Toonscripts (Dutch) About

De Plaatsvervanger

Vertaling van het toneelstuk “The Man In The Stalls”, geschreven door Alfred Sutro en bewerkt, vertaald en voorzien van illustraties door Ayal Pinkus.

PERSONAGES

—BETTY

—WALTER

—HECTOR

 

 

Een woonkamer in een kleine flat op Shaftesbury Avenue.

Achterin is een deur die naar de eetkamer leidt — hij staat open en de eettafel is duidelijk te zien.

Helemaal rechts is een andere deur die naar de hal leidt.

Het is een prettige ruimte, al is het redelijk goedkoop ingericht.

Links staat een baby-grand piano schuin tegen een scheve muur.

In een open haard dat links van het midden van het podium staat brandt een knapperig vuurtje.

Rechts van de deur die naar de eetkamer leidt staat een klein bijzettafeltje waarop een dienblad met karaf en glazen staat.

Ervoor staat een speeltafel met twee pakken speelkaarten en een stoel aan elke zijde.

Er staat nog een tafel in de kamer; een ronde. Hij staat midden in de kamer. Links en rechts van de ronde tafel staan comfortabele stoelen.

Langs de rechtermuur staat een lange sofa. Boven de sofa hangen een paar mooie kunstwerken; aquarellen en etsen. Op de piano en de tafel staan bloemen.

De hele kamer roept een sfeer op van verfijndheid en comfort. Er zijn geen luxedingen, maar het is duidelijk wel met smaak en stijl ingericht.

Als het gordijn opgaat staat HECTOR ALLEN een jong uitziende man van in de veertig met een aantrekkelijk, intellectueel uiterlijk, bij de eettafel in de eetkamer. Hij leegt zijn glas. Rechts naast hem steekt WALTER COZENS net een sigaret op. WALTER is net een paar jaar jonger dan zijn vriend. Hij ziet er goed uit met mooi, golvend bruin haar.

Hij is goed gekleed — duidelijk een dandy.

ziet er een stuk onverzorgder uit: slecht-zittend pak, rare laarzen, goedkope strik om zijn nek.

BETTY is een aantrekkelijke vrouw van in de dertig. Ze draagt een mooie jurk en staat achterin de eetkamer te praten met een dienstmeid.

zet zijn glas neer en stapt de woonkamer in.

volgt hem.

trekt aan een kort sigaartje.

 
 
HECTOR: (Praat als hij door de deur stapt, alsof hij een gesprek aan het voortzetten is — hij loopt naar de open haard en blijft er staan met zijn rug ernaartoe)Echt, als ik geweten had wat het inhield, dan had ik deze baan nooit aangenomen!
 
 
HECTOR:Het klonk in eerste instantie fantastisch om de literaire manager te mogen zijn van de Duke's Theater — adviseur van de wereldvermaarde Meneer Honeyswill!
 
 
HECTOR:Nou—en toen zei die oude man dat ik elke eerste voorstelling moest zien, en toen hij uitlegde waarom, toen moest ik hardop lachen!
 
 
HECTOR:“Vooral tijdens de eerste voorstellingen krijg je een gevoel voor hoe de dingen écht werken, en dan leer je het meeste,” — zei hij.
 
 
HECTOR:Ik, iets leren! Alsof ik het niet al weet!

Ik verveel me daar dood, jongen. Het is een hondeleven.

 
 
WALTER: (Zit links aan de ronde tafel)Ik zou graag met je ruilen, kerel.
 
 
HECTOR:Denk je dat? Dat is wat iedereen zegt!

VIER nieuwe toneelstukken per week, knul — gisteren een, vandaag een — en morgen nog een, en de avond daarop ook natuurlijk! Het gaat maar door.

 
 
HECTOR:Ik lees de hele dag al toneelstukken — en dan moet ik ze 's avonds ook nog eens zien!
 
 
HECTOR:Wist je dat ik er ongeveer tweeduizend per jaar lees? Deel dat door driehonderdvijfenzestig.

Het is een hondeleven — dat is wat het is!

 
 
WALTER:Beter dan bij de administratie werken van een beurshandelaar — geloof mij nou maar.
 
 
HECTOR:Denk je dat? Ik wou dat jij het kon uitproberen, knul. Je zou binnen de kortste keren grijze haren krijgen, zoals ik.
 
 
HECTOR:En weet je — hoe gaan al die stomme toneelstukken vandaag de dag? Ze zijn óf zó vol dodelijk saaie intellectuele geneuzel dat je erbij in slaap valt — óf ze staan zo stijf van de melodrama dat je liever je schoenzool zou opeten dan verder kijken.
 
 
WALTER:Nou, dan heb je dus in ieder geval variatie.
 
 
HECTOR: (Snoevend)Variatie? Ik kijk nog liever naar een poppenkast met Jan Klaasen en Katrijn — of spelende honden.
 
 
HECTOR:Toneelstukken — Ik heb er helemaal genoeg van. En moet je deze zien — waar ik vanavond naartoe moet.
 
 
HECTOR:Het is vertaald uit het Frans — nou, dan weet je wel wat dat betekent.
 
 
HECTOR:Het is altijd hetzelfde. Een man, zijn vrouw en een maîtresse. Of een vrouw, haar man en haar minnaar. Dat is wat ze bedoelen met Franse toneel.
 
 
HECTOR:Je vertaalt het naar het Nederlands, doet de vrouw een allesverhullende jas aan, en dan maak je het acceptabel voor het puriteinse publiek door er een kapelaan bij te gooien.
 
 
BETTY: (Komt binnen en doet de deur naar de eetkamer dicht)Je moet gaan, Hector.
 
Ze staat stil, luister even, en gaat dan door de andere deur die naar de hal leidt.
 
 
 
HECTOR: (Negeert haar omdat hij net lekker op zijn spreekstoel zit)En laat me je dan dit zeggen; als ik moest kiezen, dan koos ik voor onze huisgemaakte zware kost.
 
 
HECTOR:Ik heb mijn buik vol van die eeuwige driehoeksrelaties de hele tijd.
 
 
HECTOR:Het gaat namelijk altijd hetzelfde: de echtgenoot plaatst zijn vuisten in zijn zijde — en soms in het gezicht van de minnaar.
 
 
HECTOR:En de minnaar neemt het nooit voor zichzelf op — en waarom doet hij dat dan in godesnaam niet? In het echte leven zou hij dat wel degelijk doen.
 
 
BETTY: (Komt terug met zijn jas en sjaal — die ze liefdevol om zijn nek wikkelt; ze helpt hem in zijn jas, terwijl de hele tijd verder praat)Hij zou zeggen, loop naar de hel.
 
 
HECTOR:Dat is inderdaad wat hij zou zeggen — nou, en dan heb je de poppen natuurlijk wel aan het dansen. Dan heb je conflict. Maar géén één van die lafaards van een toneelschrijvers durft dat blijkbaar aan.
 
 
HECTOR:En waarom niet? Want dán zou het de waarheid zijn, en dán zou het een groots drama veroorzaken op het toneel.
 
 
HECTOR:Maar nee — ze zijn bang — bang dat het publiek het niet leuk gaat vinden.
 
 
HECTOR:De echtgenoot moet de minnaar uiteindelijk natuurlijk overmeesteren — zoals een grote kat een muis — anders zou de toneelschrijver een van zijn auto's moeten verkopen. Zo zitten die dingen nou eenmaal in elkaar.
 
 
BETTY: (Kijkt naar de klok op de schoorsteenmantel)Het is vijfentwintig over, Hector.
 
 
HECTOR: (Vrolijk)Okay, meisje, ik ben er vandoor. Doeg Walter — fijn dat jij het vrouwtje weer even gezelschap kan houden voor me.
 
 
HECTOR:Dag schat. (Hij kust haar) Blijf niet op voor mij. Op naar het theater. Oh, wat een hondeleven!
 
Hij gaat weg. wacht tot de deur naar de hal dichtslaat en dan gaat ze op de leuning van 's stoel zitten. Ze legt haar hoofd op zijn schouder.
 
 
 
BETTY: (Zachtjes)Arme Hector!
 
 
WALTER: (Ongemakkelijk)... Ja ...
 
 
BETTY:Vind je het niet verschrikkelijk als hij die dingen zegt? (Ze kust hem; dan doet ze haar armen om zijn nek, trekt zijn gezicht naar het hare, en kust hem nog een keer, dit keer op zijn wang) Toch?
 
Ze schurkt tevreden tegen hem aan.
 
 
 
WALTER: (Probeert van haar weg te leunen)Eigenlijk wel ja.
 
 
BETTY: (Dromerig)Ik — vind het eigenlijk stiekem wel leuk.
 
 
WALTER:Betty!
 
 
BETTY:Ja, ik houd er wel van. Geen idee waarom. Misschien ben ik wel vreselijk slecht.

Of misschien hou ik wel van het gevaarlijke spel dat wíj nu spelen — ik weet het niet.

 
 
WALTER: (Probeert tevergeefs op te staan)Betty —
 
 
BETTY: (Omhelst hem nog inniger)Stop, niet bewegen. Je kin is zo heerlijk glad — zijn kin schaaft zo.
 
 
BETTY:Waarom scheren echtgenoten zich niet beter? Of is de verboden kin altijd gladder?
 
 
BETTY:Arme oude Hector! Als hij ons nu eens kon zien! Hij vermoedt helemaal niets.
 
 
BETTY:Ik vind het heerlijk — echt waar. Hij laat ons elke avond alleen samen en dan maakt hij zichzelf wijs dat jij me bridge aan het leren bent. Ha ha!
 
 
WALTER: (Onrustig)Ik ook. Waar zijn de kaarten?
 
 
BETTY: (Streelt hem)Gekkie, ben je vergeten dat dit dinsdag is — en dat Maggie dan 's avonds vrij heeft?
 
 
BETTY:Ze is er al vandoor — ik heb tegen haar gezegd dat ze niet hoeft te wachten tot de tafel afgeruimd moet worden. Wij regelen vandaag zélf een koningsmaal! Koning! Jij bent mijn koning, niet?
 
 
WALTER:... Ik — heb geen idee wat ik ben ...
 
 
BETTY:Oh dat weet je dondersgoed — jij bent mijn minnaar. De minnaar waar ik zo van hou. Daar.
 
Ze kust hem nog een keer, dit keer vol op de lippen.
 
 
 
BETTY:Dat was een lekkere kus, toch? Arme oude Hector, zit daar helemaal alleen op de voorste rij — en denkt dat hij zo fantastisch is, en dat hij alles weet!
 
 
BETTY:En Maggie is ook weg — met haar jongeman. Neem ik aan. De wereld is gevuld met vrouwen met hun jongemannen — terwijl hun echtgenoten ergens op een voorste rij zitten...
 
 
BETTY:En ik vermoed dat dat altijd zo geweest is, en dat dat wel altijd zo zal blijven.
 
 
WALTER: (Gaat ongemakkelijk verzitten)Niet doen, Betty — ik voel me niet zo op mijn gemak. Ik bedoel, hij vertrouwt ons.
 
 
BETTY:Natuurlijk vertrouwt hij ons! Jij bent ten slotte zijn oudste vriend.
 
 
WALTER: (Kreunend)Ik ken hem al sinds ik zeven was.
 
 
BETTY:Je was de eerste vriend aan wie hij me voorstelde — je was zijn getuige bij ons huwelijk — weet je nog dat je ons kwam opzoeken tijdens ons huwelijksreis? Ik vond je toen al leuk.
 
 
WALTER: (Geschokt)Betty!
 
 
BETTY:Echt waar. De manier waarop je in mijn hand kneep... En toen we weer terug waren duurde het niet lang voordat ik doorkreeg dat —
 
 
WALTER: (Protesterend)Ik zag je de eerste twee of drie jaren nauwelijks!
 
 
BETTY:Nee — jij was bang. Oh ik vond je een beetje een sufferd!(Het lukt hem plotseling om zichzelf lost te maken — hij staat op en loopt maar de speeltafel)Waarom? Wat is er aan de hand?
 
 
WALTER: (Bij de speeltafel, met zijn rug naar haar toe)Ik haat het als je zo praat.
 
 
BETTY:Gekkerd!(ze verrijst en loopt naar hem toe. Hij heeft een sigaret uit de doos die op tafel staat gepakt en met gebogen hoofd klopt hij de sigaret tegen zijn hand)Vrouwen praten alleen “zo,” zoals jij het noemt, als ze tegen hun minnaars praten. En “zo” praten ze tegen hun echtgenoten — en dat is waarom echtgenoten er nooit achterkomen.
 
 
BETTY:En dat is waarom echtgenoten altijd op de voorste rij zitten, als toeschouwer. (Ze slaat haar armen weer om hem heen) Ze kijken wel, maar ze zien niets.
 
Haar lippen komen dicht bij de zijne — hij maakt zich zenuwachtig los van haar omarming.
 
 
 
WALTER:Betty — ik moet je iets — serieus vertellen ...
 
 
BETTY: (Kijkt lieflijk naar hem)Nou nou, wat ik net zei was toch ook serieus?
 
 
WALTER:Ik ben achtendertig.
 
 
BETTY:Ja. En ik ben maar dertig. Maar ik klaag niet.
 
 
WALTER:Heb je er wel eens bij stilgestaan —
 
Hij stopt.
 
 
 
BETTY:Wat?
 
kijkt naar haar — probeert te spreken, maar kan geen woord uitbrengen — dan vlucht hij weg naar de andere kant van de kamer. Hij staat stil bij de open haard en tuurt naar de vlammen. Ze verroert zich niet; haar ogen volgden hem met verbazing. Plotseling stampt hij hard met zijn voet.
 
 
 
WALTER:Verdommme! VERDOMME!
 
 
BETTY: (Geschrokken beweegt ze zich voorzichtig naar hem toe)Wat is er aan de hand?
 
 
WALTER: (Draait zich snel om en kijkt haar in de ogen)Ik ga trouwen.
 
 
BETTY: (Versteend aan de ronde tafel)Je ...
 
 
WALTER: (Woest)Ik ga trouwen, ja. Trouwen! Trouwen!
 
Ze staat daar als versteend, zegt niks en doet niks en kijkt hem alleen maar aan met priemende ogen.

Hij krijgt de zenuwen van haar zwijgen en wordt woester en woester, alsof hij moed probeert te vinden.

 
 
 
WALTER:Jullie zijn fantastisch, jullie vrouwen — echt waar, allemaal. Altijd maar manieren aan het bekokstoven om ons mannen op bruten te laten lijken, en op lafaards.

Ik heb je dit al wel een dozijn keer willen vertellen, maar ik kon elke keer de moed niet opbrengen.

Nou, vandaag moet ik dus wel.

Moet, hoor je dat?... Verdomme, zeg dan wat!

 
 
BETTY: (Staart nog steeds hulpeloos naar hem)Je ...
 
 
WALTER: (Koortsachtig)Ja, ik! Ik heb het eindelijk durven zeggen.

Ik zou graag willen trouwen net zoals alle andere mannen — of ook wel te grazen genomen willen worden net zoals alle andere mannen, als je het op een andere manier bekijkt.

Ik vind dat ik er recht op heb. Ik ben zo moe — zo ongelooflijk moe —

 
 
BETTY:Moe van mij?
 
 
WALTER:Moe van dit leven dat ik leid — de beestachtig lege kamers waar ik lange dagen in vertoef — de eenzame maaltijden op de Club. En ik ben nu achtendertig — het is nu of nooit.
 
 
BETTY: (Langzaam)En — ik dan?
 
 
WALTER:Jij?
 
 
BETTY: (Geëmotioneerd)Ja. Ik. Ik!
 
 
WALTER:Je dacht toch niet dat dit voor altijd zou zijn?
 
 
BETTY: (Knikt met haar hoofd)Dat deed ik wel — ja — dat deed ik wel. Waarom zou het niet voor altijd zijn?
 
 
WALTER: (Begint weer woest te worden)Waarom? Durf je me dat te vragen? Waarom? Oh ja, jij hebt makkelijk praten — jij hebt een thuis en een echtgenoot — ik ben niet meer dan een — aanhangsel.
 
 
WALTER:Je hoeft maar te bellen — met je vingers te knippen — en ik moet alles uit mijn handen laten vallen en meteen naar je toe komen. Als een hond die reageert op het gefluit van zijn baas.
 
 
WALTER:En dat is niet het enige — ik voel me echt — afschuwelijk. Hij is tenslotte wel mijn — vriend.
 
 
BETTY:Dat is hij al die tijd geweest. En nu voel je je plotseling — afschuwelijk — ... Wie is ze?
 
 
WALTER: (Antwoordt kortaf, draait zich naar het vuur)Dat doet er niet toe.
 
 
BETTY:Ja, dat doet het wel. Wie is ze?
 
 
WALTER: (Zenuwachtig)Oh, waarom zouden we —
 
 
BETTY:Ik wil het weten — ik heb er recht op om het te weten.
 
 
WALTER: (Nog steeds met zijn rug naar haar toe)Mary Gillingham.
 
 
BETTY:Mary Gillingham!
 
 
WALTER: (Draait zich abrupt naar haar om)Ja.
 
 
BETTY:Dat is nog een meisje!
 
 
WALTER:Ze is drieëntwintig.
 
 
BETTY:Ik stelde je nota bene aan haar voor! En dan doe je dit?
 
 
WALTER: (Mopperend)Wat heeft dat er nou weer mee te maken? En trouwens ... (Hij wordt plotseling rustiger nu hij merkt dat ze heel kalm geworden is — hij neemt een stap en staat dan naast haar achter de tafel. Zijn stem wordt zacht en vriendelijk) Ik moet zeggen dat je het goed opneemt! Dat wist ik ook wel — ik was een ezel, er was natuurlijk helemaal geen reden om — om bang te zijn...
 
 
WALTER:En we kunnen natuurlijk altijd vrienden blijven — de beste vrienden.
 
 
WALTER:Ik ... zal dit nooit vergeten — nooit. Reken daar maar op.
 
 
WALTER:Ik wil echt trouwen — echt waar — en een huis voor mezelf hebben enzovoorts — maar jij zal altijd — de enige vrouw zijn waar ik echt van hield — de vrouw in mijn leven — waar ik alles aan te danken heb — alles.
 
 
BETTY: (Met een vreugdeloze glimlach)Zeg je dat ook — tegen Mary Gillingham?
 
 
WALTER: (Deinst kleinzerig achteruit)Of ik — doe niet zo mal.
 
 
BETTY:Zeg je ook tegen haar dat ze het enige meisje is waar je ooit van gehouden hebt.
 
 
WALTER: (Gaat terug naar het open haard, met zijn rug naar haar toe)Ik zeg tegen haar — ik zeg tegen haar — wat doet het er toe wat ik tegen haar zeg? Of tegen welke andere vrouw dan ook?
 
 
BETTY:Je hebt mijn vraag nog niet beantwoord — hoe moet ik nu verder?
 
 
WALTER: (Kijkt haar nu boos aan)Hoe het nu verder moet met jou! Wat een onzin. Want het is onzin — echt. Jij zal nog steeds de oude zijn. Hector is een prima kerel — en het was vreselijk verkeerd van ons om — op zo'n verachtelijke manier met hem om te gaan.
 
 
WALTER:Ja, dat hebben we echt — en dat weet jij ook wel. God, er waren nachten dat ik — maar dat maakt nu allemaal niets meer uit — dat is nu allemaal verleden tijd! In de toekomst kunnen we hem recht in de ogen kijken zonder ons schuldig te voelen — we kunnen —
 
 
BETTY: (Zachtjes)Jij kan dat wel, ja.
 
 
WALTER:Wat bedoel je?
 
 
BETTY:Door dat meisje kan Jij dat wel, ja.

Ik weet hoe het zal gaan. Jij komt hier nog drie of vier keer langs — en dan verdwijn je langzaam — je zal besluiten dat ik niet helemaal de vrouw ben waar je wil dat jouw echtgenote nog mee omgaat.

 
 
WALTER: (Doet impulsief een stap vooruit om haar oprecht toe te spreken)Betty, Betty, waar zie je me voor aan? Wat voor ploert denk je wel niet dat ik ben? En denk je nou echt dat ik je uit mijn leven ga laten verdwijnen — dat ik je uit mijn leven wil laten verdwijnen?
 
 
WALTER:Echt, we zullen beste vrienden van elkaar blijven voor de rest van ons leven. Vrienden — ja, dat is wat we altijd van elkaar hadden moeten zijn. Ook met Hector erbij.
 
 
WALTER:Betty, alleen al door dit gesprek, voel ik me nu zo — anders — alsof er een — last van mijn schouders valt.
 
 
WALTER:Want ik had altijd dat vervelende, knagende gevoel — ergens diep van binnen — als ik aan — hem — dacht.
 
 
BETTY: (Rustig)Leugenaar.
 
 
WALTER: (Stapt achteruit)Betty!
 
 
BETTY:Je bent een leugenaar — ja. Waarom vertel je me die stomme suffe leugens? “Ergens diep van binnen,” laat me niet lachen. Waar was dat “gevoel ergens diep van binnen,” dat prachtige gevoel, elke keer dat je me naar je slaapkamer droeg?
 
 
WALTER: (Streng)Dáár hoeven we het —
 
 
BETTY:Ik vond je leuk — dat heb ik al gezegd — ik vond je meteen de eerste keer dat ik je zag al leuk. Maar ik was een nette meid. En jij was natuurlijk ook een nette vent — maar ik had geen idee, geen idee... Ik dacht, laat ik eens gek doen en een beetje flirten. Maar jij was degene die —
 
 
WALTER: (Stampt nukkig met zijn voet)Het maakt niet uit hoe het zo gekomen is.
 
 
BETTY: (Geëmotioneerd)Maakt niet uit? Maakt niet uit? Hoe durf je!
 
 
WALTER: (Hardnekkig)Ja — ik durf. En luister — jij hebt ook kilo's boter op je hoofd! We doen het toch echt met zijn tweetjes hoor — je kuste me bijvoorbeeld zodra Hector ons de rug had toegekeerd. Jij kwam me altijd maar wat graag tegemoet.
 
 
BETTY:Jij foute vent!
 
 
WALTER:Dat is wat vrouwen altijd zeggen als een man ze de waarheid zegt. Want dat is het — de waarheid — en dat weet jij ook wel. “De manier waarop ik in je hand kneep,” amehoela. Denk je dat ik zo in je hand wilde knijpen? Je was als een zus voor me!
 
 
BETTY: (Ze gaat stilletjes aan de rechterzijde van de tafel zitten)Wat ik me afvraag is — zie je, jij bent namelijk de enige minnaar die ik ooit gehad heb — wat ik me afvraag, is of alle mannen altijd, als ze de relatie verbreken, of zeggen dat ze genoeg van haar hebben en willen trouwen met een andere vrouw, of ze dan altijd een vrouw zo mishandelen —
 
 
WALTER: (Nukkig)Dat heb ik niet —
 
 
BETTY:Een vrouw altijd zó vernederen, zó als voetveeg gebruiken, en de liefde die ze voor hem voelde altijd zó door het slijk halen?
 
 
WALTER: (Haalt bitter zijn schouders op)Liefde —
 
 
BETTY: (Veert geëmotioneerd op)Liefde, liefde, ja, jij — wrede vent! Liefde, wat anders? Ik verafgoodde je, weet je dat niet? Ik leefde voor jou! Ik zou alles voor jou opgegeven hebben — alles, alles!
 
 
BETTY:En Walter, Walter! Als dat het enige is dat je wil — een thuis — laten we dan samen weggaan. Hij zal wel van mij willen scheiden — en dan kunnen we trouwen.
 
 
BETTY:Ga alsjeblieft niet weg, laat me niet alleen met hem, alsjeblieft! Zonder jou zou ik het niet uithouden, Walter, echt, alsjeblieft!
 
Ze gaat vol verlangen naar hem toe en gooit haar armen weer om zijn nek. Ze begint te snikken.
 
 
 
WALTER: (Voorzichtig)Betty, Betty, je hebt je zo kranig gedragen ... Betty, lief, de afschuwelijke dingen die ik tegen je zei waren alleen maar bedoeld om je boos te maken, om je te laten denken dat ik een bruut was, zodat je blij zou zijn om van mij af te zijn.
 
 
WALTER:Oh, ik ben niet trots op mezelf. Maar luister, we moeten redelijk blijven — we moeten, echt... Maar weet je, als je zou gescheiden — als ik bij een scheiding betrokken zou zijn, dan zou ik mijn plek binnen het bedrijf kwijtraken; ze zouden me ontslaan —
 
 
BETTY: (Klampt zich aan hem vast)We zouden met zijn tweetjes naar Australië kunnen gaan — of waar dan ook —
 
 
WALTER:Ik heb geen geld.
 
 
BETTY: (Rukt zich plotseling los, met verheven hoofd)En Mary Gillingham heeft zeker wél geld?
 
 
WALTER:Ik trouw haar niet om haar geld maar om—
 
 
BETTY: (Geschrokken)Dus je houdt van haar?
 
 
WALTER: (Laat zijn hoofd hangen en fluistert)Ja.
 
 
BETTY: (Wringt haar handen)Dus je houdt echt van haar?
 
 
WALTER:Ja, en dat is de waarheid — ik hou heel erg van haar. Oh, Betty het spijt me zo erg —
 
 
BETTY: (Kreunt)Dan hou je dus niet meer van mij ...
 
 
WALTER:Dat is het niet. Het is alleen —
 
 
BETTY: (Kreunend)Je houdt niet meer van mij!
 
Ze is verpletterd, overweldigd, gebroken. Gekreun ontsnapt aan haar lippen.

Plotseling horen we het geluid van sleutels die een deur openmaken en ze rent vlug naar de speeltafel.

 
 
 
BETTY:Hector is thuis! Vlug, vlug — de kaarten!
 
vliegt naar de speeltafel en gaat naast haar zitten.

Hij grijpt een pak kaarten en begint te schudden terwijl zij zich over de andere pak kaarten bekommert.

Dit gebeurt allemaal in een luttele seconde.

komt binnen — ze veren beide op.

 
 
 
BETTY:Hector! Je bent toch niet ziek?
 
 
HECTOR: (Kust haar)De voorstelling was uitgesteld, mijn kind — ik heb geluk! Toen ik bij het theater kwam hoorde ik dat de agent van de acteurs een kleine auto-ongeluk had gehad bij de achteringang — hij was door de voorruit gegaan. Dat noem ik nog eens een gracieuze exit!
 
 
HECTOR:Hij heeft wat sneetjes, niks serieus. Maar het toneelstuk is een week uitgesteld. Wat een geluk!
 
 
WALTER: (Zittend)Die agent heeft anders geen geluk gehad.
 
 
HECTOR:Oh hij heeft meer dan genoeg geluk gehad — grote hoeveelheden! Ik zal een ander colbert aandoen — en dan kunnen we samen wat bridge spelen. Dan kan je me laten zien hoe veel je gevorderd bent, Betty!
 
Hij gaat gehaast weg en sluit de deur.
 
 
 
BETTY: (Haalt een kleine spiegel uit haar tas, kijkt er in en plukt aan haar haar)We waren net op tijd.
 
 
WALTER: (Buigt zich gretig over tafel)Je bent fantastisch — je bent — fantastisch!
 
 
BETTY:Ja, en dat komt jou allemaal lekker goed uit, hè? (Ze stopt haar spiegel terug in haar tas)
 
 
WALTER: (Verbaasd)Betty.
 
 
BETTY:Morgen ga je naar haar toe — of misschien wel vanavond —
 
 
WALTER:Vanavond — doe niet zo gek! Het is hartstikke laat!
 
 
BETTY:Ze is een bedrieglijk mens. Ik zag haar vorige week nog — ze repte met geen woord —
 
 
WALTER:Ik denk niet dat ze het wist. Ik heb haar vandaag pas ten huwelijk gevraagd.
 
 
BETTY: (Gooit zichzelf achterover in haar stoel en kijkt hem met wijde ogen aan)Je deed — vandaag pas — een aanzoek!
 
 
WALTER: (In verlegenheid gebracht)Ja — ik bedoel —
 
 
BETTY:Je deed vandaag een — huwelijksaanzoek — en wachtte tot ze ja zei voordat — je het mij ging vertellen —
 
 
WALTER: (Gehaast)Doe niet zo gek — kom, snel, hij is over een minuut terug... En geloof me nou maar, het is niet de moeite je hier druk over te maken.
 
 
BETTY: (Kijkt hem minachtend aan)Dat is waar.
 
 
WALTER:Ja, het brengt slecht geluk. Ik verdien alles wat je tegen me gezegd hebt. En je zal ... veel beter ... af zijn zonder mij.
 
 
BETTY:Beter af zonder jou?
 
 
WALTER:Ja, beter af zonder mij — hoe je het ook bekijkt. Ik ben een — okay, maakt niet uit. — Luister, wil je dat ik — hier niet meer kom?
 
 
BETTY:Hij vindt het leuk om bridge te spelen.
 
 
WALTER:Denk maar niet dat ik —
 
 
BETTY: (We horen terugkomen)Ssst.
 
stapt de woonkamer in — ze schuift gedachteloos wat kaarten rond. heeft een smoking aangetrokken — hij is heel vrolijk, hannest een beetje in het rond en wrijft zich in zijn handen, blij om weer thuis te zijn. Hij gaat rechts van zitten.
 
 
 
HECTOR:Laten we spelen!
 
Hij grijpt een pak kaarten en spreidt ze uit over de tafel.
 
 
 
BETTY: (Leunt naar achteren)Ik weet niet of ik wel zin heb om te kaarten.
 
 
HECTOR:Wees eens aardig, Betty! Waarom?
 
 
BETTY: (Ze rijst lusteloos van haar stoel en loopt naar het andere uiteinde van de kamer)Helemaal niet leuk, met zijn drieën.
 
 
HECTOR:Je moet oefenen. Kom.
 
 
BETTY: (Leunt tegen de andere tafel, draait zich om richt zich naar de twee mannen)Trouwens, hij heeft iets dat hij je moet vertellen.
 
 
HECTOR:Walter?
 
 
BETTY:Ja.
 
 
HECTOR: (Kijkt nieuwsgierig aan)Iets dat hij mij moet vertellen? Wat dan?
 
 
BETTY:Hij is verloofd.
 
 
HECTOR: (Leunt over tafel, schreeuwt)Het is niet waar! Walter! Verloofd? Jij?
 
 
WALTER: (Nerveus)Ja.
 
 
HECTOR: (Luid en liefdevol)Jij oude schurk! Boef! Verloofd — en dan vertel je het niet als eerste aan mij? Verdómd zeg, wat een nieuws!
 
 
WALTER: (Probeert vrolijk te kijken)Ik wist dat je me er mee zou plagen.
 
 
HECTOR:Jou plagen? Domme gek! Ik ben juist blij voor je! We zullen je natuurlijk wel missen — maar een huwelijk — dat is het enige dat telt, mijn jongen — het enige. Hoe heet ze? Ken ik haar?
 
 
WALTER: (Mompelend, frunnikt met de kaarten)Een vriendin van Betty — ik vermoed dat je haar wel eens ontmoet hebt —
 
 
HECTOR:Wie?
 
 
BETTY:Mary Gillingham. Wij zijn de eersten die er van af weten — hij heeft haar vandaag gevraagd of ze met hem wilde trouwen.
 
 
HECTOR:Gillingham, Gillingham... . Oh ja, ik ken haar geloof ik wel, maar niet heel erg goed. Is ze niet de dochter van die Hedgefund manager?
 
 
WALTER:Ja.
 
 
HECTOR:Dan is er veel geld! Mooi! Jij slimmerd! Is ze ook mooi?
 
 
WALTER:Gaat wel.
 
 
BETTY: (Leunt nog steeds tegen de tafel en kijkt naar beide) Ze is extreem mooi. Ze heeft prachtig blond haar en blauwe ogen.
 
 
HECTOR: (Grinnikt)En ze heeft onze oude Wallie in haar netten weten te vangen. Cynische oude Wally die zijn neus ophaalt voor vrouwen! Maar misschien doet hij het voor haar geld —
 
 
BETTY:Nee. Hij is verliefd op haar.
 
 
HECTOR:Oh dat is fijn. Dat doet me deugd. Gefeliciteerd, kerel. (Hij grijpt 's hand en knijpt het met beide handen)Hier moet op gedronken worden!(Hij staat op, gaat naar het bijzettafeltje en schenkt whiskey in een karaf)
 
 
HECTOR:Vul je glas, Walter! ( staat op en gaat ook naar het bijzettafeltje)Dames en heren. Laten wij proosten op de bruid en bruidegom! (Hij vult het glas en geeft het terug aan en dan vult hij zijn eigen glas)Betty, kom erbij.
 
 
BETTY: (Stilletjes)Nee.
 
 
HECTOR:Je kan natuurlijk niet proosten met water. Is je glas al leeg? Anders zal ik een ander glas voor je halen.
 
Hij zet zijn glas neer en gaat naar de deur van de eetkamer.
 
 
 
BETTY:Nee dank je. Ik heb helemáál geen zin om te drinken.
 
 
HECTOR: (Verbaasd)Geen zin om te proosten op onze oude Walter?
 
 
BETTY: (Standvastig)Nee.
 
 
HECTOR:Waarom?
 
 
BETTY: (Bijna spottend)Omdat — onze oude Walter — mijn minnaar was.
 
 
HECTOR: (Gealarmeerd, kijkt haar aan)Wat?
 
 
BETTY: (Ze blijft rustig en kijkt hem recht in de ogen aan)Mijn minnaar ... de afgelopen twee jaar.
 
 
HECTOR: (Kijkt haar verbolgen aan)Hij was je —
 
 
BETTY: (Tapt ongeduldig met haar voet op de grond)Ja, ja. Hoe vaak moet ik dit herhalen? Mijn minnaar — geen idee wat dat is? Waarom kijk je me zo aan met die loederogen van je? Hij was mijn minnaar — en nou is hij verliefd geworden op een meisje en nou wil hij met haar trouwen. Dat is het hele verhaal, nu weet je alles.
 
 
HECTOR: (Draait zich om naar die de hele tijd bewegingloos aan de speeltafel heeft gezeten)Wat? Jij?
 
blijft stil voor zich uitstaren.
 
 
 
HECTOR: (Met gedempte toon, bijna niet in staat te spreken)Jij! Is het waar was dit vrouwmens zegt?
 
 
BETTY: (Minachtend)Dit vrouwmens! Doe niet zo melodramatisch! Ben je nu al vergeten hoe ik heet?
 
 
HECTOR: (Draait zich fel naar haar om en buldert)Stilte, jij duivelsgebroed! (Gealarmeerd kruipt ze terug richting open haard)Hoe je heet? Ik zal jou eens vertellen wat we jou vanaf nu zullen noemen! (Hij stapt naar haar toe — ze kruipt angstig tegen de muur aan)
 
 
HECTOR:Ik zal zo met jou afrekenen, als ik klaar ben met hem.
 
 
HECTOR: (Draait zich snel om naar )Jij rat! Jij liegende hond! We waren beste vrienden!
 
 
HECTOR:Dus jij denkt eventjes mijn vrouw af te kunnen pakken om vervolgens met een andere meid te gaan trouwen? Dacht je nou écht dat het zó makkelijk zou gaan?
 
 
HECTOR:Hier — hier komen jij — en zitten. Hier zitten. Nu. Hier. In deze stoel. Of moet ik je hierheen slepen? Ik heb zo'n zin om je in elkaar te slaan. Hier komen jij.
 
gaat schoorvoetend naar hem toe . zet met een luide klap een stoel achter de ronde tafel in het midden van de kamer, gaat er op zitten — praat over zijn schouder naar
 
 
 
HECTOR:En jij — pak een pen en papier —
 
 
BETTY: (In paniek)Hector —
 
 
HECTOR: (Draait zich fel om en kijkt haar dreigend aan)Als je nog één keer je bek opentrekt dan ram ik je in elkaar. Hou je bek en haal de dingen die ik gevraagd heb. Hoor je me? En nu wegwezen jij.
 
Ze vlucht de andere kamer in. draait zich om naar
 
 
 
HECTOR:En wat jou betreft, klootzak, vuile hufter, leugenaar, verrader, wat een ongelooflijk laag mannetje ben jij. Dit was niet zomaar een situatie waar een man en vrouw je — vertrouwden — je was godverdomme mijn beste vriend.
 
 
HECTOR:Hoerejong, ongedierte, laaghartig tuig!
 
komt schoorvoetend terug met pen en papier en een envelop. Ze zet de spullen neer op de ronde tafel.
 
 
 
HECTOR:Niet die vulpen — die is van mij — en daar blijft hij met zijn gore tengels van af — ik zou dat vieze ding nooit meer kunnen aanraken. Geef hem jouw pen — de jouwe — jij bent van hem, toch? Nou, dan kan hij mooi jouw pen gebruiken. Ga het halen. Nu!
 
gaat weer terug naar de eetkamer.
 
 
 
HECTOR:Mijn vrouw. En dat na alles wat ik voor je gedaan heb. Ik gaf om je, hond. Ik verwelkomde je in mijn huis — je kwam hier omdat je het zo saai vond bij de Club — en dan pak je me mijn vrouw af?
 
 
HECTOR:Ik zou je eigenlijk moeten vermoorden. Dat zou ik eigenlijk moeten doen. Dat ga ik niet doen. Maar ik ga het je wel betaald zetten, mannetje. En wel — nu.
 
komt terug met een pen. Ze legt de pen op tafel.

grijpt de pen en duwt het voor 's neus.

kruipt naar de andere zijde van de kamer en blijft naast de sofa staan.

 
 
 
HECTOR: (Tegen )Schrijven jij. Ik dicteer. Woord voor woord. Wat is zijn naam?
 
 
WALTER:Wiens naam?
 
 
HECTOR:De naam van haar vader natuurlijk! Haar vader, die Hedgefund manager, die oude Gillingham? Zijn naam, schurk, zijn naam!
 
 
WALTER: (Staart)Gillingham?
 
 
HECTOR:Gillingham. Juist. Wat!
 
 
WALTER:Je wil dat ik aan hem een brief schrijf?
 
 
HECTOR: (Knikt)Aan hem. Aan wie anders? Een bekentenis aan mij of zo? Die heb ik al. Wat is zijn voornaam?
 
 
WALTER: (Laat zijn pen vallen en begint op te staan)Ik ga geen —
 
 
HECTOR: (Springt als een bezetene bovenop hem en duwt hem met geweld weer terug in de stoel)Oh nee? Jij hond! Jij hebt het lef mij aan te spreken? Als ik dat wil, lik jij deze vloer schoon — kruipend op je handen en knieën.
 
 
HECTOR:Zit! Zit en pak die vieze pen. Zo.(Geïntimideerd pakt de pen weer op)En nu — zijn naam. Ik vraag het niet nog een keer.
 
 
WALTER:Richard.
 
 
HECTOR:Mooi. Richard. Schrijf op. Aan Richard Gillingham. Ik heb uw dochter vandaag een huwelijksaanzoek gedaan, en ze heeft ja gezegd. Heb je dat?
 
 
HECTOR:Ze heeft ja gezegd. Maar ik kan niet met haar trouwen — kan niet met haar trouwen — want ik heb de vrouw van mijn beste vriend, komma, Hector Allen, komma, verleid —
 
 
WALTER: (Overredend, laat zijn pen vallen)Hector! Alsjeblieft...
 
 
HECTOR: (Grijpt in een razende bui bij de keel tot hij de pen weer oppakt)De vrouw van mijn beste vriend Hector Allen — schrijf het op — gewoon schrijven, jij hond, gewoon schrijven wat ik dicteer — dus — en dus neem ik haar vanavond met mij mee.
 
 
BETTY: (Met een luide schreeuw)Hector!
 
 
HECTOR: (Praat over zijn schouder tegen terwijl hij toeziet hoe schrijft)Stil jij! Mond houden! Ga je spullen pakken. Neem alles wat je wil — het kan mij niet schelen — maar laat ik je hier nóóit meer zien.
 
 
HECTOR:En jij — (beukt met zijn vuist tegen 's arm)schrijven jij. Waarom ben je gestopt? Hoe ver ben je gekomen?
 
 
HECTOR: (Kijkt over 's schouder)En — dus — neem — ik — haar — vanavond — met — mij — mee.
 
 
BETTY: (Opgewonden, wringt haar handen)Hector, Hector —
 
 
HECTOR: (Draait zich half naar haar om, woedend)Ben je daar nou nog steeds? Wacht maar, jij bent zo aan de beurt. Als ik klaar ben met hem. Als je je spullen niet gepakt hebt dan gooi ik je zó zonder je spullen op straat.
 
 
HECTOR:Daar zal je andere vrouwen vinden als jij. Je zal je er helemaal thuis voelen. (Hij draait zich weer om naar ) Heb je het opgeschreven? (Hij kijkt over 's schouder)Ga door — mijn geduld raakt op. Schrijven. Nu. Ik — haar — vanavond — met — mij — mee.
 
schrijft langzaam , kijkt over zijn schouder mee; barst plotseling uit in onbedwingbaar luid gelach. Ze ploft neer in de stoel die links van de speeltafel staat.
 
 
 
HECTOR: (Onbeheersbaar)Jij!
 
Hij stapt weg van en staat op het punt om bovenop haar te springen.
 
 
 
BETTY: (Heel erg vrolijk)Oh, jij oen! Wat hebben we je goed in de maling genomen, zeg!
 
 
HECTOR: (Staart haar aan, versteend)Jullie —
 
 
BETTY: (Stikt van het lachen)Hector, Hector! Driehoeksrelaties, minnaren die voor zichzelf zouden moeten opkomen, de gebruikelijke toneelverhalen, weet je nog? Jij gans, jij domme oude gans!
 
Met vereende krachten weet zich weer te hervatten. Hij springt verrukt op, staat er als verlamd bij en knippert met zijn ogen.
 
 
 
WALTER: (Vrolijk, tegen )Oh, waarom heb je het nou zo snel verklapt!
 
 
BETTY:Zo snel? Hij ging ons bijna wurgen. Heb je ooit iemand zo boos gezien?
 
 
WALTER: (Luid lachend)Hij gaf de minnaar niet echt veel ruimte om zichzelf te verdedigen, of wel?
 
 
BETTY:En wat was hij originéél! Véél origineler dan die toneelschrijvers. Klootzak, vuile hufter, leugenaar, verrader, ongelooflijk laag mannetje — nou, origineel verzonnen hoor.
 
 
WALTER:En wat dacht je van duivelsgebroed! Wat hij waarschijnlijk bedoelde was mannenverslinder!
 
 
BETTY:En hij zou me zó op straat gegooid hebben! Maar ik mocht wel een koffer pakken, hoor.
 
 
WALTER:Ik denk dat de toneelschrijvers toch gewonnen hebben hoor. (Hij stapt naar stopt links naast hem)En Hector, ouweknar, hier is die brief, ouwe rukker!
 
 
BETTY: (Gaat rechts van staan en maakt een diepe buiging)En alstublieft, mijnheer de echtgenoot, moest het een grote of een kleine koffer zijn die ik mocht inpakken? En had ik de zilveren theepot mogen meenemen?
 
heeft de hele tijd versuft, verdwaasd en stomverbaasd staan kijken, te verbijsterd om ook maar iets te kunnen zeggen.

Dan begint hij plotseling te bulderen van het lachen. Een overweldigende lach. Hij lacht en lacht, en struikelt naar de sofa en laat zich er op vallen en schudt ongecontroleerd heen en weer tot de tranen langs zijn wangen rollen.

Zijn gelach werkt aanstekelijk; de anderen beginnen nu ook echt te lachen.

 
 
 
BETTY: (Heeft moeite om zichzelf in de hand te houden)En die brief! Aan Meneer Gillingham! “Zijn naam, schurk, zijn naam!”
 
 
WALTER: (Gorgelend)Met zijn handen aan mijn keel! Hier — hier komen jij — en zitten, schurk, schrijven jij!
 
 
BETTY:“Ik zal zo met jou afrekenen, als ik klaar ben met hem.
 
 
WALTER:“Op straat gooien!” De nacht in sturen was wel wat prozaïscher geweest, vriend.
 
 
HECTOR: (Wrijft zich in de ogen en hapt naar adem)Oh, jullie gemeneriken! Dat was echt heel erg slecht van jullie — echt heel erg slecht. Wat ben ik er in getrapt, zeg. Oh! Wat was dat een nachtmerrie!
 
 
HECTOR:Ik was er helemaal kapot van, zeg — helemaal kapot! — Slikte het allemaal voor zoete koek! Dat komt er ook van als ik elke dag al die meuk moet lezen. Geen moment stond ik er bij stil dat — geen moment!
 
 
HECTOR:Walter, ouwerukker! (Hij steekt zijn hand uit)Betty! Mijn arme Betty! (Hij trekt haar naar zich toe)De dingen die ik tegen je gezegd heb...
 
 
BETTY: (Ontwijkt nonchalant zijn strelende hand)Geef toe dat je missschien soms wat te onredelijk bent naar toneelschrijvers.
 
 
HECTOR: (Staat op en zwaait met zijn armen)Oh, die kunnen wat mij betreft gestolen worden! Jullie, daarentegen, hebben mij wel goed voor de gek gehouden, zeg! Ik geloofde het helemaal! (Zwaait weer met zijn armen)Brrrrr! Oh, mijn god! Wat ik heb moeten doorstaan!
 
 
BETTY:Het was een comedie! Je had jezelf moeten zien! Je ogen rolden bijna uit hun kassen! Je leek wel een moordenaar!
 
 
HECTOR:Mijn hemel, en zo voelde ik me ook! Ik had bijna —
 
 
BETTY:En Mary Gillingham! Dat is nog het grappigste van alles! Dat jij hebt kunnen denken dat hij met haar verloofd was — met haar!
 
De glimlach op 's gezicht smelt weg; hij draait zich om en staart haar aan; ze gaat rustig door.
 
 
 
BETTY:En dat terwijl zij het enige meisje in de wereld is die hij niet kan uitstaan!
 
 
WALTER: (Met ongecontroleerde bewegingen)Betty!
 
 
BETTY: (Draait zich glimlachend naar hem)Het kan helemaal geen kwaad om dit aan Hector te vertellen — hij kent haar nauwelijks! (Draait zich soepel om naar )Walter verafschuwt die arme meid! Dat was vooral ook waarom dit alles zo grappig was! (Bij die gedachte alleen al moet ze weer hard lachen, en ze blijft door haar gelach heen praten)
 
 
BETTY:En laat me dit zeggen — als je ooit hoort dat hij verloofd is met haar — nou, dan kan je er van uit gaan dat de rest van het verhaal ook waar is!
 
 
HECTOR: (Lacht hartelijk terwijl hij een amicale klop op de schouder geeft)Arme oude Walter! En weet je, ik was eigenlijk best verheugd om te horen dat je ging trouwen! Echt waar! (Draait zich naar hem toe)
 
 
HECTOR:Maar het is beter zo, kerel, voor ons allemaal — we zouden je vreselijk gemist hebben!
 
 
HECTOR: (Geeft nog een schouderklop, gaat naar het vuur, en gooit de brief er in)Deze brief kunnen we beter maar niet laten rondslingeren! (Hij draait zich om) Nou, eind goed, al goed, zullen we maar zeggen. Laten we proosten op hem, en op ons allemaal!
 
 
BETTY:Als je nu een nieuw glas voor me haalt dan wil ik nu wel op hem proosten, Hector. Op Walter, de Eeuwige Vrijgezel! Hoera!
 
 
HECTOR: (Glunderend)Dat gaan we doen! Goed, ik haal een glas voor je.
 
Hij walst de woonkamer uit.
 
 
 
BETTY: (Gaat snel naar )Het kan goedschiks, of het kan kwaadschiks. Aan jou de keus. Óf je maakt het uit, óf ik vertel het haar. Mij om het even.
 
 
WALTER: (Woedend)Monster!
 
 
BETTY:Als jij het niet doet, vertel ik haar morgen alles.
 
 
WALTER:Waarom doe je me dit aan?
 
 
BETTY:Als jij mijn leven ruïneert, en de zijne, dan kan ik er in ieder geval voor zorgen dat ook jij niet gelukkig zal zijn in de liefde.
 
 
WALTER:En denk je nu dat ik bij jou terugkom en dat we dan weer samen verder gaan, jij en ik?
 
 
BETTY: (Minachtend)Nee hoor — wees maar niet bang! Ik zie nu wat je bent. Ik hoef je niet meer — ik ben klaar met je. Je bent nu zijn vriend — maar nóóit meer haar echtgenoot.
 
komt weer binnenwalsen met een fles en een wijnglas die hij aan geeft — ze houdt het glas vast en hij vult het uit de fles.
 
 
 
HECTOR:Zo, meisje — en waar is nu mijn whiskey? (Hij haast zich naar het bijzettafeltje, vindt zijn glas en die van , geeft één glas aan )
 
 
HECTOR:Hier, Wallie — deze halflege glas moet van jou zijn — ik had geen tijd om een slok te nemen! Hier. ( neemt het aan)
 
 
HECTOR:En vergeef mij, kerel, dat ik zelfs maar voor één minuut kon denken dat — (Knijpt zijn hand)Op jou, oude vriend. En Betty, op jou! Oh, God, wat heb ik nu zin in een borreltje!
 
 
BETTY: (Met een koele, heldere stem houdt ze haar glas omhoog)En op jou, Walter, de Eeuwige Vrijgezel!
 
Ze leegt haar glas in één keer; aarzelt even, en met vereende krachten weet hij zijn gezicht in de plooi te houden.
 
 
 
HECTOR: (Vrolijk)Op Walter, de Vrijgezel! (Hij drinkt zijn glas leeg en zet het neer)En nu — gaan we kaarten.
 
 
WALTER:Ik denk dat ik —
 
 
HECTOR: (Overredend)Zit, gast — één spelletje maar. Het is nog best vroeg. Goed zo. (Ze gaan alledrie zitten: achter de tafel, links van hem, rechts — hij spreidt de kaarten uit — ze trekken een kaart om partners)
 
 
HECTOR:Dat is het dus — jij en Betty zijn partners — ik ben de Joker. (Hij schudt de kaarten — deelt de stapel in twee — hij deelt de kaarten uit)Dat is hoe ik het graag zie — jullie beide aan mijn zijde. En ik ben ook graag de Joker.
 
 
HECTOR:Speel, Betty, speel. Oh, dit is heerlijk! Een nachtmerrie, werkelijk — het was vreselijk! En jullie moeten het me vergeven hoor, ik was zo'n domkop. Maar de manier waarop jullie deden alsof, absoluut briljant! Ik geloofde het elke seconde!
 
 
HECTOR:Mijn kleine Betty — een echte vangst, en dat is ze — een echte vangst! (Hij verzamelt zijn kaarten)En de Goden zijn me goed gezind — Ik heb goede kaarten in handen kan ik je zeggen! Ik mag bepalen; zonder troef!
 
Hij glundert naar ze — ze sorteren stilletjes hun kaarten. Hij pakt de Joker en kijkt er naar als het gordijn valt.
 

EINDE