Toneel English Blog Over

Het Huwelijksaanzoek

Vertaling van het toneelstuk “The Marriage Proposal”, geschreven door Anton Chekhov en bewerkt, vertaald en van voorzien van illustraties door Ayal Pinkus.

PERSONAGES

STEPAN STEPANOVITCH CHUBUKOV,
een landeigenaar

NATALYA STEPANOVNA, zijn dochter,
vijfentwintig jaar oud

IVAN VASSILEVITCH LOMOV, hun buurman;
ook landgoedeigenaar, groot en joviaal, en een beetje een sjoemelaar

 

 

 
De scene speelt zich af in een woonkamer in 's landhuis.

komt binnen in een smoking en met witte handschoenen. staat op om hem te verwelkomen.

 
 
 
Chubukov: (Knijpt zijn hand)Nee maar, wie hebben we daar! Ivan Vassilevitch! Kerel! Ik ben erg blij u te zien! Wat een verrassing, zeg! Hoe gaat het?
 
 
Lomov:Goed, dank u. En hoe is het bij jullie?
 
 
Chubukov:We overleven. Alstublieft, ga zitten. We zijn buren; we zouden elkaar wat vaker moeten zien, weet u.
 
 
Chubukov:Vertel, waarom bent u zo uitgedost? Die smoking, die witte handschoenen—Gaat u vanavond met iemand uit?
 
 
Lomov:Nee, ik ben hier om u te spreken, geëerde Stepan Stepanovitch.
 
 
Chubukov:En waarom bent u dan helemaal zo uitgedost? Het is alsof u me op oudejaarsavond bezoekt!
 
 
Lomov: (Pakt zijn arm)Nou, het zit zo. Ik kom hier, geëerde Stepan Stepanovitch, om u lastig te vallen met een verzoek.
 
 
Lomov:Het is niet de eerste keer dat ik het voorrecht had u om hulp te mogen verzoeken, en u heeft altijd, als het ware—

Excuseert u mij, ik ben een beetje zenuwachtig. Ik neem even een slok water, geëerde Stepan Stepanovitch.

 
neemt een slok water.
 
 
 
Chubukov: (Spreekt het publiek toe)Hij wil geld lenen! Hij krijgt geen cent!
 
 
Chubukov: (Hardop)Wat wilt u vragen, mijn beste vriend?
 
 
Lomov:Ziet u, geëerde Stepanitch... pardon, Stepan geëerdheid...
 
 
Lomov:Ik bedoel, ik ben vreselijk zenuwachtig, zoals u wellicht wel merkt...
 
 
Lomov:Wat ik wilde zeggen is dat u, en u alleen, mij hierin kan helpen, ook al verdien ik het niet, en ook al heb ik niet het recht om aanspraak te mogen maken op uw hulp, natuurlijk...
 
 
Chubukov:Vooruit met de geit! Hoest op, vriend!
 
 
Lomov:Een momentje. Okay. Daar gaat ie: ik kom hier om de hand van uw dochter Natalya Stepanovna te vragen.
 
 
Chubukov: (Blij)Grote goedheid! Ivan Vassilevitch! Wat zegt u me nou! Zeg het alstublieft nog een keer—ik geloof mijn eigen oren niet!
 
 
Lomov:Ik heb de eer om u te mogen vragen om—
 
 
Chubukov: (Onderbreekt hem)Goede man, ik ben—hier—hier!— zo blij mee!
 
 
Chubukov: (Omarmt en kust )Ik heb hier zo ongelooflijk lang op gehoopt, het was wat ik het allerliefste wilde.
 
 
Chubukov: (Pinkt een traan weg)Ik heb altijd van u gehouden als ware u mijn eigen zoon. En ik hoopte zo erg...
 
 
Chubukov:Waarom gedraag ik me eigenlijk zo raar?

Ik ben extatisch van vreugde! Oh, met heel mijn hart...

Ik zal Natasha even roepen en zo.

 
 
Lomov: (Erg geëmotioneerd)Geëerde Stepan Stepanovitch, denkt u dat ik kan rekenen op haar jawoord?
 
 
Chubukov:Maar natuurlijk, vriend! Waarom zou ze u niet het jawoord geven! Ze is verliefd—helemaal verliefd op u! Een smoorverliefde kat! Enzovoorts! Ik ben zo terug!
 
gaat weg.
 
 
 
Lomov:Het is koud... Ik beef en bibber, net als ik op het punt sta te worden gekeurd.
 
 
Lomov:Ik kan niet wachten tot dit voorbij is.

Als ik maar blijf dreinen en dralen, kan ik wel voor altijd blijven zoeken naar die ene perfecte vrouw, of de vrouw waar ik van houd. Dan zal ik nooit trouwen.

 
 
Lomov:Brr! Het is koud.

Natalya is een goede huisvrouw, en ze is niet lelijk, goed opgeleid... wat kan ik me nog meer wensen?

Mijn hoofd slaat op hol! Ik vind het zo spannend!

 
neemt een slok om te kalmeren.
 
 
 
Lomov:Ik moet nú trouwen. Ik ben ten slotte al vijfendertig—een kritische leeftijd, zogezegd.
 
 
Lomov:En ik moet een rustiger en regelmatiger leven gaan leiden... ik heb een zwak hart en ik heb last van hartkloppingen.
 
 
Lomov:Ik ben licht prikkelbaar en altijd vreselijk van streek...

Mijn lippen trillen, er is een zenuwtrekking in mijn rechterwenkbrauw...

 
 
Lomov:Maar het ergste is nog als ik probeer te slapen. Als ik bijna ingedut ben, dan krijg ik altijd steken in mijn linkerzij—en ik heb pijn in mijn schouder en ik heb ook vaak hoofdpijn...
 
 
Lomov:Dan spring ik als een bezetene uit bed en loop wat rond.

Maar als ik weer ga liggen, en bijna in slaap val, dan is daar weer die steek in mijn zij!

Dit kan een hele nacht doorgaan...

 
komt binnen.
 
 
 
Natalya:Ah, u bent het. Vader stuurde me naar binnen. Hij zei dat er een klant was die wat groente wilde kopen.

Hoe maakt u het, Ivan Vassilevitch?

 
 
Lomov:Hoe gaat het met ú, geëerde Natalya Stepanovna?
 
 
Natalya:Vergeeft u mij deze schort en oude kleren. We zijn erwten aan het doppen om ze te drogen.

Waarom hebben we u zo lang niet gezien? Ga zitten!

 
Ze gaan zitten.
 
 
 
Natalya:Wilt u iets te eten?
 
 
Lomov:Nee dank u, ik heb net gegeten.
 
 
Natalya:Rook gerust als u wil. Hier zijn wat lucifers.
 
 
Natalya:Het is vandaag fantastisch weer. Dat was gisteren wel anders, de landarbeiders konden de hele dag niet werken.

Hoeveel hooibalen heeft u al kunnen stapelen?

 
 
Natalya:Ik had de velden veel te voortvarend gemaaid, en nu ben ik bang dat de hooibalen zullen rotten in het veld. Ik had wat meer geduld moeten betrachten.
 
 
Natalya:Maar vertel, waarom bent u zo netjes gekleed? Ik heb u nog nooit zo gezien! Gaat u naar een gala of zo?—U ziet er goed uit in smoking. Waarom heeft u zich zo uitgedost?
 
 
Lomov: (Opgewonden)Mijn geëerde Natalya Stepanovna... het zit zo; ik heb besloten u te vragen te luisteren naar wat ik te zeggen heb... U zal straks wel verbaasd zijn, en misschien zelfs wel boos, maar...
 
 
Lomov: (Spreekt het publiek toe)Het is zo vreselijk koud!
 
 
Natalya:Wat is er?
 
 
Natalya: (Pauzeert)Nou?
 
 
Lomov:Ik zal het proberen kort te houden. Zoals u weet, mijn geëerde Natalya Stepanovna, heb ik het voorrecht gehad u te mogen kennen sinds wij kinderen waren.
 
 
Lomov:Mijn tante—God hebbe haar ziel— en haar man die, zoals u wel weet, ons land hadden geëerfd, hebben altijd het grootste respect gehad voor uw vader en uw overleden moeder.
 
 
Lomov:De Lomov's en de Chubukov's waren altijd bevriend met elkaar—elkaar toegenegen zou ik bijna willen zeggen.
 
 
Lomov:En zoals u weet zijn wij buren.

Mijn weilanden staan naast jullie berkenbossen.

 
 
Natalya:Sorry dat ik u onderbreek. Zei u nou net, “mijn weilanden?”—denkt u dat ze van u zijn?
 
 
Lomov:Ja, de weilanden zijn van mij.
 
 
Natalya:Waar heeft u het nou weer over! Die weilanden zijn van ons, niet van u!
 
 
Lomov:Nee, ze zijn van mij, geëerde Natalya Stepanovna.
 
 
Natalya:Nou, dat hoor ik dan voor het eerst. Hoe komt u er nou bij dat de weilanden van u zijn?
 
 
Lomov:Ik heb het over de weilanden tussen de berkenbossen en het moeras.
 
 
Natalya:Ja precies. Die zijn van ons.
 
 
Lomov:Nee, u heeft het bij het verkeerde eind, geëerde Natalya Stepanovna, die zijn van mij.
 
 
Natalya:Probeer het u voor de geest te halen, Ivan Vassilevitch! Hoe lang denkt u dat ze van u geweest zijn?
 
 
Lomov:Hoe lang? Voor zolang als ik me kan herinneren.
 
 
Natalya:Dit is toch echt niet te geloven—die weilanden zijn van ons!
 
 
Lomov:Maar u kan het zien in het kadaster, geëerde Natalya Stepanovna.
 
 
Lomov:Het klopt dat er in het verleden over getwist is, maar nu weet iedereen dat die weilanden van mij zijn.
 
 
Lomov:Er is geen reden om daar nu ruzie over te maken, want de grootmoeder van mijn tante gaf de boeren van uw vader's opa voor altijd vrije toegang tot die weilanden, en in ruil daarvoor zouden zij hooibalen voor haar maken.
 
 
Lomov:De boeren op uw opa's landgoed hebben nu veertig jaar gebruik kunnen maken van die weilanden en ze denken nu dat die weilanden van hun zijn, terwijl—
 
 
Natalya:Daar is niets van waar! Zowel mijn grootvader als mijn overgrootvader beschouwden het stuk land dat reikt tot aan de moerassen als hun landgoed—en dat betekent dat de weilanden van ons zijn.
 
 
Natalya:Ik zie niet in waarom we het hier überhaupt over moeten hebben.

Het is simpelweg een belachelijk idee!

 
 
Lomov:Ik zal u het uittreksel van het kadaster laten zien, Natalya Stepanovna!
 
 
Natalya:Nee, u houdt me voor de gek! En dat is niet aardig van u.

Dit landgoed is al driehonderd jaar van ons, en nou zou het plotseling van u zijn?

 
 
Natalya:Ivan Vassilevitch! Hoe durft u dat te zeggen.
 
 
Natalya:Het is niet dat die weilanden veel waard zijn.

Ze zijn iets als dertien hectare en misschien driehonderd roebels of zo waard.

 
 
Natalya:Maar het zou oneerlijk van u zijn, en ik kan erg slecht tegen oneerlijke mensen.
 
 
Lomov:Luister nou naar me, ik smeek u, alstublieft!
 
 
Lomov:Zoals ik al net vereerd was u te mogen mededelen, maakten de boeren van uw vader's grootvader hooibalen voor de oma van mijn tante.

Nu. En toen wilde mijn tante hen—

 
 
Natalya:Ik kan hier kop noch staart van maken! Al die opa's en oma's en tantes en overgrootopa's en overgrootoma's. Ik snap er niks meer van.
 
 
Natalya:De weilanden zijn gewoon van ons, daar hoeven we verder geen woorden meer aan vuil te maken.
 
 
Lomov:Van mij.
 
 
Natalya:Van ons! U kan mij de godganse dag uittreksels van het kadaster laten zien, of vijftien smokings aantrekken, dat kan mij allemaal niks schelen!
 
 
Natalya:De weilanden zijn van ons, ons, ons!

Ik moet niks van u, wil niks van u, en u krijgt helemaal niets van mij.

 
 
Lomov:Natalya Ivanovna, ik wil die weilanden helemaal niet eens, maar het gaat om het principe. Als u wil kan ik u ze kado doen.
 
 
Natalya:Ik kan ze aan mezelf geven bedoelt u, want ze zijn van mij!

U gedraagt zich vandaag raar zeg, om het zachtjes uit te drukken.

 
 
Natalya:Ik heb u altijd als een goede buur gezien, een vriend. Vorig jaar leenden wij u onze dorsmachine, zelfs al betekende dat dat wijzelf helemaal tot november moesten wachten met dorsen.
 
 
Natalya:En nou behandelt u ons als landlopers.

Suggereren dat u mij dat stukje land gaat schenken—land dat al van mij is! Hoe kríjgt u het over uw lippen!

 
 
Natalya:Dat was niet aardig van u. Ik vind het zelfs onbeschaamd, om eerlijk te zijn—
 
 
Lomov:Maar dan beschuldigt u mij dus van landroof?
 
 
Lomov:Mevrouw, ik heb nóóit, in mijn hele leven niet, ooit, landgoed gestolen, en ik ga niet toestaan dat ook maar iemand mij daarvan beschuldigt—
 
 
Lomov: (Duikt op de karaf en drinkt haastig wat water)De weilanden zijn van mij!
 
 
Natalya:Dat is niet waar! Ze zijn van ons!
 
 
Lomov:Van mij!
 
 
Natalya:Niet waar! En ik zal het bewijzen! Ik stuur vandaag nog mijn maaiers naar de weilanden!
 
 
Lomov:Wat?
 
 
Natalya:Mijn maaiers zullen er vandaag nog zijn!
 
 
Lomov:Ik zal ze met mijn geweer verjagen!
 
 
Natalya:Als u het waagt!
 
 
Lomov: (Grijpt naar zijn hart)De weilanden zijn van mij! Van mij!
 
 
Natalya:Schreeuw alstublieft niet zo! Als u blijft schreeuwen, dan zal ik u vriendelijk moeten verzoeken ons huis te verlaten. Gedraagt u zich!
 
 
Lomov:Ik zou u vriendelijker hebben toegesproken als ik niet zo vreselijk ontdaan was, mevrouw, en als ik niet zo'n ongelooflijke last had gehad van hartkloppingen.
 
 
Lomov: (Schreeuwt)De weilanden zijn van mij!
 
 
Natalya:Van ons!
 
 
Lomov:Van mij!
 
 
Natalya:Van ons!
 
 
Lomov:Van mij!
 
komt binnen.
 
 
 
Chubukov:Wat is hier aan de hand? Waarom schreeuwen jullie zo naar elkaar?
 
 
Natalya:Pappa, vertel dit heerschap eens van wie de weilanden zijn; van ons of van hem?
 
 
Chubukov: (Tegen )Vriend, de weilanden zijn natuurlijk van ons!
 
 
Lomov:Stepanitch, alstublieft, wees eens redelijk, hoe kunnen de weilanden nou in godesnaam van jullie zijn?
 
 
Lomov:De grootmoeder van mijn tante gaf ze gratis in bruikleen aan de boeren die op het landgoed van uw grootvader werkten.
 
 
Lomov:Die boeren hebben vervolgens veertig jaar lang gratis gebruik mogen maken van dat stukje land, en nu doen ze alsof het van hun is, terwijl—
 
 
Chubukov:Vriend, het spijt mij zeer, maar u ziet één klein detail over het hoofd, en dat is namelijk dat de boeren uw oma niet betaalden omdat het eigendom van de weilanden werd betwist, en dergelijke.
 
 
Chubukov:En nu weet iedereen natuurlijk dat die gronden van ons zijn.

U heeft de meest recente plattegronden wellicht niet zorgvuldig genoeg bestudeerd.

 
 
Lomov:Ik zal bewijzen dat ze van mij zijn!
 
 
Chubukov:Dat zult u niet, vriend.
 
 
Lomov:Dat zal ik wel!
 
 
Chubukov:Beste vriend, waarom schreeuwt u zo? Met geschreeuw bewijst u niets.

Ik hoef niets van u en was ook niet van plan land dat ik bezit op te geven. Waarom zou ik?

 
 
Chubukov:En weet, beste buurman, dat als u hierover blijft doorzeuren, ik de weilanden liever aan de boeren geef dan aan u. Zo!
 
 
Lomov:U heeft niet het recht mijn weilanden weg te geven!
 
 
Chubukov:U kunt er gevoegelijk van uit gaan, heer, dat ik wel degelijk dat recht heb.

En voorts ben ik niet gewend op deze wijze aangesproken te worden, en dergelijke. Jongeman, ik ben twee keer zo oud als u, en ik vraag u mij met enig respect te bejegenen en uzelf niet zo op te winden, en zo voorts.

 
 
Lomov:Nee. U denkt dat ik een sukkel ben en dat u mij om de tuin kunt leiden!

U denkt dat u mijn land kan inpikken, en dan wilt u dat ik u kalm en beleefd aanspreek?

Goede buren gedragen zich niet zo, Stepan Stepanitch! U bent geen buur, u bent een landrover!

 
 
Chubukov:WAT zei u daar?
 
 
Natalya:Pappa, stuur de maaiers nu metéén naar de weilanden!
 
 
Chubukov:Wat zei u daar, heer?
 
 
Natalya:De weilanden zijn van ons, en ik zal ze nooit opgeven, nooit opgeven, nooit opgeven!
 
 
Lomov:Dat zullen we nog wel eens zien! Ik stap naar de rechter, en dan zal ik u een lesje leren!
 
 
Chubukov:Naar de rechter stappen, en zo? Doe dat vooral! U was altijd al op zoek naar een reden om ons voor de rechter te kunnen slepen, jij kleinzerig mannetje! Jullie waren allemaal altijd al zo! Allemaal!
 
 
Lomov:Oh, mijn mensen? Wij Lomov's zijn altijd fatsoenlijke mensen geweest. Niet één van ons is ooit veroordeeld voor verduistering, zoals uw grootvader!
 
 
Chubukov:Jullie Lomov's waren allemaal gestoord! Krankzinnig! Allemaal!
 
 
Natalya:Allemaal, allemaal, allemaal!
 
 
Chubukov:Uw grootvader was een dronkelap, en uw jongere tante, Nastasya Mihailovna, ging ervandoor met een architect, en zo voorts.
 
 
Lomov:En uw moeder had een bochel.
 
 
Lomov: (Grijpt naar zijn hart)Ik heb een steek in mijn zij.... Barstende koppijn.... Water! Alstublieft!
 
 
Chubukov:Uw vader was een gokverslaafde zuipschuit!
 
 
Natalya:En er zijn geen grotere lasteraars geweest dan uw tante!
 
 
Lomov:U bent een ruziemaker... Oh, m'n hart!... En iedereen weet dat u bij de laatste verkiezingen iemand omge... Ik zie sterren... Waar is mijn hoed?...
 
 
Natalya:U bent laag! U bent oneerlijk! U bent gemeen!
 
 
Chubukov:En jij bent niet meer dan een kwaadaardige huichelachtige ruziemaker! Ja!
 
 
Lomov:Hier is mijn hoed.... M'n hart!... Waar was de uitgang ook al weer? Oh... Ik ga dood...
 
loopt naar de deur.
 
 
 
Chubukov: (Volgt hem)En waag het niet om hier óóit nog te komen!
 
 
Natalya:Stap maar naar de rechter als u durft!
 
stommelt de kamer uit.
 
 
 
Chubukov: (Loopt opgewonden heen en weer)Wat een nare man!
 
 
Natalya:Wat een eikel! Hoe kan iemand ooit nog zijn buren vertrouwen nadat zóiets gebeurd is!
 
 
Chubukov:Een stuk schorem is het! Een engerd!
 
 
Natalya:Een monster! Eerst steelt hij ons land, en daarna heeft hij het lef ons zó te beledigen.
 
 
Chubukov:De onbeschaamde brutaliteit om een aanzoek te willen doen, en zo voorts!

Een aanzoek!

 
 
Natalya:Een aanzoek?
 
 
Chubukov:Ja! Die gore klootzak kwam hier om jou een huwelijksaanzoek te doen!
 
 
Natalya:Een huwelijksaanzoek? Aan mij? Waarom zei u dat niet!
 
 
Chubukov:En dan kleedt hij zich in die sjieke kleren, de hansworst. De lelijkerd.
 
 
Natalya:Om mij een huwelijksaanzoek te doen! Ah!
 
 
Natalya: (Valt in een fauteuil en begint te jammeren)Haal hem terug! Terug! Ah! Roep hem terug!
 
 
Chubukov:Wie?
 
 
Natalya: (Hysterisch)Snel, snel! Godver! Breng hem terug!
 
 
Chubukov:Wat is er met jou aan de hand?
 
 
Chubukov: (Grijpt zijn hoofd)Oh, wat heb ik gedaan! Ik kan mezelf wel schieten! Wat heb ik haar aangedaan!
 
 
Natalya:Alstublieft! Haal hem nú terug!
 
 
Chubukov:Pfff! Ik ga al. Je hoeft niet zo naar me te schreeuwen!
 
rent weg. Een korte pauze. jammert.
 
 
 
Natalya:Waarom moet mij dit overkomen! Haal hem terug! Haal hem!
 
Een korte pauze. komt rennend terug.
 
 
 
Chubukov:Hij komt eraan, hij komt eraan... enzovoorts, dat hij naar de hel mag lopen. Oef. Jij mag met hem praten; ik heb geen zin om—
 
 
Natalya: (Jammert)Haal hem! Nu!
 
 
Chubukov: (Schreeuwt)Hij komt eraan zeg ik toch.

Oh wat een last, om vader te zijn van een volwassen dochter! Ik maak me nog eens van kant hoor, echt.

We vervloekten hem, beledigden hem, jaagden hem weg, en dat kwam allemaal door... jou! Jou!

 
 
Natalya:Niet! Door u!
 
 
Chubukov:Dit is echt niet mijn fout hoor.
 
verschijnt in de deuropening.
 
 
 
Chubukov:Bespreken jullie dit maar onderling.
 
gaat weg.

strompelt uitgeput binnen.

 
 
 
Lomov:Ik heb vreselijke hartkloppingen... steken in mijn zij.
 
 
Natalya:Vergeef ons, Ivan Vassilevitch, we waren een beetje heethoofden... Ik weet het weer; de weilanden zijn inderdaad echt van u.
 
 
Lomov:Mijn hart klopt zo hard... Ja, mijn weilanden... Zenuwtrekken in beide wenkbrauwen...
 
 
Natalya:De weilanden zijn van u, ja, van u... Gaat u alstublieft zitten....
 
Ze gaan zitten.
 
 
 
Natalya:We hadden ongelijk....
 
 
Lomov:Het gaat om het principe, begrijpt u... Ik geef niet zo veel om mijn landgoed, maar het gaat om het principe, begrijpt u, het principe...
 
 
Natalya:Ja, precies, het principe... Maar laten we het over iets anders hebben.
 
 
Lomov:Temeer daar ik bewijs heb... De oma van mijn tante leende het land uit aan de boeren van de grootvader van uw vader...
 
 
Natalya:Ja, ja, zet het van u af...
 
 
Natalya: (Spreekt het publiek toe)Ik wou dat ik wist hoe ik hem moest laten beginnen....
 
 
Natalya: (Hardop)Gaat u binnenkort jagen?
 
 
Lomov:Ik denk er over om na de oogst op korhanen te gaan jagen, geëerde Natalya Stepanovna.

Oh, heeft u het gehoord? Ik heb vreselijke pech gehad! Mijn hond Raadsel, u weet wel, heeft een lamme poot.

 
 
Natalya:Wat erg! Hoe is dat zo gekomen?
 
 
Lomov:Ik weet het niet... Misschien is hij gebeten door een andere hond...
 
 
Lomov: (Zucht)Mijn allerbeste hond, en hij was zo duur. Ik kocht hem van Mironov voor honderdvijfentwintig roebels.
 
 
Natalya:Dan heeft u te veel betaald, Ivan Vassilevitch.
 
 
Lomov:Ik vond hem goedkoop. Het is een rashond.
 
 
Natalya:Pappa betaalde vijfentachtig roebels for Knijper, en Knijper is een veel betere hond dan Raadsel!
 
 
Lomov:Knijper beter dan Raadsel? U bent niet goed bij uw hoofd!
 
 
Lomov: (Lacht)Knijper beter dan Raadsel! Pfff! Laat me niet lachen.
 
 
Natalya:Natuurlijk is Knijper beter!

Hij is nog wat jong, en hij moet nog getraind worden, maar als het om stamboom gaat is hij beter dan alle honden die Volchanetsky ooit verkocht heeft.

 
 
Lomov:Neemt u mij niet kwalijk, Natalya Stepanovna, maar u vergeet dat uw hond een onderbeet heeft, en dat uw hond daarom dus per definitie een slechte jachthond is!
 
 
Natalya:Een onderbeet? Hoe komt u daar nu bij!
 
 
Lomov:Ik verzeker u dat zijn onderkaak korter is dan zijn bovenkaak.
 
 
Natalya:Heeft u het gemeten dan?
 
 
Lomov:Ja. En hij is natuurlijk volgzaam, maar als u wilt dat hij iets voor u oppakt—
 
 
Natalya:Onze Knijper is een volbloed, een zoon van Harnas and Beitel.

De stamboom van uw hond is helemáál niet te achterhalen...

Raadsel is oud en lelijk en uitgewoond als een taxi-paard.

 
 
Lomov:Hij is inderdaad oud, maar ik zou hem nog niet ruilen voor vijf Knijpers... Hoe kunt u nou?...

Raadsel is een echte hond. En Knijper, tja, het is bijna te grappig om daar over te discussiëren. Iedereen heeft een hond als Knijper. U kunt ze vinden achter bijna elke struik.

Vijfentwintig roebel zou een mooie prijs zijn om voor hem te betalen.

 
 
Natalya:U bent wel ruzie aan het zoeken vandaag zeg, Ivan Vassilevitch.
 
 
Natalya:Eerst beweert u dat de weilanden van u zijn, dan beweert u dat Raadsel beter is dan Knijper.
 
 
Natalya:Ik hou niet van mensen die niet zeggen wat ze echt denken, want u weet natuurlijk dondersgoed dat onze Knijper honderdmaal beter is dan uw sullige Raadsel.

Waarom staat u erop dat dat niet zo is?

 
 
Lomov:U moet wel denken dat ik óf dom óf blind ben. U moet toch toegeven dat Knijper een onderbeet heeft!
 
 
Natalya:Dat is niet waar.
 
 
Lomov:Wel waar!
 
 
Natalya:Dat is niet waar!
 
 
Lomov:Waarom schreeuwt u, mevrouw?
 
 
Natalya:Ik kan beter vragen waarom u zo'n onzin uitkraamt.

Ik kan het niet meer aanhoren.

Het is tijd dat ze uw Raadsel in lieten slapen, en u durft hem te vergelijken met Knijper?

 
 
Lomov:Excuseert u mij; ik kan dit gesprek niet meer voortzetten. Ik krijg weer hartkloppingen.
 
 
Natalya:Het is me opgevallen dat jagers die het minst goed zijn het meest opscheppen.
 
 
Lomov:Mevrouw, stilte alstublieft... Mijn hart explodeert...
 
 
Lomov: (Roept)Zwijg!
 
 
Natalya:Ik zal niet zwijgen totdat u toegeeft dat onze Knijper een honderd maal betere hond is dan uw Raadsel!
 
 
Lomov:Een honderd maal slechter zult u bedoelen! Kijk nou eens goed naar Knijper! Zijn hoofd... zijn ogen... zijn schouders...
 
 
Natalya:Je hoeft anders niet goed naar Raadsel te kijken om te zien dat hij al half dood is!
 
 
Lomov: (Jammert)Houdt uw mond! Mijn hart!
 
 
Natalya:Geen sprake van. Ik houd mijn mond niet.
 
komt binnen.
 
 
 
Chubukov:Wat is er nu weer aan de hand?
 
 
Natalya:Pappa, eerlijk zeggen; welke hond is beter, onze Knijper of zijn Raadsel?
 
 
Lomov:Stepan Stepanovitch, zegt u mij alstublieft één ding: heeft uw Knijper een onderbeet of niet? Ja of nee?
 
 
Chubukov:En wat als dat zo is? Wat zou dat uitmaken? Hij is de allerbeste jachthond in de wijde omtrek, en zo voorts, en zo verder.
 
 
Lomov:Maar is mijn Raadsel dan niet veel beter?
 
 
Chubukov:Geen reden om u op te winden, beste man... Staat u mij toe...

Uw Raadsel heeft zeker pluspunten... Hij is een volbloed, staat stevig op zijn poten, heeft een mooie strakke lijf, en zo voorts.

Maar beste kerel, om eerlijk te zijn heeft hij twee defecten: hij is oud en hij heeft een korte snuit.

 
 
Lomov:Excuseer mij, mijn hart....

Laten wij de feiten eens onder ogen zien...

 
 
Lomov:U herinnert zich wellicht nog dat tijdens de Marusinsky jacht mijn Raadsel nek aan nek rende met de hond van de Graaf terwijl uw Knijper een flink stuk achterbleef.
 
 
Chubukov:Hij bleef achter omdat de Graaf hem met zijn zweep had geslagen.
 
 
Lomov:En daar had hij een goede reden voor! De honden renden achter een vos aan, en toen ging Knijper plotseling achter een schaap aan!
 
 
Chubukov:Dat is niet waar!... Mijn beste man, ik sta op het punt mijn geduld te verliezen, en daarom stel ik voor dat wij stoppen met ruziemaken.
 
 
Chubukov:U begon omdat iedereen altijd jaloers is op de jachthond van een ander.

Ja, wij zijn allemaal zo! En dat geeft niet. U, heer, bent ook niet vrij van blaam!

 
 
Chubukov:Zodra u doorheeft dat een jachthond beter is dan Raadsel, dan zegt u altijd dit, en dat, en zus, en zo, en zo voorts. Ik kan het me nog goed herinneren.
 
 
Lomov:Ik kan het me ook nog goed herinneren!
 
 
Chubukov: (Plagend)En wat herinnert u zich dan wel niet?
 
 
Lomov:Mijn hart... Ik kan niet...
 
 
Natalya: (Plagend)Mijn hart.... Mooie jager bent u.

U zou in de keuken op de grond moeten gaan liggen en kakkerlakken vangen, niet op vossen jagen in het veld!(Doet hem melodramatisch na)“Mijn hart... mijn hart...”

 
 
Chubukov:Ja, inderdaad! Wat voor een jager bent u nou helemaal!

U zou het met uw hartkloppingen beter rustig aan kunnen doen en thuisblijven in plaats van op jacht te gaan.

U had nu kunnen jagen, maar u gaat liever bij mensen langs om ruzie te maken en nare dingen over hun jachthonden te zeggen en zo verder.

Laten we van onderwerp veranderen voordat ik mijn geduld verlies.

U bent trouwens sowieso geen echte jager!

 
 
Lomov:En u bent wel een echte jager? U gaat alleen maar op jacht om in de smaak te vallen bij de Graaf... Oh, mijn hart... U bent een ruziemaker!
 
 
Chubukov:Wát zegt u daar? Ik, een ruziemaker?
 
 
Chubukov: (Schreeuwt)Zwijg!
 
 
Lomov:Ruziemaker!
 
 
Chubukov:Jochie! Pedant ventje!
 
 
Lomov:Oude rat!
 
 
Chubukov:Nu uw mond houden of ik schiet u als ware u één patrijs! Dwaas!
 
 
Lomov:Iedereen weet dat—oh, mijn hart!—uw vrouw, god hebbe haar ziel, u altijd sloeg... Mijn benen... mijn slaap... sterretjes.... Ik val, ik val!
 
 
Chubukov:En bij u heeft uw dienstmeid u onder de duim!
 
 
Lomov:Oh... mijn hart explodeert! Pijn in mijn schouder... ik voel hem niet meer... waar is mijn schouder... ik ga dood.
 
zakt in een fauteuil.
 
 
 
Lomov:Een dokter!
 
valt flauw.
 
 
 
Chubukov:Jochie! Melkmuil! Idioot! Ik word niet goed!
 
 
Chubukov: (Neemt een slok water)Ik word niet goed!
 
 
Natalya:Wat voor jager ben jij nou helemaal! Je kan niet eens op een paard blijven zitten!
 
 
Natalya: (Tegen haar vader)Pappa, wat is er met hem? Pappa! Kijk, pappa!
 
 
Natalya: (Schreeuwt)Ivan Vassilevitch! Hij is dood!
 
 
Chubukov:Ik word niet goed!... Ik stik!... Lucht!
 
 
Natalya:Hij is dood.
 
 
Natalya: (Trekt aan 's mouw)Ivan Vassilevitch! Ivan Vassilevitch! Wat heb je me aangedaan! Hij is dood.
 
 
Natalya: (Zakt hysterisch in een fauteuil)Een dokter, een dokter!
 
 
Chubukov:Oh!... Wat is er? Wat is er aan de hand?
 
 
Natalya: (Jammert)Hij is dood... dood!
 
 
Chubukov:Wie is dood?
 
 
Chubukov: (Kijkt naar )Daar lijkt het wel op! Mijn hemeltje! Water! Een dokter!
 
 
Chubukov: (Brengt een glas naar 's mond)Drink dit!...

Hij drinkt niet... Dat betekent dat hij dood is, en zo voorts...

Och, arme ik... Waarom moest mij dit nou weer overkomen...

Ik maak mezelf van kant! Waar wacht ik nog op. Geef mij een mes! Geef mij een pistool!

 
beweegt.
 
 
 
Chubukov:Hij lijkt weer bij te komen—drink wat water! Goed zo....
 
 
Lomov:Ik zie sterretjes... ik zie wazig.... Waar ben ik?
 
 
Chubukov:Schiet nou toch eens op en vraag haar nou eens ten huwelijk of anders—of anders mag u opdonderen! Ze wil!
 
 
Chubukov: (Hij plaatst 's hand in die van zijn dochter)Ze wil, en zo voorts. Ik geef je mijn zegen en zo. Maar laat me daarna alstublieft met rust!
 
 
Lomov: (Staat op)Eh? Wat? Aan wie moet ik wat vragen?
 
 
Chubukov:Ze wil! Kus haar nou, of donder anders op!
 
 
Natalya: (Jammert)Hij leeft... Ja, ja, ik wil...
 
 
Chubukov:Kus elkaar!
 
 
Lomov:Eh? Wie moet ik kussen?
 
Ze kussen.
 
 
 
Lomov:Dat was erg fijn...

Verontschuldigt u zich mij, waar gaat dit over?

 
 
Lomov:Oh, wacht! Ik weet het weer... mijn hart, sterretjes...

Oh, ik ben zo blij.

Natalya Stepanovna...

 
 
Lomov: (Kust haar hand)Ik voel mijn schouder niet meer...
 
 
Natalya:Ik... Ik ben ook blij...
 
 
Chubukov:Een hele last valt van mijn schouders... oef!
 
 
Natalya:Maar... je moet toegeven dat Raadsel een slechtere jachthond is dan Knijper.
 
 
Lomov:Beter!
 
 
Natalya:Slechter!
 
 
Chubukov:Nou nou, dat is niet een goed begin van een huwelijk! Laten wij champagne drinken!
 
 
Lomov:Hij is beter!
 
 
Natalya:Slechter! Slechter! Slechter!
 
 
Chubukov: (Probeert haar te overschreeuwen)Champagne! Champagne!
 
Het doek valt.