Zwanenzang
Vertaling van het toneelstuk “Swan Song”, geschreven door Anton Chekhov en bewerkt, vertaald en voorzien van illustraties door Ayal Pinkus.
Deze scene speelt zich 's nachts af, na afloop van een voorstelling op het podium van een landelijke theater.
Rechts is een rij ruwe, ongeverfde deuren die naar verkleedkamers leiden. Links op het podium staat allerlei troep.
In het midden van het podium staat een stoel ondersteboven.
Vasili komt uit een van de verkleedkamers met een kaars in zijn hand, en hij lacht.
(Vasili) Ugh.
Ik was in slaap gevallen in mijn kleedkamer. Nadat de voorstelling was afgelopen.
Ik zat lekker rustig te snurken nadat iedereen dit theater had verlaten.
Ik had het natuurlijk weer eens op een zuipen gezet, en ik ben daarna in slaap gevallen. In dat kamertje daar.
Rechtopzittend!
Echt iets om trots op te zijn.
Ik moet echt eens stoppen met dat gezuip, ik ben hier veel te oud voor.
(Roept) Yegorka! Petrushka! Waar zijn jullie godverdomme! Petrushka!
Die schurken slapen nu natuurlijk ook hun roes uit.
Yegorka! Godverdomme.
(Raapt de stoel op, gaat er op zitten en zet de kaars op de grond) Wat is het nu stil hier.
Ik gaf Yegorka en Petrushka vandaag een fooi, en daarna zijn ze hem mooi gesmeerd.
De deugnieten.
Hebben de voordeur waarschijnlijk ook al op slot gedaan.
(Draait zijn hoofd langzaam) Het toneelstuk van vanavond was ter ere van mij.
En ik heb daarna natuurlijk een walgelijke hoeveelheid alcohol lopen drinken om dat te vieren.
Ugh! Ik heb een gortdroge keel.
En natuurlijk ben ik weer stomdronken.
Het zou eens niet.
Zó dronken dat ik me mijn eigen afscheidsfeest van vanavond niet eens meer kan herinneren!
Eikel die ik ben.
Dat mijn gezondheid naar de klote gaat is tot daar aan toe, maar ik word gewoon te oud voor deze onzin.
Vandaag was mijn laatste voorstelling.
Met pensioen, tjonge. Dan komt de Dood toch wel heel snel op je af, moet ik zeggen.
Achtenzestig jaar. Zomaar voorbij.
Tijd om te repeteren voor mijn rol als mummie.
De Dood zal mij een dezer dagen zeker met een bezoek komen vereren.
(Staart voor zich uit) Maar het is toch gek? Ik sta nu al vijfenveertig jaar op het podium, en dit is de allereerste keer dat ik een theater in het donker heb gezien, nadat alle lichten gedoofd waren.
De allereerste keer.
(Treedt voor het voetlicht) Wat is het donker, zeg. Ik zie helemaal niks.
Wacht, ik kan net het hokje van de souffleur zien.
Voor de rest is alles pikzwart.
Brrr wat is het koud. Het spookt hier, ik krijg er rillingen van.
(Roept) Yegorka! Petrushka! Waar zijn jullie nou godverdomme?
Ik ga me maar eens omkleden. Ik moet hier op een gegeven moment toch weg.
Ze zien me al lopen op straat, een dronkelap met een clownspak aan.
Ik ga me verkleden.
Vasili gaat naar zijn verkleedkamer, en op hetzelfde moment komt Nikita uit een verkleedkamer helemaal aan de andere kant van het podium. Hij draagt een lange witte jas.
Vasili ziet Nikita—slaakt een kreet en doet een stap terug.
Wie ben jij? Wat moet je?
(Stampt met zijn voet) Wie ben jij?
(Nikita) Ik ben het, meneer.
(Komt langzaam naar hem toe) Ik ben het, meneer, ik ben de souffleur, Nikita. Ik ben het, meester, ik ben het!
(Zakt verloren terug in zijn stoel) Oh, jij bent het, Nikitushka. Maar wat ... doe jij hier nou op dit late tijdstip?
Ik blijf hier altijd overnachten in de verkleedkamer. Zeg het alstublieft niet tegen Alexi Fomitch, meneer! Ik heb nergens om heen te gaan. Ik heb geen thuis.
Oh.
Ik kreeg een staande ovatie vanavond, Nikitushka. Zag je het?
En ik kreeg wel drie kransen!
Ik werd overladen met bloemen!
Iedereen was laaiend enthousiast!
Maar toen alles voorbij was, kwam niemand op het idee om deze arme, oude dronken man wakker te maken en naar huis te brengen.
Dat is nou mijn publiek in een notedop.
(Klampt zich vast aan Nikita) Ga alsjeblieft niet weg, Nikitushka. Laat me niet alleen...
(Teder en respectvol) Meneer! Het is tijd dat u naar huis ging!
Ik wil niet naar huis, ik ga niet naar huis; ik heb geen thuis!
Ojee! Bent u dan vergeten waar u woont?
Ik ga niet naar huis! Ik ben helemaal alleen, Nikitushka!
Er wacht daar niemand op mij. Ik heb geen vrouw, geen kinderen. Als ik dood ga zal niemand zich mij meer herinneren.
Het is vreselijk om alleen te zijn.
Niemand om je aan te moedigen, niemand om je te strelen, te verzorgen, niemand om je het bed in te tillen wanneer je dronken ben.
Van wie ben ik? Wie heeft mij nodig? Wie houdt van mij?
Niemand, Nikitushka. Helemaal niemand.
(Met tranen in zijn ogen) Uw publiek houdt van u, meneer.
Kijk om je heen! Mijn publiek is al naar huis. Ze slapen nu allemaal en zijn hun oude clown allang weer vergeten.
Nee. Niemand heeft me nodig, niemand houdt van mij.
Ojee, ojee, meneer! Ik wou dat ik wist hoe ik u weer kon opvrolijken...
Maar ik ben een eervolle man, Nikitushka! Ik ben een aristocraat!
Ik heb bij de artillerie gediend! En kijk nu hoe diep ik gezonken ben.
Als jonge vent had ik alles mee! Ik was knap, moedig, ambitieus.
Waar is het allemaal gebleven?
(Wijst de zaal in) Dat zwarte gat daar heeft het allemaal opgeslorpt.
Vijfenveertig jaar in het vak, en wat een leven had ik, Nikitushka!
Ik kan het mij allemaal nog helder voor de geest halen; jonge honden waren we, met passie voor theater en vrouwen — vrouwen, Nikitushka!
Het is tijd dat u ging slapen, meneer.
Toen ik net op het podium stond, was er een vrouw die van mijn acteertalent hield.
Ze was prachtig, gracieus, jong, onschuldig, puur, en stralend als de ochtendzon.
Haar glimlach kon zelfs ijs doen smelten.
Ik weet het nog goed; ik stond voor haar, zoals ik nu ook voor jou sta.
En ze zag er mooier uit dan ooit.
Haar ogen... deden mij duizelen. Zo zacht, zo teder, zo diep, zo stralend en zo jong.
Dronken van liefde viel ik voor haar op mijn knieën, en ze zei, “Stop met acteren.”
Stop met acteren! Begrijp je?
Ze kon van een acteur houden, maar er een trouwen, dat nóóit!
Ik moest die dag het podium op—een één of andere lullige rol, en terwijl ik speelde, vielen de schellen van mijn ogen.
Ik zag eindelijk in dat deze kunstvorm die ik zo aanbeden had, deze kunstvorm die zo heilig was voor mij, niets anders was dan een lege droom.
Ik was een slaaf, een idioot, een speelpop om de verveling van vreemden te verdrijven.
Waarom wijdde ik in godesnaam mijn leven aan het spelen vooe een publiek? Ik was een niemand voor ze.
Vanaf die dag betekenden hun applaus, hun kransen, hun bloemen, hun enthousiasme helemaal niets meer voor mij.
Ja, Nikitushka, ze applaudisseren voor me, ze kopen foto's van mij, maar ik ben een niemand voor ze.
Ze kennen me niet en ze kijken op mij neer, ik ben als stront aan hun schoenen.
Ze vinden het leuk om mij te ontmoeten, jawel, maar
mij, een buitenstaander, toestaan om met een van hun dochters of zussen te trouwen? Dat nóóit!
Ze keken op mij neer.
(Zinkt terug in zijn stoel) Ze keken op mij neer.
Meneer! U ziet er bleek uit! Kom, ga naar huis, alstublieft, doet u mij een plezier!
Eindelijk doorzag ik het, maar daar heb ik een hoge prijs voor betaald.
Daarna .. nadat dat meisje ... nou, toen begon ik er maar wat op los te leven.
Ik zoop me elke avond lam. Leefde van dag tot dag en nam alle rollen aan—als het maar goed betaalde.
Theater kon me geen bal meer schelen.
Ik was eens een groots acteur, Nikitushka!
Maar ik vergooide mijn talent, en speelde oppervlakkige personages.
Ik werd vadsig.
Ik werd een dronkelap, een schim van de man die ik ooit eens was.
(Wijst de zaal in) Ik ben opgeslokt door dat zwarte gat daar.
Ik dacht er nooit zo over na.
Maar vanavond werd ik wakker, hier in dit lege theater.
Ik keek terug op mijn leven, en daar, achter mij, lag achtenzestig jaar.
(Laat het hoofd hangen) Het is voorbij...
Nou nou, meneer! Hemeltje...
(Roept) Petrushka! Yegorka!
Maar ik was een waanzinnig acteur!
Pure kracht! Welsprekendheid! En zo gracieus! Dat was ik. En ook teder... Gevoelig...(Klopt zich op zijn borst) —hier in mijn hart!
Ik krijg een brok in mijn keel als ik er alleen al aan denk.
Luister! Nee, wacht, laat mij eerst even op adem komen.
Okay, luister hier maar eens naar:
(Richt zich tot de zaal) “De schaduw van
Ivan de Verschrikkelijke
werpt zich voort over het land.
En mijn lippen zetten de
oproer in vuur en vlam.
Want ik ben de dode Dimitri!
En in de vlammenzee
Zal Boris sterven
op de troon die mij toebehoort.
Genoeg! Niemand mag zien
hoe de erfgenaam van de Tsaar
Knielt voor die hooghartige
Poolse Koningin!”
(Draait zich naar Nikita) Niet slecht, toch?
(Gehaast) Wacht, nu iets van King Lear.
De hemel is zwart, zie het voor je?
We horen luid gedonder—we zien bliksemschichten—Tsj! Tsj!—ze doorklieven de lucht!
“Blaas, wind, wervel! En raas! En donder!
Vorm je tornado's en orkanen
Tot onze torenspitsen doorweekt zijn,
En de windhanen verdronken zijn!
En jij, zwavelhoudend vuur
Trotse dragers van
Eik-splijtende bliksemschichten
Verschroei mijn hoofd!
En jij, bevende donder,
Sla neer, deze ronde wereld!
Splijt de kruiken der natuur,
En mors haar kiemen en haar zaden
Die ondankbare mensen oogstten!”
(Ongeduldig) En nu, de rol van de hofnar.(Stampt met zijn voeten) Speel die rol! Nu! Vlug!
(Neemt de rol aan van de hofnar) “Oh Koning, wijwater in
een droog huis
is nog beter dan deze
regenstorm buiten.
Goede Koning, vraag uw onderdanen alstublieft om vergiffenis:
Want deze nacht is zo onbarmhartig
Voor Koning en hofnar.”
“Rommel en donder naar hartelust!
Spuwt uw vuur!
Laat uw regen nederdalen!
Want noch regen, noch wind,
noch donder, noch vuur,
zijn mijn onderdanen;
Elementen der natuur,
ik ben jullie nooit
tot last geweest;
Ik gaf jullie nooit
een koninkrijk,
noemde jullie nooit
mijn onderdanen.”
Ah! Wat een kracht, wat een talent!
Wat was ik een groots acteur!
En nu iets anders, iets dat me aan mijn jonge jaren doet denken.
Ik weet het! Hamlet. Ik begin. Hoe ging het ook al weer ...
Oh ja, ik weet het weer.
(Neemt de rol aan van Hamlet, richt zich naar de zaal) “Een blokfluit... Ah, hier is er een. Neem aan.Speel.
Laat eens zien hoe je mij bespeelt als was ik een blokfluit.”
“O, mijn Heer, het spijt mij als ik te brutaal ben geweest, te onfatsoenlijk.”
“Ik begrijp niet wat je bedoelt. Ga je deze blokfluit nog bespelen?”
“Mijn Heer, dat kan ik niet.”
“Gelooft u mij alstublieft, ik kan het niet.”
“Ik weet niet hoe ik mijn vingers moet houden, Heer.”
“Het is makkelijker dan liegen! Bedek deze stoppen met je vingers en duim, blaas door deze mondstuk, en dan komt er vanzelf een melodieus muziek uit, toch?Kijk, hier zijn de stoppen.”
“Ik zou er nog geen zuivere toon uit krijgen, Heer. Ik beheers dit instrument niet.”
“En wat maakt dat mij?Jij, die denkt mij te kunnen bespelen, jij die denkt te weten waar mijn stoppen zijn, jij die denkt al mijn geheimen te kennen, jij die mij in alle toonaarden denkt te kunnen laten spreken.
Er zit veel prachtige muziek in dit kleine instrument, en toch kan je het niet bespelen.
En je denkt mij wel te kunnen bespelen?
Denk je nou echt dat ik makkelijker te bespelen ben dan een blokfluit?
Zie mij als een muziekinstrument. Als jij dat wil.
Maar je kan me zeker niet bespelen! Alleen maar irriteren.”
(Lacht, klapt) Bravo! Encore! Bravo!
Gespeeld als een jonge vent!
Ik voel me weer een jonge hond, het komt allemaal weer terug—die kracht, dit leven!
Ik ben gewoon nog jong, ik kan helemaal niet oud zijn.
Oud worden en briljant zijn gaan ten slotte niet samen.
Ik zie dat je sprakeloos bent, Nikitushka. Wacht, laat me even bijkomen.
Oh ja! Luister naar dit! Zo teder, zo melodieus... Ssst! Stilletjes;
“De maan was ondergegaan. Er was geen licht,
Behalve het zwakke schijnsel van een legioen sterren
Zie ons hier, in deze buitenlucht, bij vlagen verlicht
Als oleanders in een roze vallei
Beschenen door de vuurvliegen wiens kleine vlammetjes
Aan en uit gaan, gelijk onze passies en onze hartstochten.”
We horen deuren opengaan.
Dat zijn Petrushka en Yegorka. Ze zijn net terug—Ja, u bent werkelijk briljant, meneer.
(Draait zich naar het geluid en roept) Kom hier, mijn jongens!
(Tegen Nikita) Laten we ons omkleden. Ik ben helemaal niet oud! Wat een onzin! Ik kan het nog allemaal.
(Lacht vrolijk) Waarom zit je me nou zo aan te staren?
Waarom heb je tranen in je ogen?
(Omarmt hem, droevig) Niet huilen! Het is niet erg!
Echte kunst gaat niet goed samen met ouderdom, of eenzaamheid, of ziekte.
En ook niet met de naderende dood, eigenlijk ... (Bedroefd) Je hebt gelijk, Nikitushka, dit is dan toch echt het einde van de rit voor mij.
Ik ben als een uitgeperste citroen, een gebroken fles, allang geen briljant acteur meer.
Ze beginnen langzaam te gaan.
Alleen geschikt voor kleine, onbelangrijke rollen. En zelfs voor die rollen ben ik nu meestal te oud. Weet je deze tekst voor Othello nog, Nikitushka?
“Vaarwel, mijn gemoedsrust! Vaarwel blijdschap!
Vaarwel soldaten, en vaarwel oorlogen die grootse mannen voortbrengen!
Vaarwel! Vaarwel paarden en de schelle trompetten, en de ophitsende trommels,
De doordringende fluiten, de Koninklijke vlaggen, al dat pracht en praal,
en de luid knallende kanonnen.
Vaarwel. Othello's carriére is voorbij...”
(Kijkt bedroefd, een blik van medelijden) Oh! Maar u bent wel degelijk briljant! Briljant zeg ik u, meneer!
Of deze dan:
“Ga weg! Het meer is duister onder de maan,
Snelle wolken verzwelgen elke lichtstraal:
Ga weg! De wind roept om nog meer duisternis, het duurt nu niet lang meer,
Voordat het diepste duister van middernacht al het licht bedekt onder een rouwkleed.’”
Ze gaan samen weg. Het doek valt langzaam.