemoet kunnen zien.

Jullie zullen kunnen leven in vrede, en lang jong blijven.

Een leven met veel gelach en vrolijkheid en liederen en feesten voor jullie, maar ook voor jullie kinderen, en de kinderen van jullie kinderen.

Kortom, we zorgen ervoor dat jullie er beter van worden, op jullie gemak zullen zijn, zachtaardig, en verzadigd van plezier.

Het is belangrijk om te weten dat alles wat schandelijk en bij wet verboden is op aarde, vaak juist fatsoenlijk is bij ons.

Zo wordt het bij jullie als een misdaad beschouwd om andere mensen in elkaar te slaan, maar bij ons wordt dat als iets goeds gezien.

Wij vogels vinden het prima om recht op iemand af te rennen en hem om de oren te slaan met de woorden: “Kom dan, gebruik je klauwen als je wilt vechten!”

Jullie veroordelen een werknemer die zomaar wegrent, maar voor ons gevoel gedraagt hij zich dan net als een gevlekte frankolijn.

Kom je uit een arm gezin?

Dan kan je bij ons nog steeds elke andere vogel kiezen om je partner te zijn, of je nou rijk bent of arm.

Als een man door de stadspoorten vlucht voor iemand waar hij ruzie mee heeft, dan is hij voor ons net een patrijs, en bij ons is het geen schande om zo slim te ontsnappen als een patrijs.

En wat is er nou nuttiger en aangenamer dan het hebben van vleugels.

Stel je bijvoorbeeld een man voor die sterft van de honger!

Als hij nou vleugels had gehad, dan had hij kunnen wegvliegen. En hij had dan gewoon even snel naar huis kunnen vliegen om te eten, om dan vervolgens weer met een gevulde maag terug te keren.

Iemand die heel erg nodig naar de w.c. moest zou niet bang hoeven te zijn voor een vieze onderbroek. Als hij kon vliegen, dan zou hij even kunnen wegvliegen, zijn behoefte kunnen doen in de lucht, en dan weer terugkeren.

Zijn vleugels niet van onschatbare waarde?

Als er mensen zijn die de rest van hun leven rustig tussen de vogels willen leven, laat ze dan naar ons komen! Wij heten jullie welkom.

 
en komen terug met vleugels op hun rug.
 
 
 
(Kijkt naar 's nieuwe vleugels)Hé, wat is dat nou!

Zoiets raars heb ik nog nooit gezien.

Jij ziet er belachelijk uit, zeg!

 
 
Waarom lach je mij nou uit?
 
 
Dat komt door die vleugels. Heb je enig idee hoe belachelijk je er uit ziet? Je lijkt wel op een door een amateur geschilderde gans.
 
 
Nou, jij lijkt anders op een ongeschoren merel.
 
 
We vroegen er wel om, om die vleugels.
 
komt terug.
 
 
 
En nu? Wat moeten we nu doen?
 
 
Eerst moeten we een fameuze naam verzinnen voor deze grootse nieuwe stad. En daarna moet je offeren aan de goden.
 
 
Volgens mij ook.
 
 
Goed. Laten wij eens zien. Hoe zullen we onze stad noemen?
 
 
Misschien een pretentieuze naam? Zullen we het Sparta noemen?
 
 
Oh god, alsjeblieft, nee, niet Sparta!
Zelfs als ik alleen maar een bundel stro had om op te slapen, dan zou ik nóg geen sober Spartaans leven willen lijden. Doe me een lol, zeg.
 
 
Nou, wat stel jij dan voor?
 
 
Iets met wolken en lucht, gerelateerd aan de verheven regio's waarin we leven, misschien?
 
 
Wat vind je van de naam Luchtkasteel-Stad?
 
 
Mijn hemel! Dat is een briljante naam!
 
 
Luchtkasteel-Stad wordt zeker weer zo'n stad waar iedereen van alles belooft en waar niemand ooit zijn belofte nakomt.
 
 
Nee nee, het wordt deze keer een echte, heuse, nette, fatsoenlijke stad, eentje die beschermd wordt door de goden.
 
 
Oh! In zo'n stad zou ik wel graag willen wonen.

Maar welke god wordt dan de beschermheilige van deze stad?

 
 
Ik stel voor dat we kiezen voor dezelfde godin die beschermheilige is van Athene.
 
 
Oh, ja, wow, dezelfde patroonheilige!

Als wij precies die zelfde vrouwelijke godin kiezen, dan gaan de ambtenaren van Athene zeker te weten zwaar over de zeik, en dat zou helemaal te gek zijn! Ik pak alvast de popcorn!

 
 
En wie bewaakt de muren rond onze nieuwe stad?
 
 
Er is bij ons een vogel van Perzische afkomst die beschouwd wordt als de dapperste en sterkste van ons allemaal, en dat is de enige echte, originele vechthaan.
 
 
Een nobele haan! Dat zou een geweldige vogel zijn om onze luchtkasteel te verdedigen.
 
 
(Tegen )Kom! Aan het werk jij.

Je moet de lucht in om de vogel-arbeiders te helpen die muur in de wolken te bouwen.

Die puin draagt zich niet vanzelf omhoog.

Aan de slag!

Meng de mortel.

Breng de manden met bouwmaterialen omhoog en tuimel daarna zo snel mogelijk van de ladder af.

En stop niet totdat ons luchtkasteel af is.

Houd de wacht, en zorg dat de vuren niet doven.

Loop rond met een bel, en wek de bewakers die in slaap zijn gevallen.

Maar voel je vooral vrij om daar zelf ook een minuutje te slapen hoor.

En als de bouw klaar is, sommeer dan zowel de goden als de mensen om een bode naar ons te sturen.

 
 
En jij dan? Maak je vooral niet te moe. Span je vooral niet te veel in, hoor. Ik hoop dat je de pleuris krijgt.
 
 
Ga, mijn waarde vriend.

En doe wat ik je opgedragen heb, want zonder jou erbij zullen ze mijn bevelen zeker niet opvolgen.

Ik zal ondertussen de offers aan onze nieuwe goden voorbereiden. Ik zal er een priester bijroepen voor de ceremonie.

Bediendes! Breng me een kruik gewijd water.

 
 
GROEP VOGELS:We zullen doen wat je ons hebt opgedragen. En we hopen ook dat je jouw krachtige en plechtige gebeden tot de goden zal richten. En dat je een schaap zal castreren als teken van onze dankbaarheid.

En laten wij nu een lied zingen ter ere van de goden. Zing! Zing!

 
 
(Tegen )Jullie hebben genoeg gezongen!

Hup! Aan het werk, jullie!

 
Een PRIESTER arriveert.
 
 
 
Er is een priester gearriveerd! Het is tijd om offers te brengen aan onze nieuwe goden.
 
 
PRIESTER:Ik zal nu beginnen.

We bidden nu tot de Godin van de haard van de vogels.

En we bidden tot de roofvogel die voor de haard zorgt.

En we bidden ook tot alle andere vogelgoden en godinnen.

 
 
GROEP VOGELS:Bid ook tot de havik, die de heilige bewaker is van Sunium, god van de ooievaars!
 
 
PRIESTER:We bidden nu tot de zwaan van Delos, en we bidden tot Latona, de moeder van de kwartels, en tot de distelvink van Artemis.
 
 
PRIESTER:En aan Bacchus, en de vink en aan Cybele, de struisvogel en moeder van de goden en de mensheid.
 
 
GROEP VOGELS:Oh, soevereine struisvogel! Wees de beschermheilige van de Luchtkasteel-Stad-bewoners, en ook aan de trouwste bondgenoten van Athene—
 
 
Ha! De trouwste bondgenoten van Athene! Laat me niet lachen.

Athene heeft helemaal geen bondgenoten.

 
 
GROEP VOGELS:— aan de helden, de vogels, aan de zonen van helden, aan de porphyrion, de pelikaan, de lepelaar, de roodborst, het korhoen, de pauw, de gehoornde uil, de wintertaling, de roerdomp, de reiger, de stormvogel, de vijgenpikker, de mees —
 
 
Stelletje idioten! Waarom nodigen jullie de gieren en de zeearenden uit?

Begrijpen jullie dan niet dat een enkele roofvogel gemakkelijk alle andere vogels in één keer kan wegjagen?

Hou op, genoeg! Jullie maken me horendol met jullie eindeloze opsomming.

Verlaat ons nu, met hoofdbanden en al.

Ik zal het offer zelf, in mijn eentje voltooien.

 
 
PRIESTER:We hebben een probleem.

Het is van cruciaal belang dat ik een heilig lied zing voor de rite van het heilige water.

En dat ik ten minste één onsterfelijke oproep.

Maar dat kan ik alleen doen als je wat geschikt voedsel hebt om te offeren.

En voor zover ik kan zien, heb je alleen maar wat haren en nagelknipsels.

 
 
Laten we in plaats daarvan nu liever onze offers en onze gebeden naar de vogels, de nieuwe, gevleugelde goden sturen.
 
Een POËET arriveert.
 
 
 
POËET:Waarom eren jullie je roemruchte stad, Luchtkasteel-Stad, niet in fantastische liederen?
 
 
Waar kom jij nou ineens vandaan? Wie ben jij dan wel niet?
 
 
POËET:Ik ben hij wiens taal zoeter is dan honing.

Ik ben “de ijverige slaaf van de Muzen,” zoals Homerus het ooit eens mooi zei.

 
 
Jij, een slaaf? Maar je hebt geen lang haar als een slaaf.
 
 
POËET:Nee, dat is waar.

Maar feit is dat alle poëten, zoals ik, de onvermoeibare slaven zijn van de Muzen.

Dat heeft Homerus zelf gezegd.

 
 
Je capuchon verbergt je gezicht goed, moet ik zeggen.

Wat verschaft ons het bedenkelijke genoegen jou hier te mogen zien?

 
 
POËET:Ik heb een groot aantal prachtige verzen gecomponeerd ter ere van Luchtkasteel-Stad, de beste zangeressen ter wereld waardig.
 
 
En hoe lang geleden heb je die verzen dan wel niet gecomponeerd?
 
 
POËET:Oh! Deze stad wordt al heel erg lang bezongen!

Al heel, heel erg lang.

 
 
Maar hoe kan dat nou!

Met dit offer vieren we nú net de stichting van deze stad!

Ik heb deze stad nét een naam gegeven!

 
 
POËET:“De adelaars vliegen met gezwinde spoed, zoals ook de stem van de Muze dat doet.”
 
 
(Aan de lezer)Ik word gek als ik de hele tijd naar deze onzin moet luisteren.

We moeten hem op de een of andere manier zien kwijt te raken.

Misschien verlaat hij ons wel als we hem een cadeau geven.

 
 
Hé! Jij daar! Jij, met je bontjas en je tuniek.

Trek je bontjas uit, en geef het aan deze knappe dichter.

 
 
(Tegen de POËET)Hier, pak aan. Neem deze jas, je lijkt te rillen van de kou.
 
 
POËET:Mijn Muze is je eeuwig dankbaar voor dit geschenk. Maar laten we nu mijn verzen oefenen, zodat je ze kunt onthouden.
 
 
Oh! Wat een vervelend ventje! Hoe kom ik nou van hem af!
 
 
POËET:“Straton dwaalt tussen de Scythische nomaden, maar hij is zó verdrietig, want hij draagt alleen maar een dierenhuid, en geen tuniek gemaakt van linnen.”

Begrijp je wat ik probeer te zeggen?

 
 
Ja, dat begrijp ik maar al te goed. Je wil dat ik je ook een tuniek geef.
 
 
(Tegen )Hé! Jij daar! Doe je tuniek uit.
“We” moeten de dichter helpen. (Tegen de POËET)Pak aan. En nu wegwezen, jij.
 
 
POËET:Ik ga nu.

En terwijl ik vertrek, laat ik jullie achter met de volgende verzen die ik aan deze stad opdraag:

“Oh grote Phoebus, gezeten op de gouden troon, vier de stichting van deze ijskoude, ijskoude stad die ik wist te bereiken na lange reizen door vruchtbare en met sneeuw bedekte vlaktes.

“Tralala! Tralala!”

 
De POËET danst weg.
 
 
 
Jij hebt lef, om te zingen over kou nadat ik je een bontjas en tuniek gegeven heb!

Maar hoe kon deze verdomde dichter nou zo snel van onze stad afweten? (Tegen de PRIESTER)Priester, neem het heilige water, en loop om het altaar heen.

 
 
PRIESTER:Laten wij allen samen stil zijn!
 
De PRIESTER bereidt zich voor om een geit te offeren.

Een PROFEET arriveert.

 
 
 
PROFEET:Ik verbied je de geit te offeren.
 
 
Wie ben jij?
 
 
PROFEET:Wie ik ben? Ik ben een profeet.
 
 
Ga weg.
 
 
PROFEET:Hier krijg je spijt van.

Weet je wel dat je nu een heilige beledigt?

Ik kwam hier om te vertellen dat een orakel van Bacis voorspellingen heeft gedaan over uw stad, Luchtkasteel-Stad.

 
 
Waarom heb je me dat verdomme niet verteld vóór ik mijn stad stichtte?
 
 
PROFEET:De heilige geest stond dat niet toe.
 
 
Het is beter voor ons als we weten wat het orakel te zeggen had.
 
 
PROFEET:“Maar voordat de wolven en de witte kraaien kunnen samenwonen tussen Korinthië en Sicyon—”
 
 
Waarom zou ik me druk moeten maken over Korinthië?
 
 
PROFEET:Daarmee bedoelde het orakel het gebied onder jouw stad, de lucht en de wolken tussen hemel en aarde.

Ik vervolg:

“Moeten ze eerst een witte geit offeren aan Pandora.

En ook moeten ze de eerste die mijn woorden onthult een goede jas met capuchon en nieuwe sandalen geven. ”

 
 
Maar je hebt toch al sandalen aan?
 
 
PROFEET:Ik ben nog niet klaar.

“En daarnaast zal hij ook nog een groot bokaal wijn schenken, en een flink deel van de ingewanden van de offergeit.”

 
 
Van de ingewanden—zei het orakel dat echt?
 
 
PROFEET:Ik ben nog niet klaar.

“Als je doet wat ik zeg, dan zal je zijn als een arend tussen de wolken. En zo niet, dan zult je zelfs geen tortelduif zijn, en zelfs geen specht.”

 
 
Is dat alles?
 
 
PROFEET:Ik ben nog niet klaar.
 
 
Want wat dit orakel zegt is heel anders dan wat Apollo me schreef:

“Als een bedrieger onaangekondigd langs komt om je te irriteren tijdens het offeren van een geit, en als deze bedrieger dan ook nog eens een deel van het offer opeist, sla dan met een stevige stok op zijn ribben.”

 
 
PROFEET:Onzin!
 
 
“En spaar hem vooral niet.”
 
 
PROFEET:Staat dat daar allemaal geschreven?
Ik geloof er niks van.
 
 
Hier. Lees zelf maar.

En knoop jezelf daarna vooral op.

 
slaat de PROFEET met een stok.
 
 
 
PROFEET:Oh! Waarom moet mij dit nu overkomen.
 
 
Ga weg, en houd je profetieën voortaan voor je.
 
De PROFEET vlucht weg.

Een LANDMETER arriveert.

 
 
 
LANDMETER:Ik kom jullie helpen.
 
 
Nog zo'n lastpak! En wat kom jij hier doen? Wat ben jij dan van plan? Waarom ben jij helemaal hierheen gekomen?
 
 
LANDMETER:Ik wil de ruimte in de lucht voor je opmeten en in percelen verdelen.
 
 
En wie ben jij dan wel niet?
 
 
LANDMETER:Ik? Ik ben Meton, de beroemdste landmeter van Griekenland.
 
 
Wat zijn de dingen die je daar hebt?
 
 
LANDMETER:Dit zijn de instrumenten waarmee ik de lucht voor je ga opmeten.

De ruimtes in de lucht hebben precies de vorm van een cylinder. Zoals een oven, zeg maar.

Met deze kromme liniaal trek ik een lijn van boven naar beneden.

Vanuit een van de punten teken ik vervolgens een cirkel met mijn kompas.

Snap je?

 
 
Nee, ik begrijp er geen snars van.
 
 
LANDMETER:Nou, en met mijn rechte liniaal maak ik dan zeg maar een vierkant binnen de cirkel.

In het midden bevindt zich dan de marktplaats waar alle rechte straten naar toe leiden, als een soort ster.

 
 
Meton, ben je een wijs man?
 
 
LANDMETER:Waarom vraag je dat?
 
 
Omdat ik goed bedoeld advies voor je heb:

Gebruik je benen.

Ren weg.

 
 
LANDMETER:Maar waarom?

Wat heb ik te vrezen dan?

 
 
Het is hetzelfde waar je ook bang voor moet zijn in Sparta:

Vreemdelingen worden daar keihard met stokken geslagen, gestenigd, en weggejaagd.

 
 
LANDMETER:Is er dan een opstand in je stad?
 
 
Nee, zeker niet.
 
 
LANDMETER:Wat is er dan aan de hand?
 
 
We hebben besloten om alle kwakzalvers en bedriegers ver van onze grenzen te jagen.
 
 
LANDMETER:In dat geval ga ik weg.
 
 
(Slaat hem)Ik vrees dat het te laat is.
 
 
LANDMETER:Och, arme ik...
 
De LANDMETER rent weg.
 
 
 
Ik had je gewaarschuwd.
En nu wegwezen jij.

Ga maar lekker ergens anders landmetertje spelen.

 
Een INSPECTEUR arriveert.
 
 
 
INSPECTEUR:Waar zijn mijn beveiligers?
 
 
Wie is dit?
 
 
INSPECTEUR:Ik ben willekeurig gekozen om Luchtkasteel-Stad te inspecteren.
 
 
Een inspecteur!

En wie heeft je hierheen gestuurd, schurk?

 
 
INSPECTEUR:Het was een besluit van de gouverneur.
 
 
En dan ga je nu zeker gewoon niks doen, je onverdiende salaris in je zak steken, en dan weggaan?
 
 
INSPECTEUR:Dat was ik wel van plan, ja.

Want ze hebben me ook dringend nodig in Athene om de vergadering bij te wonen om de belangen van de Pharnacen te behartigen. (Aan de lezer)Ze waren slim genoeg om mij steekpenningen te betalen.

 
 
(Slaat de INSPECTEUR)Hier, pak aan. Hier is je salaris. En verdwijn nu uit mijn ogen.
 
 
INSPECTEUR:Wie denk je wel niet dat je bent! Weet je wel wie ik ben?
 
 
Jawel. Jij bent degene die de Pharnacen moet verdedigen op de Atheense vergadering. Je hebt hier dus niets te zoeken.
 
 
INSPECTEUR: (Tegen de andere aanwezigen)Jullie zijn getuigen dat hij mij durfde te slaan! Mij! De inspecteur!
 
 
En nu wegwezen jij!

Dit is toch niet te geloven!

Sturen ze me nog voordat ik aan de goden geofferd heb al een inspecteur op mijn dak.

 
De INSPECTEUR vertrekt gehaast.

Een AANKONDIGER arriveert.

 
 
 
AANKONDIGER:“Als de Luchtkasteel-Stad-bewoner de Athener onrecht aandoet—”
 
 
En waar zijn die stomme papieren nou weer voor?
 
 
AANKONDIGER:Ik ben een aankondiger, en ik ben hierheen gekomen om je de wetten van je nieuwe stad voor te schrijven.
 
 
De wetten van onze nieuwe stad?
 
 
AANKONDIGER:“De Luchtkasteel-Stad-bewoner zal dezelfde gewichten, maten en decreten aannemen als de Olofyxiërs die zuchten onder ons bewind.”
 
 
(Slaat hem)Zal ik jou eens laten zuchten.
 
 
AANKONDIGER:Hé! Waar denk je dat je mee bezig bent? Ben je wel goed bij je hoofd?
 
 
(Trapt hem weg)Stop die wetten lekker in je reet.
 
De INSPECTEUR komt terug.
 
 
 
INSPECTEUR:Hierbij klaag ik Pisthetaerus officiëel aan voor schandalig gedrag.
 
 
Ha! Grote vriend! Ben je er nog steeds?
 
De AANKONDIGER komt ook terug.
 
 
 
AANKONDIGER:“Mocht iemand de magistraten wegjagen en ze niet ontvangen zoals door de wetten wordt voorgeschreven—”
 
 
Ben jij er ook nog, schurk?
 
 
INSPECTEUR:Hier krijg je spijt van! Ik laat je veroordelen tot een boete van tienduizend drachmen.
 
 
Ik sla je op je muil.
 
 
INSPECTEUR:Weet je nog dat je piste tegen de muur waarop we onze nieuwe wetten aankondigen?
 
 
Grijp hem!
 
De INSPECTEUR rent snel weg.
 
 
 
Oh, dus nu durf je hier niet langer te blijven? Mooi.
 
 
PRIESTER:We kunnen de geit beter binnen offeren.

Laten we daarom zo snel mogelijk naar binnen gaan.

 
Pisthetaerus en de PRIESTER gaan weg.
 
 
 
GROEP VOGELS:Vanaf nu zullen de mensen hun offers en hun gebeden aan ons moeten richten.

Vanaf nu zullen ze zich aan onze wetten houden!

Niets zal aan onze aandacht of onze macht ontsnappen. We kunnen ten slotte het hele universum overzien.

We zullen de nectar in de bloemen beschermen door de duizenden vraatzuchtige insecten te vernietigen die de bomen aanvallen, en die zich voeden met de zaden op het land.

We zullen de sprinkhanen vernietigen die de terrastuinen teisteren.

Al deze knagende onderkruipsels zullen vergaan onder ons bewind.

Vanaf nu geldt het volgende: “Beloon degene die de vogelverkoper doodt.

En beloon hem nog meer als hij hem levend bij ons brengt, want de gemene vogelverkopers rijgen vinken aan elkaar in bosjes, en verkopen ze dan per zeven voor slechts één zilveren munt.

Ze martelen de lijsters door ze op te blazen zodat ze groter lijken. Ze steken hun eigen veren in de neusgaten van merels. Ze verzamelen duiven en sluiten ze op en dwingen ze op die manier om, vastgebonden in een net, andere vogels te lokken en te vangen.”

En voor alle mensen die vogels opgesloten houden in een kooi in hun tuin geldt dat ze de vogels onmiddellijk vrij moeten laten. En als ze dat niet doen, dan zullen de vogels hen grijpen, en dan zullen wij hen ketenen, zodat wij op onze beurt hen kunnen gebruiken om andere mensen te lokken en te vangen.

En hoe zalig ook zij geprezen de gevleugelde vogel die geen bontjas nodig heeft in de winter.

En ook zijn we niet bang voor de meedogenloze stralen van de vurige zomer. Wanneer de goddelijke sprinkhaan bedwelmd is door het zonlicht, en wanneer de middag de grond verbrandt, breken wij juist uit in een prachtige melodie.

Want ons huis is onder het gebladerte van de bomen en in de bloemrijke weiden.

We overwinteren in diepe grotten, waar we dansen met de bergnimfen, terwijl we in de lente de tuinen van de Gratiën plunderen en de witte, maagdelijke bes van de mirtestruiken plukken.

Maar de juryleden in de rechtbanken zullen ook veel profijt trekken van samenwerking met ons. Want als ze ons gunstig gezind zijn, dan zullen we ze overladen met de grootste geschenken.

Ten eerste zullen alle rechters altijd toegang hebben tot zo veel uilen als ze nodig hebben. De uilen zullen met ze mee gaan en hun nesten bouwen in hun geldzakken, en er ook munten leggen.

En ze zullen leven als goden, want wij zullen daken op hun woningen bouwen.

Iedereen die een openbare functie bekleedt, en die een beetje wil stelen, zal gebruik kunnen maken van de scherpe klauwen van onze haviken.

En degenen die luxe willen dineren, zullen wij voorzien van de meest exquise ingrediënten.

Maar oh wee als jullie rechtspraak niet in ons voordeel uitpakt!

Bedek jezelf dan maar snel met metalen schilden, zoals ze dat ook doen bij standbeelden, want de dag zal komen dat je een witte tuniek draagt en alle vogels je onderpoepen.

 
komt terug.
 
 
 
Vogels! Ik heb goed nieuws! Het offeren van de geit is gelukt.

Maar nu wil ik weten hoe het met het bouwen van de stad is gegaan. Waar blijft die boodschapper nou die mij op de hoogte zou moeten houden.

Ah! Wacht. Volgens mij komt hij daar net aanrennen.

Hij is helemaal buiten adem, alsof hij net een marathon gelopen heeft.

 
Een BOODSCHAPPER arriveert.
 
 
 
BOODSCHAPPER:Waar is Pisthetaerus! Waar is onze leider Pisthetaerus!
 
 
Ik ben hier.
 
 
BOODSCHAPPER:De muur is klaar!
 
 
Dat is goed nieuws.
 
 
BOODSCHAPPER:Het is het mooiste, het meest magnifieke kunstwerk ooit.

De poort is zelfs zó breed dat de twee grootste goden elkaar gemakkelijk zouden kunnen passeren in hun strijdwagens, zelfs als ze werden voortgetrokken door paarden zo groot als het Trojaanse paard.

 
 
Dat klinkt erg goed!
 
 
BOODSCHAPPER:Het is honderd voetbalstadia in diameter; ik heb het zelf gemeten.
 
 
Dat is niet mis, zeg! En wie heeft die machtige muur dan gebouwd?
 
 
BOODSCHAPPER:De vogels! Het is helemaal, van top tot teen, gebouwd door de vogels.

Er kwam geen Egyptische steenbakker, geen steenhouwer, en geen timmerman aan te pas.

De vogels hebben het helemaal zelf gedaan.

Ik kon mijn ogen bijna niet geloven.

Uit Libië kwamen dertigduizend kraanvogels met een voorraad stenen voor de fundering.

De waterrallen beitelden ze vervolgens met hun snavels.

Tienduizend ooievaars werkten hard en maakten bakstenen; plevieren en andere watervogels droegen water de lucht in.

 
 
En wie tilde alle specie naar boven?
 
 
BOODSCHAPPER:De reigers deden dat. Ze droegen de specie in manden omhoog.
 
 
Maar hoe kregen ze de specie in de manden?
 
 
BOODSCHAPPER:Oh! Dat was helemaal geniaal! De ganzen gebruikten hun poten als scheppen; ze begroeven ze in de stapel mortel en leegden ze vervolgens in de manden.
 
 
Ah! Wat je allemaal niet met je voeten kan doen.
 
 
BOODSCHAPPER:Je had eens moeten zien hoe ijverig de eenden de bakstenen omhoog droegen.

En de zwaluwen vlogen daarna met hun snavels en rugzakken vol specie naar boven om de muur aan de bovenkant af te werken.

 
 
Wie zou er hierna nou ooit nog een knecht in dienst nemen?

En vertel, wie deed het timmerwerk?

 
 
BOODSCHAPPER:Ook dat deden de vogels.

En het waren goede timmerlieden, hoor, die pelikanen.

Ze wisten met hun snavels de poorten zo vierkant te maken dat het leek of het met een bijl gedaan was.

Maar het was wel een kabaal van jewelste, hoor. Het leek wel een echte scheepswerf.

Nu is de hele muur overal strak geplamuurd. De deuren zijn stevig vastgeschroefd en worden goed bewaakt. Er wordt veel gepatrouilleerd. De bewakers worden met een bel wakker gehouden, overal staan schildwachten, en op elk toren brandt een vuur.

Maar ik moet nu gaan. Ik moet me opfrissen. De rest is jouw pakkie-an.

 
De BOODSCHAPPER gaat weg.
 
 
 
GROEP VOGELS:Tjonge! Ben jij ook niet zo verbaasd dat de muur al zo snel klaar is?
 
 
Ja zeker! Het is echt ongelooflijk.

Hier komt nog een boodschapper om ons nog meer nieuws te brengen.

Maar hij heeft wel een verontruste blik!

 
 
TWEEDE BOODSCHAPPER:Oh hemeltje lief!
 
 
Wat is er aan de hand?
 
 
TWEEDE BOODSCHAPPER:Het is echt vreselijk. Een god, een afgezant van de oppergod Zeus, was door een van onze poorten gegaan, en heeft ons luchtruim betreden.

En de Vlaamse gaaien die overdag wachtlopen hadden niets door.

 
 
Het is een schande! Een misdaad! Welke god was het?
 
 
TWEEDE BOODSCHAPPER:Dat weten we niet. We weten alleen dat hij vleugels heeft.
 
 
Maar waarom waren de bewakers er niet als de kippen bij?
 
 
TWEEDE BOODSCHAPPER:We hebben er dertigduizend haviken op af gestuurd.

Alle vogels vallen hem aan met hun klauwen; de torenvalk, de buizerd, de gier, de groothoornige uil. Ze doorklieven de lucht die gevuld wordt met het geluid van het klapperen van hun vleugels.

Ze zoeken de god overal. Hij kan niet ver weg zijn.

Nee maar! Als ik me niet vergis, komt hij daar nu net aan.

 
 
Iedereen! Bewapen je nu! Grijp slingers en pijlen!

Soldaten! Schiet er op los! In de aanval!

Geef me een slinger! Ik wil meedoen!

 
 
GROEP VOGELS:Oh nee! Er breekt nu een verschrikkelijke oorlog uit tussen ons en de goden!

We moeten de lucht verdedigen! De muren bewaken!

Geen god mag ongezien binnensluipen.

Kijk goed om jullie heen.

Luister! Volgens ons horen we het geritsel van de snelle vleugels van een god naderbij komen.

 
IRIS verschijnt van bovenaf en stopt halverwege haar afdaling in de lucht.
 
 
 
Hela, vrouwmens! Waar dachten wij helemaal heen te kunnen vliegen?

Halt! Sta stil!

Stop dat slaan met je vleugels!

Wie ben je, en waar kom je vandaan? Zeg op!

 
 
Ik woon in het huis van de Olympische goden.
 
 
Hoe heet je?
 
 
Ik ben Iris, godin van de regenboog, boodschapper van de goden.
 
 
Geef een buizerd opdracht om haar te arresteren.
 
 
Mij arresteren? Laat me niet lachen. En vanwaar al die beledigingen?
 
 
Hier zul je spijt van krijgen.
 
 
Ik begrijp hier niks van.
 
 
Door welke poort ben je gekomen, jij waardeloze vrouw?
 
 
Door welke poort? Weet ik veel...
 
 
Hoor eens hoe ze ons belachelijk maakt.

Heb je jezelf gemeld bij de Vlaamse gaaien, de douaneofficieren? Waarom antwoord je niet?

Heb je anders een visum gekregen van de ooievaars?

 
 
Ben ik in een nachtmerrie beland?
 
 
Heb je nou een doorreisvisum of niet?
 
 
Ben je wel helemaal goed bij je hoofd?
 
 
Geen hoofdvogel heeft je dus toestemming gegeven voor een doorreis?
 
 
Ik, toestemming voor een doorreis? Idioot!
 
 
Dus jij dacht zomaar, stiekem, ongestraft, dit luchtruim te kunnen binnendringen?
 
 
Hoe zouden wij goden anders moeten reizen?
 
 
Ik heb geen idee, en het kan me ook niks schelen. Maar hier mogen ze niet langs. Dit is onze stad, en dan durf je nog te klagen ook!

Hiervoor verdien je de doodstraf.

 
 
Ik ben onsterfelijk, imbeciel.
 
 
En toch zou je de straf niet overleefd hebben. Hoe zouden we dit soort gedrag ooit kunnen tolereren! Stel je voor dat het hele universum ons gehoorzaamde, terwijl de goden gewoon maar bleven doen waar ze zin in hadden. Begrijpen de goden dan niet dat ze zich vanaf nu aan onze wetten moeten houden?

Waar vloog je eigenlijk naartoe?

 
 
Ik ben de boodschapper van Zeus.

Ik was op weg naar de mensen om ze te vertellen dat ze schapen en ossen op de altaren moeten offeren, en dat ze hun straten moeten vullen met de rijke rook van brandend vet.

 
 
Welke goden bedoel je?
 
 
Welke goden? Nou, gewoon hè. Ons. Wijzelf.

De goden in de hemel.

 
 
Jullie, goden?
 
 
Zijn er andere goden dan?
 
 
Voor de mensen zijn de vogels nu de goden. Aan hén moeten ze nu hun offers brengen, en niet meer aan Zeus!
 
 
Idioot! Ik zou de goden maar niet boos maken, want dan loopt het niet goed met je af.

Zeus zou jullie ras volledig decimeren. Zijn bliksem zou jullie luchtstad treffen en zowel jullie lichamen als de poorten naar julie luchtkasteel compleet vernietigen.

 
 
Genoeg.

Hou je mond, en luister goed.

Denk je dat ik een ondergeschikte ben, en denk je nou echt dat je me bang kunt maken met je bedreigingen?

Als Zeus me nog één keer irriteert, dan zal ik mijn met bliksem bewapende arenden de opdracht geven zijn huis, en ook die van Amphion, tot puin te reduceren.

Ik zal meer dan zeshonderd in luipaardvellen geklede porphyrions naar de hemel sturen om tegen hem te vechten.

Zoals je wel weet gaf zelfs één enkele porphyrion hem in het verleden al genoeg problemen.

Wat jou betreft: als je me blijft lastigvallen, breek ik je benen. Ook al ben je Iris, boodschapper van Zeus, en ook al lijk ik oud, je zal versteld staan van wat ik kan.

 
 
Dat het je slecht mag vergaan, vreselijke vent die je bent!
 
 
Je mag gaan.

Spreid je vleugels, en pas maar op voor ons vogelleger.

 
 
Mijn vader zal je hiervoor straffen...
 
IRIS verdwijnt.
 
 
 
Ha! Gaat heen. Zoek zwakkere mensen om te bedreigen met je bliksem.
 
 
GROEP VOGELS:Vanaf nu is het de goden verboden om door onze luchtstad te reizen.

En ook is het de mensen vanaf nu verboden om de rook van hun offers door onze ruimte te laten opstijgen.

 
 
Nu je het over de mensen hebt... Het is wel vreemd dat de boodschapper die we naar de mensen hebben gestuurd nooit is teruggekomen.
 
Een BODE arriveert.
 
 
 
BODE:Oh, Pisthetaerus, grootste, meest wijze, meest eervolle, illustere, briljante, geniale man der mannen, mens der mensen, ik buig diep voor je grootsheid—
 
 
Vertel me liever wat je te melden hebt.
 
 
BODE:De hele mensheid heeft bewondering voor je wijsheid en je daden, en ze willen je belonen met deze gouden kroon.
 
 
Ik accepteer met plezier de kroning tot koning aller mensen. Maar vertel, waarom bewonderen de mensen mij eigenlijk?
 
 
BODE:Omdat je zo'n bijzondere luchtstad hebt gesticht. De mensen zijn daar zó van onder de indruk!

Men kan niet wachten om in jouw luchtstad te gaan wonen.

Voordat jouw stad bestond, waren de mannen helemaal gek van Sparta.

Iedereen droeg lang haar, iedereen vastte, en alle mannen werden vuil en liepen met wandelstokken zoals Socrates.

Maar nu is alles veranderd!

Zodra de zon opkomt, springen ze allemaal tegelijk uit bed om op dezelfde manier naar voedsel te zoeken als jullie vogels doen.

De vogelgekte is compleet uit de hand gelopen. Veel mensen noemen zichzelf nu zelfs naar vogels.

Er is een groenteboer die zich kleedt als een patrijs. En Menippus noemt zichzelf de zwaluw, Opuntius noemt zich de eenogige kraai, Philocles de leeuwerik, Theogenes de vos-gans, Lycurgus de ibis, Chaerephon de vleermuis, Syracosius de ekster, en Midias de kwartel.

En, eerlijk is eerlijk, Midias ziet er inderdaad uit als een kwartel die een harde klap op zijn achterhoofd heeft gehad.

Uit liefde voor de vogels zingen mensen nu voortdurend liedjes die de zwaluw, de wintertaling, de gans en de duif de hemel in prijzen. Overal waar je kijkt zie je vleugels en bij elk evenement zie je veel veren.

Dat is wat er op dit moment daar beneden op aarde allemaal gebeurt.

Binnenkort komen er meer dan tienduizend mensen hier om je om veren en klauwen te vragen.

Bereid je daar dus maar alvast op voor. Ik zou maar zorgen dat ik voldoende vleugels voor ze had als ik jou was

 
 
Och, hemeltje. Dan moeten we inderdaad in actie komen.

Vertrek nu meteen, en vul elke mand die je kunt vinden met vleugels.

Mijn dienaar zal de manden naar mij toe brengen buiten de muren, alwaar ik degenen die aankomen zal verwelkomen.

 
De BODE vertrekt.
 
 
 
GROEP VOGELS:Deze stad zal binnenkort overspoeld worden door mensen.
 
 
Als we geluk hebben wel.
 
 
GROEP VOGELS:Iedereen is erg nieuwsgierig naar deze nieuwe stad.
 
 
Nou, ja, breng ze dan allemaal maar hierheen dan.
 
 
GROEP VOGELS:Mensen zullen hier van alle geneugten voorzien worden; wijsheid, liefde, schoonheid, en het zoete gezicht van zachte vrede.
 
Een KNECHT struikelt tevoorschijn.
 
 
 
Hé! Jij! luiwammes!

Schiet eens op!

 
 
GROEP VOGELS:Laat snel een mand met vleugels aanrukken.

En sla deze knecht, zoals wij dat altijd doen. Steek hem wat peper in de reet, hij is duidelijk zo lui als een ezel.

 
 
Ja, mijn knecht is waardeloos.
 
 
GROEP VOGELS: (Tegen de KNECHT)Hé, jij daar! Knecht! Sorteer deze stapel vleugels. Nu meteen!

Verdeel ze naar de vogels waar ze vandaan kwamen; de zingende, de profetische en de watervogels.

Verdeel ze dan onder de mensen naargelang hun karakter.

 
 
(Tegen de KNECHT)Ik kan mijn handen niet langer thuishouden. Aan de slag jij, luie donder!
 
 
CRIMINEEL: (Verborgen)Oh, hoe graag ik wel niet een gevleugelde adelaar zou willen zijn. Ik zou de lucht doorklieven, en zweven boven de azuurblauwe golven van de open zee!
 
 
Ha! Wat ze zeiden is waar. Ik hoor iemand die het over vleugels heeft.
 
Een CRIMINEEL sluipt nader.
 
 
 
CRIMINEEL:Wie wil er nou niet kunnen vliegen!

Ik ben gek op vogels, en ik ben zo snel mogelijk hierheen gekomen om bij jullie te komen wonen, want ik wil niets liever dan leven volgens de coulante wetten van de vogels.

 
 
Welke wetten precies? De vogels kennen veel verschillende wetten.
 
 
CRIMINEEL:Alle wetten. Maar de wet die mij het meest bevalt is de wet die iedereen toestaat om iemand zomaar dood te maken.
 
 
Dat klopt! Volgens onze wetten is dat prima.
 
 
CRIMINEEL:En dat is dus waarom ik hier wil wonen.

Ik wil anderen vermoorden zodat ik hun rijkdom kan stelen.

 
 
Maar we hebben ook een heel oude wet die zegt:

“Als de gemeenschap van vogels je heeft gesteund, dan moet je in ruil daarvoor ook de andere vogels steunen.”

 
 
CRIMINEEL:Ja, hallo, dáár heb ik helemaal geen zin in! Ik ga niet voor andere mensen zorgen, ben je helemaal gek geworden. Dáárvoor ben ik niet helemaal hierheen gekomen!
 
 
Maak je geen zorgen, jonge vriend.

Omdat je zo gretig bent, ga ik je deze zwarte vleugels geven.

Daarnaast zal ik je een aantal goede adviezen geven die ik zelf kreeg toen ik jong was.

Kies niet voor een leven van misdaad en geweld.

Neem in plaats daarvan deze vleugels.

Doe alsof je een hanenkam hebt en ga op wacht staan. Leef van je loon en respecteer het leven van anderen.

Accepteer deze vleugels.

 
 
CRIMINEEL: (Accepteert de vleugels)Nou, jij hebt mooi gesproken, zeg. Je hebt me overtuigd. Ik zal je advies opvolgen.
 
 
Je bent een dappere kerel! Heel goed! Vlieg naar de muren van onze stad om ons te helpen en te beschermen.
 
De CRIMINEEL vertrekt.

Een BARD arriveert.

 
 
 
BARD: (Zingend)“Op mijn vleugels vlieg ik naar Olympus; en in zijn grillige vlucht fladdert mijn Muze rakelings langs de duizenden paden van de poëzie, en —”
 
 
Nou, deze heeft er zin in.
 
 
BARD: (Zingend)“— zoekt moedig, onverschrokken en krachtig, naar nieuw publiek.”
 
 
Welkom, Bard. Waarom ben je hier, en waarom loop je steeds in rondjes?
 
 
BARD:“Ik wil een vogel worden, en wel een melodieuze nachtegaal.”
 
 
Neem me niet in de maling. Vertel me wat je écht wil.
 
 
BARD:Geef me vleugels, en ik zal naar de hoogste stratosferen vliegen om verse liederen te verzamelen in de wolken, te midden van de mist en de wollige sneeuw.
 
 
Liedjes verzamelen in de wolken?
 
 
BARD:Alle moderne kunst is uit de lucht gegrepen.

De meest briljante kunstenaars zijn diegenen die zich thuisvoelen in de leegte en duisternis, ver weg van het leven op aarde.

Luister maar.

 
 
Nee, alsjeblieft niet zingen!
 
 
BARD:Maar dit moet je echt horen!

“Ik zal door uw etherische rijk reizen als een gevleugelde vogel, die de ruimte doorklieft met zijn lange nek—”

 
 
Stop! Hou op! Stilte!
 
 
BARD:“—terwijl ik zweef over de zeeën, gedragen door de adem van de wind—”
 
 
Als je nu niet ophoudt doe ik je wat.
 
 
BARD:“—nu weer razend langs de sporen van Notus, dan weer grazend langs Boreas, zwevend over de oneindige woestijn van de ether.”
 
probeert hem te wurgen, maar de BARD weet elke keer behendig uit handen te blijven van
 
 
 
BARD:Je bent niet zo snel meer, ouwe!
 
 
Echt? Ik laat je nu toch vliegen zeker?
 
 
BARD:Het is een schande! Een schande! Dat jij mij, een vermaarde zingende dichter, een bard voor wie de rijkste stammen van Athene met elkaar vechten, op deze afschuwelijke manier behandelt!
 
 
Wil je anders niet een koor van vogels samenstellen?
 
 
BARD:Ja, maak me maar belachelijk.

Maar realizeer je dat ik je niet met rust zal laten voor ik vleugels heb waarmee ik kan vliegen.

 
Een KLIKSPAAN arriveert. Het is een jonge man met een gerafelde jas, waarvan de flarden als vleugels naar beneden hangen. De jas kan hem onmogelijk tegen de kou beschermen.
 
 
 
KLIKSPAAN:Hé, zwaluw, kijk nou toch eens hoe al die dom uit hun ogen kijkende vogels lopen te patsen met hun sjieke veren.

Ik heb een bloedhekel aan rijke stinkerds.

 
 
(Kijkt naar de KLIKSPAAN)Een ware invasie van idioten.

Daar komt er nog een.

 
 
KLIKSPAAN:Hé! Jij! Zwaluw! Ik vroeg je wat.
 
 
Volgens mij praat hij tegen zijn gerafelde jas! Hij zal wel verlangen naar de warmte van de lente.
 
 
KLIKSPAAN:Waar is degene die vleugels uitdeelt aan iedereen die hier komt?
 
 
Dat ben ik, maar ik wil wel eerst weten waarvoor je ze wil gebruiken.
 
 
KLIKSPAAN:Dat wil je niet weten. Geef me nou maar gewoon vleugels.
 
 
Wil je vleugels omdat je ermee naar een stad kan vliegen waar ze lekkere warme jassen verkopen?
 
 
KLIKSPAAN:Nou, oké, als je het echt wilt weten: ik wijd mijn leven aan het valselijk beschuldigen van rijke mensen die op de eilanden wonen. Ik sleep ze voor de rechter, en verdien zo een zakcentje bij.

Ik ben ook een klikspaan, en—

 
 
Dat is geen métier om trots op te zijn.
 
 
KLIKSPAAN:—ik span rechtszaken aan.

Met vleugels zou ik snel kunnen rondvliegen, en daarmee zou ik sneller mensen kunnen vinden die ik voor de rechter kan slepen.

 
 
Zou je dat beter kunnen doen als je vleugels had?
 
 
KLIKSPAAN:Dat niet, maar ik zou niet meer bang hoeven te zijn voor piraten.

Ik zou kunnen terugvliegen met de kraanvogels, met genoeg informatie om heel veel rechtzaken te kunnen beginnen.

 
 
En in plaats van iets nuttigs te doen, gebruik je dus al je jeugdige energie om willekeurige onbekenden financieel te ruïneren?
 
 
KLIKSPAAN:Waarom niet? Ik ben nergens anders goed in.
 
 
Maar er zijn op jouw leeftijd ook heus wel eerlijke manieren om aan geld te komen hoor, zonder al die gemene trucjes.
 
 
KLIKSPAAN:Grote vriend, ik vraag je om vleugels, niet om advies.
 
 
En het zijn nou juist mijn woorden die je vleugels zullen geven.
 
 
KLIKSPAAN:Hoe kunnen woorden nou vleugels geven.
 
 
Dat is hoe vliegen altijd begint.
 
 
KLIKSPAAN:Hoe dan?
 
 
Vaders zeggen toch heel vaak dingen als:

“Het is verbazingwekkend hoe een oproep tot dienstplicht mijn zoon inspireerde om vliegendsnel te vluchten.”

“De mijne, ” zegt dan een ander, “is op de vleugels van zijn verbeelding de tragische netten van de poëzie ingevlogen.”

 
 
KLIKSPAAN:Dus woorden geven vleugels?
 
 
Ja, precies.

En daarom hoop ik dat mijn wijze woorden je vleugels zullen geven om naar een meer eervolle beroep te vliegen.

 
 
KLIKSPAAN:Maar dat wil ik helemaal niet.
 
 
Maar hoe zie je je toekomst dan?
 
 
KLIKSPAAN:Van generatie op generatie heeft mijn familie geleefd van het geld dat we verdienden door te klikken. Ik ga niet, alleen maar omdat jij dat wil, mijn afkomst nu lopen verloochenen.

En daarom wil ik dat je me nu snel even wat lichte, snelle haviks- of torenvalkvleugels geeft zodat ik de eilandbewoners hier kan beschuldigen, om daarna snel weer terug te vliegen zodat ik hetzelfde weer opnieuw kan doen.

 
 
Ik denk dat ik het snap. Als je op die manier te werk gaat, wordt het slachtoffer door een rechter veroordeeld, zelfs nog voordat hij zelfs maar de kans heeft gehad om zich in de rechtbank te verdedigen.
 
 
KLIKSPAAN:Ja, precies.
 
 
En terwijl hij per boot hierheen komt, vlieg jij alweer terug naar de eilanden om zijn eigendom te plunderen.
 
 
KLIKSPAAN:Je slaat de spijker op zijn kop. Dat is precies het plan. Ik moet daarom zo snel heen en weer kunnen vliegen als een kolibrie.
 
 
Ik geloof dat ik het snap.

Wacht, ik heb een paar mooie 'Corcyraeaanse-vleugels' voor je.

 
haalt een zweep tevoorschijn.
 
 
 
Wat vind je hiervan?
 
 
KLIKSPAAN:Waarom bedreig je me met een zweep!
 
 
Je begrijpt het niet—dit zal je vleugels geven!
 
knalt met de zweep.
 
 
 
KLIKSPAAN:Au! Au! Au!
 
 
Vlieg heen, ellendige straathond, of ik laat je zien wat er van roddelen en liegen komt.
 
De KLIKSPAAN vlucht weg.
 
 
 
Laten we de vleugels bijeenrapen en vertrekken.
 
De god PROMETHEUS arriveert, met een masker op zijn gezicht.
 
 
 
Waar is Pisthetaerus? ik zoek Pisthetaerus. Ik hoop dat de god Zeus me hier niet ziet!
 
 
En wat hebben we hier? Een gemaskerde man?
 
 
Heeft een andere god mij gevolgd?
 
 
Nee, niet dat ik kan zien. Maar vertel, wie ben jij?
 
 
Kan je me vertellen hoe laat het is?
 
 
Hoe laat? Nou, het is na twaalven. Maar wie ben jij?
 
 
Dus het is geen ochtend meer? Is het nu later? Dat zou goed zijn. Ik hoop dat het snel weer donker wordt, want ik wil niet dat Olympus me hier ziet.
 
 
Hij kan je hier niet zien. Op mijn erewoord!

Maar je begint me te vervelen.

 
 
Wat doet Zeus?

Verdrijft hij de wolken, of verzamelt hij ze juist?

Dit is belangrijk voor mij, omdat ik me achter de wolken kan schuilen zodat Zeus mij niet kan zien.

 
 
Pas op, ik sta op het punt mijn geduld te verliezen.
 
 
Kom dichterbij.

Dan zal ik mijn masker een heel klein beetje afdoen, zodat je mijn gezicht kan zien.

 
 
Ah! Jij bent het, Prometheus!
 
 
Ssst! Niet zo luid!
 
 
(Praat nog harder)Wat is er, PROMETHEUS?
 
 
Stil nou! Zeg mijn naam nou niet zo hardop! Je wordt nog mijn ondergang!

Als Zeus me hier zou zien...

Neem deze paraplu, en houd het boven mijn hoofd zodat de goden me niet kunnen zien, en dan zal ik je vertellen wat er op dit moment allemaal in de hemel gebeurt.

 
 
Dit is inderdaad iets dat Prometheus zou doen.

Kom maar hier dan. Wees niet bevreesd. Vertel.

 
 
Oké, luister.

Het is helemaal over voor Zeus.

 
 
Echt waar? Sinds wanneer?
 
 
Eigenlijk al vanaf het moment dat jij deze luchtstad stichtte.

Mensen brengen geen offers meer aan de goden; de rook van de geofferde dieren bereikt ons niet meer.

Er zijn zelfs geen kleine offers!

We worden gedwongen streng te vasten.

De barbaarse goden sterven ook van de honger.

Ze brullen als Illyrërs, en dreigen gewapend neer te dalen op Zeus als hij niet regelt dat ze weer vlees van geofferde dieren op hun markten kunnen kopen.

 
 
Wat zeg je nu? Zijn er barbaarse goden die boven Olympus wonen?
 
 
Als er geen barbaarse goden waren, wie zou er dán de beschermheilige van Execestides moeten zijn?
 
 
En hoe heten die goden?
 
 
Ze heten Triballi. Het zijn grove, obscene mannen, hebzuchtige parasieten die een losbandig leven leiden.
 
 
Aha. En daar komt zeker het woord 'tribaal' vandaan.
 
 
Zou kunnen. Maar één ding weet ik zeker, en dat is dat Zeus en de Triballi afgevaardigden hierheen zullen sturen om met jou te onderhandelen over vrede.

Ik raad je aan geen vrede te accepteren, tenzij Zeus de scepter aan de vogels teruggeeft en je Basileia ten huwelijk schenkt.

 
 
Wie is Basileia?
 
 
Het is een hele mooie jongedame.

En zij is ook degene die de bliksem voor Zeus maakt.

Alle goede dingen komen trouwens van haar: wijsheid, goede wetten, deugd, de vloot, rechtspraak.

En ze is ook de penningmeester van alle geldvoorraden.

 
 
Ah! Dan is ze een soort stafchef van de god Zeus.
 
 
Ja, precies. En als het je lukt om met haar te trouwen, dan zal haar enorme macht van jouw zijn.

Dat is wat ik je kwam vertellen. Want je weet dat ik altijd mijn uiterste best doe om mensen te plezieren.

 
 
Ja, dat weten we!

Dankzij jou hebben we bijvoorbeeld vuur om ons vlees te kunnen braden.

 
 
Zoals je weet heb ik namelijk een hekel aan de goden.
 
 
Ja, je hebt ze inderdaad altijd verafschuwd.
 
 
Tegenover hen gedraag ik me als een echte mensenhater, hoor.

Maar ik moet snel terug, dus geef me vlug mijn paraplu.

Want als Zeus van daarboven mijn paraplu ziet, dan denkt hij hopelijk dat ik een mens ben die jonge dames begeleidt.

 
PROMETHEUS verdwijnt.
 
 
POSEIDON verschijnt, begeleid door HERACLES.
 
 
 
Dus dit is de Luchtkasteel-Stad waar we als ambassadeurs naar toe zijn gestuurd.

Heracles, heb jij enig idee hoe we dit het beste kunnen aanpakken?

 
 
Dat heb ik je al verteld. Ik wil de kerel wurgen die het aandurfde ons pad te kruisen.
 
 
Maar, beste vriend, wij komen in vrede.
 
 
Reden te meer om hem te wurgen.
 
 
(Tegen een KNECHT)Geef me de kaasrasp. Breng me de azijn voor de saus.

Geef me de kaas en let op de smeulende kolen.

 
 
Sterveling!

Weet dat er nu twee goden aanwezig zijn!

 
doet alsof hij de goden niet heeft gezien, en doet alsof hij erg bezig is met zijn kookkunsten.
 
 
 
Nu moet ik mijn augurken klaarmaken.
 
HERACLES wordt week bij het zien van al dat lekkere eten—Heracles is een veelvraat.
 
 
 
Wat voor vlees is dit?
 
 
Dit zijn vogels die ter dood zijn veroordeeld omdat ze het waagden de bondgenoten van de vogels aan te vallen.
 
 
En je bent ze aan het marineren in plaats van ons te antwoorden?
 
 
Hé! Heracles! Jij hier! Wees welkom! Wat verschaft ons de eer?
 
 
De goden hebben ons hierheen gestuurd om te onderhandelen over vrede.
 
 
KNECHT:Er zit geen olie meer in dit flesje.
 
doet alsof hij de aanwezigheid van de goden alweer vergeten is.
 
 
 
Maar de vogels moeten er toch echt rijkelijk mee ingesmeerd worden.
 
 
We hebben er geen belang bij om tegen jullie te vechten.

En wat jou betreft; als je ons goed gezind bent, dan beloven we dat je altijd regenwater in je zwembaden zult hebben, en altijd het warmste weer.

We hebben toestemming om deze dingen te beloven.

 
 
Wij zijn nooit de agressors geweest.

En ook nu zijn wij jullie goed gezind.

Net als jullie, zijn wij voorstander van vrede.

Maar dit alles alleen als jullie instemmen met een hele billijke voorwaarde; namelijk dat Zeus zijn scepter aan de vogels afstaat.

En alleen als jullie dáármee instemmen, nodig ik jullie uit voor dit heerlijke diner.

 
 
Ik ben overtuigd. Ik stem voor vrede.
 
 
Wat zeg je nou, idioot!

Kan je nou alleen maar aan eten denken? Dwaas.

Ben je nou echt bereid om in ruil voor een eenvoudige maaltijd je eigen vader van de troon te stoten?

 
 
(Tegen )Nu maak je wel een hele grote inschattingsfout!

De goden zullen namelijk veel machtiger zijn als de vogels de aarde regeren.

Op dit moment kunnen de mensen zich nog verschuilen onder de wolken.

Ze kunnen zich aan jullie zicht onttrekken en in jullie naam meineed plegen.

Maar als wij vogels jullie bondgenoten zijn, dan zullen we jullie altijd helpen.

Als bijvoorbeeld een man zweert op een van jullie, en dan vervolgens zijn beloftes niet na komt, dan zou een kraai op deze man kunnen neerdalen en namens jullie zijn ogen kunnen uitkrabben.

 
 
Dat is wel een heel erg slim idee, waarom kwam ík daar niet op!
 
 
Zo denk ik er ook over.
 
 
Jullie gaan ermee akkoord. Mooi zo.

Maar er is nog meer waar we jullie mee van dienst kunnen zijn.

Als een man treuzelt met het brengen van een offer aan een god, dan kunnen we zijn gierigheid afstraffen.

 
 
Echt? Hoe dan?
 
 
Terwijl hij zijn geld telt, of in bad zit, kan een roofvogel stiekum achter zijn rug om geld of zijn kleren van hem stelen ter waarde van een paar schapen, en de buit dan naar de goden toe brengen.
 
 
Ik stem voor het teruggeven van de scepter aan de vogels!
 
 
Vooruit, als jullie het daar allebei mee eens zijn, dan zal ik, voor de vrede, ook instemmen.
 
 
Goed! Wij geven de scepter aan de vogels.
 
 
Ah! Ik was bijna vergeten dat er nóg een voorwaarde is.

Ik zal het luchtruim openen voor Zeus en de zijnen als, en alleen als, de jonge Basileia aan mij ten huwelijk wordt geschonken.

 
 
Dan wil je dus geen vrede. We vertrekken.
 
 
Dat maakt mij heel weinig uit. Knecht, let jij even op de jus.
 
 
Wat een vreemde kerel is die Poseidon! Waar ga je heen? Gaan we nou serieus oorlog voeren om één vrouw?
 
 
Wat kunnen we anders?
 
 
Nou, we zouden bijvoorbeeld vrede kunnen sluiten.
 
 
Oh! Jij onnozele ziel! Ben je altijd zo gemakkelijk voor de gek gehouden?

Deze vrede zal je ondergang betekenen.

Nadat je de vogels soevereiniteit hebt gegeven, zal je geruïneerd zijn als Zeus sterft, want je bent de erfgenaam van alle rijkdom die hij achterlaat.

 
 
(Tegen )Oh hemeltje! Hij neemt je echt een beetje in de maling.

Kom even bij mij staan, dan kan ik je onder vier ogen spreken.

Je oom gebruikt je, mijn beste vriend.

Volgens de wet zal je niks erven van je vader, omdat je een bastaard bent en geen wettig kind.

 
 
Ik, bastaard? Wat probeer je me nu wijs te maken?
 
 
Het is echt waar! Je bent toch een buitenechtelijk kind?

Trouwens, wordt Athene niet erkend als de enige erfgename van Zeus?

En dat zou nooit zo zijn als ze nog een legitieme broer had gehad.

 
 
Maar wat nou als mijn vader zijn bezit op zijn sterfbed aan mij zou willen schenken?
 
 
Dat is bij wet verboden.

En deze zelfde Poseidon die je bij je hebt zou de eerste zijn die aanspraak zou mogen maken op zijn rijkdom, omdat hij zijn legitieme broer is.

Luister maar, dit staat er over geschreven in de Atheense wetboeken:

“Een bastaard zal niet erven als er wettige kinderen zijn; en als er geen wettige kinderen zijn, gaat het eigendom over op de naaste verwanten.”

 
 
En ik zou dan helemaal niets erven van mijn vader?
 
 
Helemaal niets. Heeft je vader je ooit officieel erkend als zijn zoon?
 
 
Nee, en dat heeft me eigenlijk al heel erg lang verbaasd.
 
 
Wat is er? Waarom schud je nu je vuist naar de hemel?

Wil je misschien vechten tegen de goden?

Nou, dan kan je beter aan mijn kant staan. Ik zal een koning van je maken, en ik zal je voeden met vogelmelk en honing.

 
 
Je voorstel is zeer acceptabel.

Ik sta de jongedame af aan jou.

 
 
Ik zou er tegen stemmen als ik er iets over te zeggen had...

Maar vooruit, omwille van de vrede houd ik vanaf nu mijn mond. Jullie regelen de zaak maar onderling, en sluiten onderling maar vrede, aangezien jullie het allebei eens zijn met deze ruil.

 
 
(Tegen )We hebben besloten om je alles te geven waar je om vroeg.

Kom met ons mee om Basileia en de hemelse schat te ontvangen.

 
 
Hier zijn de vogels die ik heb voorbereid, voorgesneden en een bruiloftsfeest waardig.
 
 
Gaan jullie maar. Ik pas wel op de gebraden vogeltjes.
 
 
Leuk geprobeerd! Je zou ze opeten zodra je de kans kreeg. Je komt met ons mee.
 
 
Oh wat jammer. Ik had mezelf zo kunnen verwennen.
 
 
Breng me een mooie tuniek voor de bruiloft.
 
De BOODSCHAPPER komt terug.
 
 
 
BOODSCHAPPER:Oh grenzeloos gelukkige vogels, ontvang jullie koning in je voorspoedige stad.

Schitterender dan de helderste ster aan het firmament, nadert hij zijn glinsterende gouden paleis. De felle zon is nog minder oogverblindend dan zijn immense glorie.

Hier arriveert hij nu met zijn bruid Basileia aan zijn zijde. Woorden schieten te kort om haar schoonheid te beschrijven.

In zijn hand houdt hij de bliksem, de gevleugelde schacht van Zeus. Bedwelmende parfums van onuitsprekelijke zoetheid doordringen de etherische rijken.

De wolken van wierook die in de lichte wervelwinden zweven voor de adem van de Zephyr!

Wat een glorieus schouwspel.

Maar hier is hij nu zelf. Goddelijke Muze! Laat uw heilige lippen beginnen met liederen over goede voortekens.

 
 
GROEP VOGELS: (Dansend)Stap terug! Stap naar rechts! Naar links! Stap naar voren!

Vlieg rond deze gelukkige sterveling, die vrouwe Fortuna heeft overladen met haar zegeningen.

Oh! Oh! Wat een gratieën! Welk één schoonheid!

Oh, een huwelijk, zo gunstig voor onze stad! Hulde aan deze man!

Door hem hebben de vogels nu zo'n glorieus leven.

Laat uw huwelijksliederen hem en zijn Basileia verwelkomen!

Het was tijdens dit feest dat het lot van de voormalige Olympische leiders hier werd verbonden aan het lot van deze koning gezeten op zijn onbereikbare troon.

Oh! Daar gaat de schone maagd!

Oh! Rose Eros met de gouden vleugels die de teugels vasthield en de wagen bereed; Hij was het die de vereniging van Zeus en de fortuinlijke heer hier voorzat. Oh! Schone maagd!

 
 
Ik ben blij met deze liedjes, jullie verzen doen mij deugd.

Bezing nu de enorme donder die ik vasthoud en die de aarde doet schudden, de vlammende bliksem en verschrikkelijke flitsende bliksemschicht van Zeus.

 
 
GROEP VOGELS:O, jij gouden bliksemflits!

Oh, goddelijke grote vurige schacht van vlammen, die Zeus eerst ontsproot!

Oh, rollende donderslagen, die de regen neder doen dalen!

Het is onze koning die de aarde nu zal laten schudden! Oh, maagd!

Het is door jou dat hij het universum bestuurt, en dat hij jou, die hij van Zeus heeft afgepakt, plaats laat nemen aan zijn zijde.

Oh! Schone maagd!

 
 
Laat alle gevleugelden het bruidspaar volgen naar het paleis van Zeus alwaar ik voortaan zal regeren!

Reik me je hand, mijn lieve vrouw!

Pak mijn vleugels beet, en laat ons dansen. Ik zal je optillen en door de lucht dragen.

 
 
GROEP VOGELS:Oh, vreugde! Tralala! Is de overwinning niet iets moois, oh, jij grootste der goden!
EINDE
rooster
rooster
rooster
rooster
rooster
rooster
rooster